[p. 180]
-
- en cryghen een ionck kint opten scoot
- En daer deen haspelt en dander gaet
spinnen
34
- 35
- niet wetende van vruechden wat
beginnen
- om datse een kint hebben schoon en groot
-
+ En daerse al melc en
wittebroot
- voer tkint gaen broeken sonder vercouwen
- En daer de man coomt gescoten int hoot
- 40
- dat hij voor deten ghenuecht wilt brouwen
- En seyt wy moeten eens dansen in trouwen
- gent onder ons beyen sonder afgrijs
- En dat sy deen hant in dander duwen
- en gaen daer singhen sonder ophouwen
44
- 45
- Es dit niet ter werlt een paradijs
-
- Prinche
-
- Ick en sou thuwen v niet ontfrayen
46
- want ic my seluen wil ooc gaen bestaijen
- tes toch al ghenuechte datmen daer hoort
- Ende daer die oochkens soe minlick draijen
- 50
- dat sy deen dander in liefden paijen
- en nemmermeer op een en worden gestoort
- En daermen noch noyt en heeft ghesloort
- mer altoos lief tes goet om achten
- En al essmen somtyts mit hongher verdoort
- 55
- damoruesheyt stellet uwten ghedachten
- En daermen noch noyt en hoorden clachten
- mer altoos eens draghen met goeder auys
- En daer sy malcanderen int bedde wachten
- het sy met jonsten oft anden drachten
- 60
- Es dit niet ter werlt een paradys
|
34 na deen is doorgehaald ha
gevolgd door een uit e verb. (lange) s en door een
uit (eene lange) s verb. p
44 de n van gaen verb.
uit r
46 v boven den regel
bijgeschreven.
|