[p. 122]
-
- 20
- Sy die bewandelen der werlt dycken
- prouincien landouwen oft coninckrijcken
- wat soiticheyt souwense connen ghelyken
- tegen soit aenschouwen
- Der vrouwen wiens schoonheyt moet
bouen stryken
- 25
- alle rethoryken oft soite musijken
- daer en can gheen rechte blyscap blyken
26
- en sijnder gheen schoon vrouwen
- Sy syn een sucoors den mannen vol rouwen
- sy doen steken tornoyen mit swerden houwen
- 30
- verliesen en winnen
- Sy syn een soit lustich hemels bedouwen
- mar this iammer datmense niet en mach
betrouwen
- int werck van minnen
- Sy doen wel een werlt vol wercks beginnen
- 35
- mer wat icse pryse daer sal een mer sijn
- sy hebben wel aensichten als goddinnen
- eloquencie als ingelijken sinnen
- Maer this jammer datse soe wanckelbae r syn
38
|
26 de r van daer boven den
regel bijgevoegd.
38 Dit referein is onvolledig, doordat fol.
lxx uit den bundel gescheurd is. Vóór 1 De titel ontbreekt,
doordat fol. lxx is uitgescheurd.
|