[p. 104]
REFFEREIJN LV Ic salt auentueren al sout mij smerten
- EEn amorues minnaer seer grys van baerde
- snachs al crochende achter straten sadde
- en vryde een meysken amorues van aerde
- die nou en sach een verckens swaerde
- 5
- of enen tant in haer hoot niet en hadde
- Sy droich een doixken gelijc een scottelsladde
- ende daer bi een pelsken vol slycks gheuelt
- Hij hiet robyn en sij laudate en wadde
- dus wast recht souse nae thof ghestelt
9
- 10
- Ten lesten sprac hi lief wat batet gequelt
10
- wildi mij trouwen ic clede v mit swerten
- trouwen seyd si sydi daer op ghestelt
- .ic salt auentueren al sout mij smerten
-
-
+ Somma
sommarum hij troude die bruijt
- 15
- men deckte die tafel ten eersten
croppe
- die brugom scoot toe mit hongher ruijt
- en speelde twe quaerten vol pappen wt
- en die bruijt adt den hutspot sonder
sneuen oppe
- Die brugon greep een speetuerken mitten toppe
19
- 20
- dat daer noch ouer was bleuen reste
- En doudet soe langhe binnen den croppe
- dat hyt al tsamen int buijxken veste
- En sprac al iockende totter bruyt int leste
- ic moet v eens cussen al hieti merten
- 25
- Nonfortze sprac die bruyt doet vri v beste
- ic salt auentueren al sout my smerten
|
9 de tweede (lange) s
van souse verb. uit eene korte s
10 de l van lesten verb.
uit r
19 de g van brugon verb.
uit c
|