REFEREYN XVI
Elc heeft een vreemt geestgen dat hem quelt

 VEel vreemder geestgens syn in dese werlt
 dusentich duyst soumer wel in vinden


[p. 37]

 
 Som geestgens quellinge is om tsyn beperlt
 som geestgens lopen nae herten en hinden
5
 verwaende geestgens hem onderwinden  5  
 om veel officien ende groot regiment
 Som geestgens willen die mutse vast binden
 Som geestgens tspit heel in daschen wendt
 Som geestgens hem seluen niet en kent  7-9  
10
   +  Som geestgen is puer vol sotternijen
 som lecker droncken geestgen den hoep al schent
 som geestkens fantaseren in allen tijen
 Som geestkens en moghen hier niemant lijen
 dus waermen gaet of coomt tis wel ghespelt
15
 elc heeft een vreemt geestgen dat hem quelt
  
 Om nu te vinden van dees vreemde geesten
 ende boirdelyken daer of te spreken
 Sy bedriuen soe menigherhande jeesten
 daghelicks in maenden iaren of weeken
20
 Daer quam eens. een geestken mit loze treken
 heijmelick bi nachte in een schoon huys
 TBegonster te rommelen ende te steeken  22  
 die binnen thuys waren bleuen al confuijs
 Doen seyder een ic sie een vreemd abuys
25
 van dit geestken ic en hoors nochtan niet meer
 Tis wel soe stille al waert een getemde muijs
 ic hope dit geestken en doet ons geen seer
 Ic hebbe dicwil horen segghen eer
 vreemde sinnekens sijn haest neder gheuelt
30
 elc heeft een vreemt geestken dat hem quelt
  
 Noch synder geestkens die vreemdelyck rommelen
 alsser den haselaer is in gesmeten
 Sy steken hoeren tee sy knorren sy stommelen
 eerse byden viere syn geseten
 5  de r van onderwinden boven den regel bijgeschreven.
 7-9  Som geestgens vervangen door een strik, uitgaande van r. 8 en waarvóór (r. 8) staat: Som geestgens
 +  Fol. 29 (xviii)
 22  De T van TBegonster is in margine bijgeschreven.


[p. 38]

 
35
 Dan soudmen dat geestken wt haer noemen meten
 mit scelden en kyuen gaetmen dan slapen
   +  Dan synder noch geestkens die wonder weten
 mitten monde mer te is niet dan gapen
 Sij weten veel raets voer heren en knapen
40
 het syn montrouers voer lien van verstande
 Dan synder geestkens onder monicken en papen
 die quellen hem seluen van lande te lande
 Die pelgeroms geestkens gaen doer bergen van zande
 dus syn die geestkens menigerhande gestelt  44  
45
 elc heeft een vreemt geestken dat hem quelt
  
                Prinche
  
 Som ghierich geestken is selden te vreden
 Som arm geestken soude gern ryck wesen
 Som geestken is blide in allen stede
 Som geestkens quellinghe is quaet te genesen
50
 Som geestkens callen van die van desen
 Som geestken brengt alle onruste by
 Som geestken wil oec die boenen lesen  47-52  
 om dat haer vroukens syn milde en vry
 Som geestkens spreken boeuery waert sy
55
 synse edel wys cleyn ofte groot
 Tsusterkens geestken seyt lichte aij mij
 horen sy een muijs rommelen therte lydt noot
 Dese bancgeestkens comen licht in den doot
 tis wel geseyt waer datment voert vertelt
60
 elck heeft een vreemt geestken dat hem quelt
 +  Fol. 29v (xviiiv)
 44  de r van menigerhande boven de e bijgeschreven en de h verbeterd uit r
 47-52  Som vervangen door een strik, uitgaande tusschen r. 49 en 50 en waarvóór (r. 49 en 50) staat: Som