REFFEREIJN CI O doot my eyst dat ick uws vermane
- O wonderlick wesen fel en afgrijselick
- wiens daet noyt duecht en was bewyselic
- Mer briessende als leeuwen op elcks verstoren
- op heyen en moren
- 5
- Segt my wie was v dyns wercks oyt pryselic
- welc ghy ghewracht hebt mit crachten yselick
- aen dedel hertekens die tleuen vercoren
- nu ende hier voren
8
- Tfi dyns vileynicheyts mordadichs
versmoren
- 10
- my walcht dyns voorstels mocht ic wter bane
10
-
+ Ay laecen neen ick /
dats verloren
- my rout den tyt dat ic was gheboren
- Want sonder respyt moet icker ane
- O doot my eyst dat uws vermane
-
- 15
- Tfy / meer dan tfy / tfy tuwer scanden
- wie gaf v die wonderlyke cracht in handen
- dat ghyt al sleypen sout int hol der mieren
17
17
- menschen en dieren
- Tfy maecti soe ouerbloidich dyn tanden
|
8 na 8 is een r. wit gelaten, doch
in marg. l., daartegenover, staat nichil deficit hic
10 de l van walcht verb.
uit c en de c boven het woord bijgeschr.
17 na al is sp
doorgehaald.
17 na der is dieren
doorgehaald.
|
[p. 200]
-
- 20
- op adam / en eua / tfy helschelike panden
- dat ghy goods vrienden doer dyn bestieren
- soe ghinct scoffieren
- Hoe fel was op dauid v valchs creieren
- en op bersabee schoon van ghedane
24
- 25
- Hoe dedi hercules therte faelgieren
- en alexander mede cloeckst van maniere
- Ghy pijnet al mit druck tontfane
- O doot mij eijst dat ic uws vermane
-
- Serpentelick dier niet om dwinghen
- 30
- twy swolchdi absolon tfi dakelyck slinghen
- dat ghy den coninck salomon bekent
31
- bracht in torment
- Ey bouen dien erchst int doorwringhen
- hebdi julium tuwen danse doen springhen
- 35
- en octauianum des keysers excellent
- mordadich serpent
- Den ouden mathusalem hebdi ooc ghescent
- en gedeon die trompette plach te slane
- En den stercken sampson mit listen verblent
- 40
-
+ Dies segic ghestelt synde onder die vane
- O doot my eyst dat ick uws vermane
-
- Prinche
-
- O princelike doot die pharao const timmen
- hoe mochti nabugodonosor beclimmen
- en lantsloot mede soe brenghen ten fyne
- 45
- met zandrijne
- Tfy mochti holofernum in dbloit doen swimmen
- en iudith vernielen mit stralende vlimmen
42-47
|
24 het eerste staafje van de n
in ghedane verb. uit het eerste ged. eener e
31 na dat is ghen
doorgehaald.
42-47 pharao nabugodonosor lantsloot
zandrijne holofernum iudith rood onderstr.
|
[p. 201]
-
- daer menich om quam ten droeuen schijne
- en de schone josyne
- 50
- Die ghi mit sara de rosemarijne
- en met helena net als een swane
49-51
- Ghebrocht hebt tot sulcke inwendighe pijne.
- daer therte om schueren most by termijne
- Dit dunckt my abuus syn soe ick wane
- 55
- O doot mij eijst dat ick uws vermane
|
49-51 josyne sara helena rood
onderstr.
|
|
|