REFFEREYN LXXXI Non fortse mocht ick myn lief ghebruyken
- Al soude die maen hoer schyne begheuen
- al soude die god maers worden verheuen
- al souden alle scapen worden serpenten
- Al waer die lupaert syn cracht verdreuen
- 5
- al wordent al wilde dieren die leuen
-
+ die niemant en cosste bedwinghen by
experimenten
|
|
[p. 156]
-
- Al vielen ter erden alle fundamenten
- en elc moest sculen in bosschen en haghen
- Al ghinghen te niet alle patienten
- 10
- en dat doncker als die helle worden die
daghen
- Al souden die ghieren elcs vleysch
doerknaghen
- al souden alle berghen te gader luyken
- Al soude my tverlanghen ter doot toe plaghen
- Non fortse mach ick myn lief ghebruijcken
-
- 15
- Al souden die vorsschen die snoycken
verscueren
- al souden die reygher alle vijuers wt pueren
- en eten den visch al totten caelen gronde
- Al soude die hauicken ewelick trueren
- al en souden die valcken niewerts gedueren
- 20
- noch datmen partrysen noch honden en
vonde
- Al spraken alle tonghen mit enen monde
- of dat alle huysen keerden topperste ondere
- Off dat al totten dake int water stonde
- of dat al verbernde vanden spaenschen
dondre
24
- 25
- Al quame ter werlt het meeste wondre
- dat elc van vare moest in een hantscoen
duyken
- Al quaem al dit lyden daer ic of bin vermondere
27
- Non fortse mocht ic myn lief ghebruycken
-
- Al souden die turcken comen int lant
- 30
-
+ diet al bedoruen
boom bosch ende sant
- om tvolc mit wraken hier te quellene
- Al riepmen aen alle syden brant
32
- of al soudt al verdreuen syn datmen oijt
vant
- en dat deen den anderen begonst te vellene
- 35
- Al pijndemen om wtrecht te verstellene
- oft om duijnkercken te voiren totter sluijs
- of om twitte wter lieden oghen te pellene
- of dat alle goide wynen worden veriuijs
|
24 de tweede d van dondre
boven den regel bijgeschreven.
27 de tweede e van vermondere
boven den regel bijgeschreven.
32 de i van riep boven den
regel bijgeschreven.
|
[p. 157]
-
- Al souden alle bloemen worden gruijs
- 40
- en alle tinnen potten quade eerde
cruijken
- All worden alle aduocaten befaemt en confuys
41
- Non fortse mocht ick myn lief ghebruijken
-
- Prinche
-
- Al souden alle wateren in een vergaeren
- en die werlt vergaen binnen seuen jaren
- 45
- en datmen niewerts sculen mocht dan in
craken
- Al souden die alle teghen den roncelberch
varen
- en op plancken driuen die binnen waren
- en nemmermeer daer naer te lande geraken
- Al en souden sij niet rusten mer ewelic
waken
- 50
- en nieuwers te sculen dan onder shemels pleijne
- Al en vondmen gheen spyse dan noeten om
smaken
- ende niet te drincken dan claer fonteijne
- Al waren alle marmaren gemaect soe cleyne
- als tsandeken dat inde lucht mach smuyken
- 55
-
+ En dat allet gout smoute mit eenen rijme
- Non fortse mocht ic myn lief ghebruyken
|
41 na All is e
doorgehaald.
|
|
|