[p. 125]
REFFEREYN LXV Wou elc syns selfs consciencie doerwieden
- Onlanx leden als myn verstant vermoijt
was
- en zeer verbroyt was doer fantasyen
- Sliep ic int velt daer tgras scoon gegroyt was
-
+ en zeer ghebloijt was / dat therte mocht
verblyen
- 5
- Een visioen sach ic te dien tijen
- want my docht dat ic een boemgaert sach
- Vol quaet cruyts soe dat niet en mochte bedijen
7
- en vol wormen vroetende nacht en dach
- Dien hij toebehoorde onnachsam daer bi lach
9
- 10
- en hiet elc hoort nu de sentencie
- Den boomgaert soe ict best verstaen mach
- bewijst sijn ongherustighe consciencie
- Vol vuijlder wercken sonder reuerencie
- waeraf de contrarie sonden gheschieden
- 15
- Wou elc sijns sels consciencie doerwieden
-
- Dese boomgaert hadde alsoe mij docht
- goede suete locht ende goet cruijt beneden
- Mer drie quade cruijden diemen sien mocht
- haddent soe brocht / dat neder was getreden
- 20
- Deerste was riet gegroijt tot allen steden
- hoghe op ghegaen teghen de locht van
binnen
- De suete locht is goeds gratie vol vreden
22
- die god geeft der conscientien wt minnen
- Mer thoge riet der houerdigher sinnen
24
- 25
- belet die gratie nae sint iacobs vermaen
25
- Och wou elc hem seluen wel kennen
- tgoet cruyt der duechden sou weder op staen
|
7 de eerste e van bedijen
boven het woord bijgeschr.
9 in marg. links en rood onderstreept
mathei 13o
22 na vol is minnen
doorgehaald.
24 Na Mer is thouerdighe
doorgehaald en thoge erboven bijgeschr.
25 in marg. links en rood
onderstreept jacobi 4o
|
[p. 126]
-
- Soe en soude desen boomgaert niet vergaen
-
+ mer altijt bloien voer
god ende alle lieden
- 30
- Wou elc sijns selfs consciencie
doerwieden
-
- Daer was ooc gouwert die stinckende vuijl spiruijt
31
- verdrinckende tfruijt wantse vuijl ende
beplect was
32
- Ten derden dorne verminkende ruijt
cruijt
33
- crenckende tviertuijt des daer onder
gedect was
- 35
- Die stinckende gouwert die vuijl beplect was
- bewyst luxurie stinckende voor god
36
- Die dorne die al omme ghestrict was
- dats ghiericheijt naeder ewangelien slott
38
- Tgoet cruijt der duechden werdt verdruct en
verrot
39
- 40
- mits desen drie cruijden sonderlinghe
- En mit meer anderen teghen tghebot
- die daer wt spruijten al euen gheringhe
42
- Dit doet der consciencien quetssinghe
- welc nochtans sij souden wel ontulieden
- 45
- Wou elc syns selfs consciencie doerwieden
-
- Prinche
-
- Die grote heere van desen boomgaert
- aldus bouen verclaert / es god verduldich
- Weder hij draghe goij vruchten wel gespaert
- of qualyc verwaert / den cseijs issmen hem
sculdich
49
- 50
- Den scijs is rekeninge menichfu
50
|
31 de l van vuijl verb.
uit t
32 de eerste e van
verdrinckende boven het woord bijgeschr.
33 na derden is droeue
doorgehaald en dorne erboven bijgeschr.
36 in marg. rechts en rood
onderstreept joelis p.o
38 in marg. rechts en rood
onderstreept mathei 8o
39 in marg. rechts en rood
ondersteept joelis po v
42 in marg. rechts en rood
onderstreept mathei 13o
49 in marg. rechts en rood
onderstreept luce 16o
50 In marg. links Den csijs is en
in marg. rechts rekeninge menichfu (ldich schijnt weggesneden bij
't binden) en de 2 bijgeschreven gedeelten verbonden door een
streep tusschen r. 49 en 51.
|
[p. 127]
-
-
[p. 128]
-
- Elc ruijme dan den hof die god mishaecht
- Ende en sy den worm niet meer gehuldich
-
+ Die altyt wroit anders wee hem dien draecht
53
- Want tselue est dat ijsaijas beclaecht
54
- 55
- segghende hoeren worm en sal niet steruen
- Wou elc wt grauen den worm die knaecht
- die consciencie sou gracie verweruen
- God soudse heeten een hof van synder eruen
- syn suster syn bruyt soe cantica bedieden
59
- 60
- Wou elc syns selfs consciencie doerwieden
|
53 anders boven den regel
bijgeschr.
54 in marg. links en rood
onderstreept ijsaije vltimo
59 in marg. links en rood
onderstreept canticorum 4o Titel: een verbeterd
uit eem
|
|
|