[p. 194]
ALIUD IC Dats twonderlicste datmen ghelouen moet
-
+ O Wonderlick god seer
groot van machte
1
- wilt my nu leeren sondighe drachte
- dwelc om ghelouen es in smensche ghedachte
- dwonderlickste van al
- 5
- Dat god van niet al die werlt wrachte
- dat hij van eerden schiep tmenschelijke gheslachte
- dat dwoort vleijsch en bloit es worden bi crachte
- dats groot sonder ghetal
- Oft dat hy duijterste oordeel houden sal
- 10
- in iosaphats dal / oft tsacrament ghepresen
- Mer als ic dencke opt tgheloue groot en smal
- dat god beual / knoopende / ons verstants pesen
- Soe segick dat int gheloue wtghelesen
- twonderlickst geresen / es god ons behoet
14
- 15
- Welc wonder in god meest leijdt in desen
- dat hij es een wesen / drie persoonen vroet
- dats twonderlixt datmen ghelouen moet
-
- Wij ghelouen in een ewicheijt verheuen
- inde dryuuldicheijt / en sonder sneuen
- 20
- de drijuuldicheijt / in deewicheijt beseuen
- moeten wij leeren
- God vaer / god soon / god geest / die aen een cleuen
22
- en gheen drie goden / mer een int ewich leuen
- desghelycks heer vaer / hoort wonder bouen
screuen
- 25
- heer soone vol eeren
- Heer heylich geest / een heer / gheen drie heeren
- dwelc doet vermeren / twonder secretelick
- Elc ongemeten / nochtans sonder verseren
- sall ict om keeren / gheen drije onmetelick
|
1 god boven den regel
bijgeschreven.
14 na ons is h tweemaal
doorgehaald.
22 het derde staafje van de m
in soom doorgehaald.
|
[p. 195]
-
- 30
-
+ Dit moet ghelooft sijn oft als wech gesmetelick
- en verghetelick worden int helsche ghebroijt
- Want drie syn een / niet af ghespletelick
- soe segick wetelick / in al tgheloue soet
- Dats twonderlickste datmen ghelouen moet
-
- 35
- Tswerelts sceppinghe / dwerck der incarnacien
- dat sacrament van groter gracien
- dit syn al wercken in speculacien
- wonderlick en swaer
- Soe veele te meer sonder compacien
39
- 40
- es wonderlick in contemplacien
- die cause van dier wercken fundacien
- daer wt sy spruten claer
- Dats god een int wesen dats openbaer
- drie personen een paer / want de wercken
groot
- 45
- Der drieuuldicheyt en syn niet
verscheden / maer
- onghedeelt voerwaer / dits te gelouene noot
- Soe dan tvier bernende vlammich en root
47
- is heeter dan tloot / dat bernt in des forneys gloet
- Soe syn drie personen / een wesen / een
hoot
- 50
- wonderlyker bloot / dwelc my verhalen doet
- dats twonderlickste datmen ghelouen moet
-
- Al syn die wercken vander drieuuldicheden
- onghedeylt / soe oec god es telcke steden
- soe dat deen doet dat doet dander mit vreden
- 55
- nae sgheloefs vermaen
-
+ Nochtans die
drieuuldicheyt hier beneden
- niet en is gheboren noch en heeft gheleden
- noch oeck verresen / mer die sone heeft
gestreden
- en menschelicheyt ontfaen
- 60
- Noch de drieuuldicheit en is niet neer ghegaen
- den discipulen aen / als stercken dondere
61
- Noch als een duue op iesum ghestaen
62
|
39 na veele is to
doorgehaald.
47 na bernende is vlannich
doorgehaald.
61 de n van den verb.
uit s
62 de n van en verb.
uit e
|
[p. 196]
-
- mer dit heeft ghedaen / die geest als oorcondere
- Noch sy en heeft niet gheweest als vermondere
- 65
- ghy syt myn sone bisondere / inden vloet
- Mer twas de vaer / dits wonder bouen wondere
- het brengt my tondere / dies myn hert blyft goet
- Dats twonderlickste datmen ghelouen moet
-
- Twonderlickst heet ic noch aen elcken cant
- 70
- dat meest valt teghen tnatuerlick verstant
- want onwetenheyt doet verwonden te hant
- de consciencie
- Men vint gheen dinck noch noijt en vant
73
- in ons gheloue soet en plaijsant
- 75
- dat meer des menschen engien hout inde bant
- dan myn intencie
- Te syne drie sonder violencie
- een essentie nade figure
- Een substancie (hoort doet diligencie)
- 80
- gheen differencie / inder godheyt pure
- Tschynt ommers een wonderlyke cure
- bouen nature verstant cracht lyf en bloet
- Tes nochtans vast ghelyck een mure
-
+ dies ic voldure / en segghe sonder ontspoet
- 85
- Dats twonderlickste datmen ghelouen moet
-
- Prinche
-
- Dat wonderlixt is blyct noch meer siet
- men vint gheen artikel noch gheen bediet
87
- daer meer onghelouenne is in gheschiet
- en ketterye
- 90
- Deen seyt dat de vader heeft gheleden
tuerdriet
- dander dat de vader en is niet ghelyck iet
- de sone / ende dat de geest en es god niet
- tes vilonije
|
73 de v van vint een
onvolmaakte w
87 de v van vint een
onvolm. w
|
[p. 197]
-
- Dander eert vier personen mit herten blije
- 95
- dander pertije / wilt drie goden betrouwen
- De cause is twonder / dat een is drije
- tschynt fantasije / die de ketters doet flouwen
97
- En hen verstant verdonkeren en benouwen
98
- soet int aenscouwen / daenschyn
verdonckert doersproet
- 100
- Hier omme moet ickt mitten doctoors
houwen
- die sonder vercouwen / my gheuen de voet
- Dats twonderlickste datmen ghelouen moet
|
97 de ij van fantasije
verb. uit e
98 het verkortingsteeken boven de
laatste e van verdonckeren is langer dan gewoonlijk, ten einde
het verkortingsteeken boven de voorlaatste e door te
halen.
|
|
|