[p. 41]
REFEREIJN XVIII Tis een erm bruiloft daer broot ghebreect
- EEn vrouken van keijhem ende ioncker
dwaes
- souden te samen in huwelyck vergaren
- Daer en was tetene broot botter noch caes
- daer versaemde al volxken ghelyc by paren
- 5
- Als daer die bruyt ende bruygom waren
- Twasser qualick gestelt om vruecht te maken
- Elc hoopten mitten tanden in die spijse te
varen
- Op die taeffel lach alte schoone laken
- Daer dachter veel dit syn vreemde saken
- 10
- wij en sien hier brenghen eten noch
drinken
- Tginc teghen den auont elc verdroot te
waken
- duer tlanck beyen begonster veel te wincken
- Wy moghen die bellen en di keyen doen
clincken
- sprac daer een loopt ghi mit mi nu vertrect
- 15
- tis een erm bruloft daer broot gebrect
-
-
+ Die
bruijt die sprack mit goeder herten
- verlanckt niet wij sellen vrolick wesen
- Wij brassen noch vruechdelic sijt loss van
smerten
- men begonster cruden en wortelen te lesen
19
- 20
- Men maecter pottagi of, vrienden ghepresen
- diese pruefde die hadder ter stont ghenoech
- Die hert inden buyck was die creech ghenesen
- om dees lecker pottagie daer elc seer loijch
- Dit volxken creech daer haer gheuoech
- 25
- sonder broot twas quaet mitten tanden te malen
- Elc dochte hoe coem ic in desen ploich
- van de gespen en de oren was daer tverhalen
- Daer wij dus comen moet onse buijc falen
- niet te min ons dermen worden wel gherect
- 30
- Tis een erm bruloft daer broot ghebrect
30
|
19 de r van cruden boven
het woord bijgeschreven.
30 de r van broot boven het
woord bijgeschreven.
|