Krispyn filozoof en De belachelijke gevolgen van het dansen ener menuet (anoniem) (ed. C. Ypes)


auteur: Simon Stijl


editeur: Catharina Ypes


bron: Simon Stijl / anoniem, Krispyn filozoof en De belachelijke gevolgen van het dansen ener menuet (ed. Catharina Ypes). J. Noorduijn en Zoon, Gorinchem 1955  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 99]

Tweede toneel

schijnvroom, veinsaart, dweepziek en fijnzugt
schijnvroom
 
Zeer Weleerwaarde en zeer Hooggeleerde Heren!
 
Geroepen om deez' Kerk als Leraars te regeren,
 
Hoort eens, Collega's, na een waar, doch snood geval,
 
't Geen ik uit ware plicht u eens verhalen zal.
 
Het smert mij, dat ik u de zaak moet openleggen,
90
Doch mijn zeerwaardig ambt gebiedt mij 't u te zeggen.
 
Een Ouderling, - helaas! - van deze ware Kerk,
 
Bedreef een goddeloos, en doemenswaardig werk.
 
Die man die ik wel meer te dertel heb bevonden,
 
Die danste een Menuet, wat gruwelijke zonden,
 
Voor een waar Christen! O, kan dit zo met de naam
 
Van Ouderling bestaan? Wat zegt gij, Broeders, t' saam?
veinsaart
 
O, mijn Collega's! Als ik u mijn zielsgedachten
 
Zal zeggen, heeft die man niet anders te verwachten,
 
Als dat wij, hem ten straf, voor zijne euveldaân,
100
Eens met ons vieren, na zijn huis of woning gaan,
 
Om hem zijn wangedrag strafwaardig voor te stellen;
 
Doch vooraf dienden wij zijn vonnis al te vellen.
dweepziek
 
Dit 's waar, Collega! Richten wij dan eer wij gaan,
 
Mijn Broeders, zo 't behoort eens een Conclave1) aan,
 
Opdat ons niemand zegt, dat wij te roek'loos bouwden
 
Op losse gronden, in zijn straf hem voor te houden.
fijnzugt
 
Ja, mijn Collega's, dit's zeer nodig, zo ik acht,
 
Omdat een waereldling ons altijd houdt verdacht
 
Van een te strenge deugd, als wij iemand berispen,
[p. 100]
110
En al hun waereldlust van onze Godsvrucht gispen.1)
 
Maar zegt eens hoe zal 't gaan, als Broeder Ouderling
 
Zich ook eens vinden laat in deze waarde kring
 
Van ware heilige en Godgewijde Vromen?
schijnvroom
 
O, deze man zal nu, geloof mij, daar niet komen.
 
Hij heeft tot zulk een werk tot heden nog geen tijd,
 
Maar denkt tot nu te veel om al zijn ijdelheid.
 
Koom, Broeders, laat ons gaan, en zonder lang te dralen,
 
Zijn welverdiende straf in onze Raad bepalen.