[p. 86]
+ REFEREYN XLV Loff vol van gracien maechdelyck trysoor
- MAria seer werde in hemel op aerde
- gheloont ghecroont syt openbare
- Soe wie v minde of oyt begheerde
- v te louen tveil bouen natuere te sware
4
- 5
- Nochtans mit vare ic een sondaere
- jn sonden ghebonden roip om ghenaden
- Loff conininge clare / in die hemelsche scare
- Loff boite van state / staet ons in staden
- Loff seghele / lof spieghele lof sdachs beraden
- 10
- Loff loon / lof troon / lof sitins scrine
- Loff des oitmoits saden / lof sondelyc
versmaden
- Loff leystere / bereytstere toest ons ten fijne
- Loff suete rosyne lof rosemareyne
- Loff iubelerende den hemelschen coor
7-14
- 15
- Lof vol van gracien maechdelyck trysoor
15
-
- Lof rose van ierico / lof cedare van libano
- Lof onbesmette / lof verhette in goeds
minne
- Lof moeder die soe bemindet vro
- Lof slot / daer god / wert menschen
binnen
17-19
- 20
- Dwelc wy bekennen / mit herten mit
sinnen
- lof trost die gelost heeft onse bede
21
-
+ doit ons
ghewinnen / dyn hemelsche tinnen
- lof sara / lof saba / lof vol wyser sinnen
- lof lant vol vreden / lof scoonste van seden
- 25
- nochtans / van mans / misbieden noyt hadt
- Loff sibilla besneden / vol oytmoedicheden
- loff sterre / die verre / ons wyst den pat
- loff godelick vat / lof bersabee scat
- loff moeder goeds lof ons orboor
26-29
- 30
- lof vol van gracien maechdelyck trysoor
|
4 de i van tveil boven den
regel (tusschen e en l) bijgeschreven.
7-14 loff stechts éénmaal
vóór een strik.
15 de v van van verb.
uit a
17-19 Lof(f) slechts
éénmaal vóór een strik.
21 na trost een g en het
begin eener l doorgehaald.
26-29 Lof(f) slechts
éénmaal vóór een strik.
|