REFEREYN LVII Doer swercks vseren rethoricaens conste groyt
- HErt sin memorie aderen en pesen
- studeren in desen / hoe hooch mach wesen
- rethorica en diese hanteren in consten
- Op deser aerden
- 5
- Soe vindic scriftuerlyc waerachtich int
lesen
- dat rethorica is doer goeds geest geresen
6
- aen aron eerst vol godlyker ionsten
- duer syns duechs aenuerden
- In die wet der naturen na myn
volherden
- 10
- doen god selue gheboot
- Wiese leert duer die sondighen gherden
- dies hy truerlyck verscoot
- Seggende ic bin van eloquencie bloot
- Mynen geest sprac god sal v bi syn ter noot
- 15
- weest altyt ghemoijt
|
6 na geest is gepresen
doorgehaald.
|
[p. 109]
-
- want daer rethoricams constige vruecht is groot
- daer werct gods geest doer dexperiencie minjoot
-
+ diese eerlyck behoyt
- duer swercs vseren rethoricams conste groijt
-
- 20
- Noch gaf god in die wet der naturen
subiect
- eselen rethoricams conste perfect
- daer hy die kinderen van ysrahel in
present
- leerde claer om blijken
- Duer goeds geest daer hy mede was verweckt
- 25
- ende nu in gracien twaer scade bedeckt
- gaf god oec rethorica in syn testament
- sonder beswijken
- Synen apostolen constich in allen wyken
- dies moet ic lauderen
- 30
- Rethoricams conste noyt haers ghelyke
- en diese hanteren
- Rechtuerdich eerlyc sonder turberen
32
- daer werckt goedts geest in sonder faelgeren
33
- want haer conste gloyt
- 35
- In sondaers die sy can declareren
- haer vruechd en sal die ziel niet corrumperen
- diet tstuck wel beuroijt
- Duer swercks vseren rethoricams conste groijt
-
- Wie rethorica vseert synt leken of clercken
- 40
- die groyen doer goeds geest in allen
percken
-
+ en syn wert een crone seer laudabile
- van lauwer boomkes al
- Ghelyck largus droech doer syn constighe wercken
- soe ons die cronijke tuijcht claer om mercken
- 45
- wie rethorica hadde amicabile
- Voertyts groot en smal
- waren poeten ghenaemt int ertsche dal
- soet hem tuycht noch heden
|
32 de r van eerlyc is boven
het woord geschreven.
33 de t van werckt en
van goedts is met zwarteren inkt bijgevoegd.
|
[p. 110]
-
- Int roomsche palleijs en ewich dueren sal
- 50
- wilt den sin betreden
- Wie best heeft rethoricams constighe seden
- die heeft regiment ouer vele beden
- soe ons scriftuerlyck vloyt
- Rethorica is een conste vol vreden
- 55
- daer cicero hem prinche af heeft besneden
- en constich gheuoijt
- due swercls vseren rethoricams conste groijt
-
- Prinche
-
- Rethorica is eerst doer goeds geest ghesonde
- en bij die meester in grieken vonden
- 60
- ghelijc gaerghijas tullius en hermogra
- Die der consten bant
- van rethorica ionstich hebben ontbonden
- Vermeert gheleert elcken tconstich
vermonden
- Want dexperiencie van rethorica
- 65
-
+ is der duechden
brant
- Want cristus leuen en steruen playsant
- doet sij ons bekinnen
- Haer conste figureert met geeste vaeljant
- diese beminnen
- 70
- En wat ghebuert mach syn ter werlt binnen
- dus concludeeric voor alle sinnen
- dat rethorica bloyt
- Bouen alle consten wij die ons berinnen
- want goods geest laetse ons ghewinnen
- 75
- soe mijn motijf noch royt
- Duer swercks vseren rethoricams conste groijt
|
|
|
|