Welke is de beste regeringsvorm? Een verligt Wetgever, zegt men, moet het karakter van het Volk leren kennen, welk hy beschaven wil, en alle instellingen moeten strekken, om deszelfs neigingen te besturen, indien hy tot hun geluk wil werken. Gene regeringsvorm is zo volmaakt, dat dezelve zonder onderscheid voor alle volkeren van den aardbodem van dienst zou zyn. Deze stelling, die de gestrengheid van het onderzoek niet zou doorstaan, heeft weinig ongelovigen gevonden, dewyl zy menigmalen is herhaald geworden. Het zyn de indrukzelen der opvoedinge, die den mensch maken, hetgene hy wordt; het eerste geslagt is het zwaarste om tot iets opgeleid te worden. De instellingen van den wetgever hebben niets gestrengs voor de volgende geslagten. Alcibiades, te Sparta geboren en opgevoed, zou een Agis geweest zyn.
Polybius is van gedagten, dat de regeringsvorm, die het best met de natuur van den mensch overeenkomt, die is, welke in eene juiste evenredigheid is samengesteld uit de alleenheerschinge, de regeringe der voornaamsten, en de Volksregeringe: zonder zig in eene van die redeneringen intelaten, waar hem de reden haar ligt zou aangeboden hebben, neemt hy de ondervinding alleen te hulp, om zyn gevoelen te staven. Hy geeft ten voorbeelde, de gesteldheid van Sparta door Lycurgus ingerigt. Dees wyze wetgever hadt van elk dezer regeringsvormen genomen, hetgene 'er het best in was, om een geheel te
vormen, welks welverbondene schikking de duurzaamheid daarvan verzekerde. Zodanig was de wysheid van zyn samenstelzel, dat geen van de drie deelen, die hetzelve uitmaakten, ooit, zelfs wanneer zy de voorgeschreven palen te buiten gingen, tot die gebreken kon vervallen, welke hunne gesteldheid bygebleven waren. Dewyl ieder door de kragtige tegenkanting der twee anderen werdt teruggehouden, zo kon geen de overhand krygen, en de evenaar der magt bleef altyd in een juist evenwigt.
Van de handhavinge van dit evenwigt doet Polybius de duurzaamheid of den val van alle gemengde regeringsvormen afhangen. Hy voegt 'er by, dat, gelyk elke regeringsvorm oorspronkelyk van het Volk kwam, zo ook alle de veranderingen, die 'er in voorvallen, het werk des volks zyn. Wanneer een Staat, na over zyne dwingelanden of zyne naburen gezegepraald te hebben, tot het genot zyner vryheid, en het bezit zyner goederen is gekomen, dan geven de burgers zig over aan de verwoestingen der weelde, en hunne zeden worden van dag tot dag meer bedorven. Dan beginnen de zaden der staatzugt in aller harten opteschieten. Dan worden de bedieningen gezogt van den staatzugtigen, die 'er meer op bedagt is, om zig de rykdommen van den Staat toeteeigenen, dan om andere voor denzelven te verkrygen. Alle veranderingen, welke dan voorvallen, zyn nieuwe misbruiken, die onder den schoonschynenden naam van hervorminge ingevoerd worden. Men wil slegts de takken afkappen, en men legt de byl aan den stam zelven.
Deze veranderingen hebben hare oorzaak in de staatzugt van voornaame burgers, die voldaan of bedrogen wordt, en bovenal in den eerbied, welken zig de man zon-
der verdiensten, die zyne waardigheid onteert, te onregt aanmatigt; de rykdommen, die in agtinge zyn, maken, dat de onbekende en schroomagtige deugd verwaarloosd wordt. Het is dan, dat het volk, misleid door de liefkozingen dergenen, welker staatzugt te onvreden is, opgeblazen door een al te hoog gevoelen van zyne magt, verblind door den luister, die het omringt, getergd door de roveryen, welke de gierigheid van nieuwe bezitters oeffent, schielyk overslaat, om die geweldige bewegingen te verwekken, welke eenen Staat eerst in de heerscheloosheid storten, die 'er wel haast dwingelanden aan geeft. Het gene ik gezegd heb, is niet dan een kort begrip van de gevoelens van Polybius, in zyne uitmuntende verhandeling over de verschillende regeringsvormen, eene verhandeling, welke ons bewaard is in het zesde boek zyner geschiedenis, en welker lezing men niet te veel kan aanpryzen aan elken regtschapen burger, en voornamelyk aan hun, die het bestuur over de lotgevallen van een volk in handen hebben. Met een woord, het is een boek voor Koningen en Staatsdienaren, die hunnen pligt willen leren.
Hy onderzoekt, wat eene regering zy in haren eersten oorsprong; hy ontvouwt vervolgens de middelen, door welken verschillende Staten zig tot den hoogsten trap van roem en magt verheven hebben; en hy bewyst, dat zy meer of minder schielyk tot hun ondergang genaderd zyn, naarmate zy meer of minder schielyk van de eerste beginzelen zyn afgeweken, op welken zy oorspronglyk vastgesteld waren. Hy was de droevige getuige geweest van den ondergang van Carthago, en van byna alle de Republieken van Griekenland, en hy leefde lang genoeg, om de Romeinen meester te zien van de gehele bekende
wereld. Zyn groot en diepzinnig verstand was met de schoonste kundigheden verrykt. Zyne bedaarde reden sloeg alle de voorwerpen onder hunne verschillende oogpunten gade. Eene ondervinding van twee en tagtig jaren kwam zyn gezond en vast oordeel te hulp. Wie kon beter dan hy de gebreken en voordeelen van elken regeringsvorm ontwikkelen, en den oorsprong van de menigvuldige veranderingen aanwyzen, welke men niet dan bezwaarlyk kan voorkomen, uit hoofde van de verscheidenheid der menschelyke hartstogten, die nu stil en bedaard, en dan wederom uitgelaten, den wyzen man misleiden, die zyn best doet, om dezelve te bedwingen?
Niets steunt beter op een gezond oordeel dan de middelen, welken hy aanwyst, om de gesteldheid van een vry volk in hare oorspronglyke wakkerheid te handhaven. Hy geeft aan Lycurgus den voorrang boven alle wetgevers. Hy beschouwt hem, niet als een gemeen man, maar als een verhevener verstandig wezen, tot geluk der menschen door de Godheid zelve gedreven. Hy merkt aan, dat de Spartanen, door zyne wetten standvastig te volgen, hunne vryheid langer tyd behielden dan eenig ander volk op den aardbodem.
Men kan niet betwisten, dat de gesteldheid van Groot-Britanje, vooral sedert de laatste omwenteling, zeer naby komt aan het algemene plan van Lycurgus, waar de Koninglyke waardigheid erflyk was; zo dat by den eersten opslag van het oog de eene volgens de andere schynt gevormd te wezen. In de Engelsche regeringe heeft men bedoeld, zulk eene juiste evenredigheid vasttestellen tusschen het vermogen der Alleenheerschinge, de regering der voornaamsten, en de volksregering, die door den Koning, de Edellieden, en de Gemenen, verbeeld worden,
dat de ondergang van de eene den ondergang der beide anderen na zig slepe. Dus, wel verre van 'er belang by te hebben, van elkander te gronde te brengen, moeten zy veeleer waken, om de vermindering van de magt der eene party te voorkomen, welke eene onderneeming tegens hunne eigen magt zyn zou. De duurzaamheid hunner regeringe hangt af van het juiste evenwigt, en de eenstemmigheid, die onder hen heerscht, en het is de meer of min naauwkeurige handhaving van dit evenwigt, waaruit een oplettend en onpartydig waarnemer kan oordeelen, of de Engelschen in eenen staat van verbeteringe zyn, dan of zy tot hunnen ondergang naderen, en welken de trappen zyn, die hen daartoe brengen.
Men gelieve egter in het oog te houden, dat de gedagten, hier ter nedergesteld, enkel zullen dienen om de misbruiken te verbeteren, en niet om opzettelyk de Engelschen te laken; hy, die dezelven voor den dag brengt, wordt door generhande belang van party gedreven; zyne aanmerkingen zyn geen uitwerksel van nyd noch haat, die haren schryver tot schande vertrekken, en het vernuft onteeren, terwyl zy het speeltuig zyn van de driften hunner vrienden cf beschermheren; dus is het alleen eene verklaring van gevoelens, met die edelmoedige vryheid voorgesteld, welke ieder denkend wezen natuurlyk eigen is. Het is alleen een verhaal volgens Polybius, hoe alle de samengestelde regeringsvormen begonnen hebben van hunne beginzelen aftewyken, welke de trappen van hunne verheffinge en grootheid geweest zyn, hoe zy door deze verwaarlozing tot hunnen val naderden, en welke de middelen waren, die, naarmate de Staat zwakker werdt, nieuwe misbruiken voor denzelven te wege bragten.
Polybius zegt, dat de gemengde regeringsvorm, door Lycurgus vastgesteld, het werk was van eene rype en weloverdagte redenering. De vaststelling der Romeinsche Republiek schynt hem het werk der noodzakelykheid geweest te zyn. Inderdaad, het was niet door kragt van redeneringe, dat de Romeinen de kennis verkregen van de hulpmiddelen, die best geschikt waren, om hunne staatkundige ongemakken te genezen, maar door de ondervinding van de wreedste onheilen. Ik twyffel ook niet, of deeze regeringsvorm, die overal ingevoerd is, waar de wapenen der Gothen de overhand hadden, van dezelfde oorzaak kome, dat is te zeggen, van de noodzakelykheid en ondervindinge. Het is zeker, dat, wanneer in eene gemengde regeringe de drie magten elkander juist opwegen, de Staat in zig zelven een hulpmiddel vindt tegens alle staatkundige ongeregeldheden. Dit hulpmiddel bestaat in de dwingende magt, welke twee van deze Mogendheden, met elkander vereenigd, altyd in staat zyn, op de derde te kunnen oeffenen.
Maar gelyk het de noodzaakelykheid alleen is, welke de gevaarlyke tewerkstelling dezer magt kan regtvaardigen, zo moet dezelve ook bestuurd worden volgens de beginzelen, waarop de regering gegrond is; want indien door een verkeerd gebruik van deze magt eene van de drie Mogendheden verzwakt of geheel vernietigd wordt, dan raakt het evenwigt verloren, en de gesteldheid lydt eene gevaarlyke verandering. Dit is het geval geweest in Denemarken, waar de Koninglyke waardigheid verkiesbaar was. Het volk, moede, van langer onder de dwingelandsche verdrukkinge van den Adel te leven, oordeelde, zig niet beter van zyne verdrukkers te kunnen wreken, dan door eene schuilplaats by den troon te zoe-
ken. Fredrik de III, die toen regeerde, van het grootste gedeelte van zyn Koningryk in zekerheid gesteld, dwong de Edelen, om van hunne regten en voordelen afstand te doen. Deze grote omwenteling maakte in het jaar 1660 de Koninglyke waardigheid erflyk. Sedert dat tydperk is Denemarken, minder aan onweersbuien onderhevig, geregeerd geworden van burger-Koningen, die te verligt waren, dan dat zy niet zouden begrepen hebben, dat de duurzaamheid hunner grootheid aan den voorspoed hunner onderdanen verknogt was.
De laatste omwenteling in Zweden, hoewel van dezelfde oorzaak afkomstig, heeft verschillende uitwerkselen gehad. Karel de XII, meer buitengemeen dan verheven, staatzugtiger om aanwinningen te maken, dan bekwaam om te regeren, hadt zyn volk door verderflyke krygstogten uitgeput. Maar wanneer zyn dood Europa van deezen vernielenden geessel bevryd hadt, dagt het wankelende en zwakke Zweden aan middelen, om zyne oude wakkerheid te herkrygen. Daar de Staten niet meer terug gehouden werden door de vreze van eenen oorlogzieken Monarch, die in zyne onderdanen niets anders zag dan sidderende slaven, zo eischten zy de magt terug, welke men hun te onregt ontnomen hadt. Den Baron van Gortz, Staatsdienaar en medepligtige aan de verdrukkingen van den laatsten Koning, werdt het hoofd afgeslagen. De Staten, terwyl zy de Kroon erflyk lieten blyven, lieten aan de Koninglyke waardigheid niets dan eenen bloten titel zonder magt. Een Koning van Zweden is niets anders dan eene opgesierde herssenschim, dan een onderdaan, onderworpen aan de gestrengheid der wet, en tot eene afhanglykheid gebragt, gelyk aan die van den Doge van Ve-
netie of Genua, die het hoogste gezag verbeelden, zonder 'er het gebruik van te hebben.
In deeze beide voorbeelden is de omwenteling te wege gebragt in de regeringe zelve, en dat wel door de vereeniging van twee partyen tegens de derde. De uitslag van deze omwentelinge is zeer verschillend; de eene voert de Koninglyke waardigheid ten top, de andere vernietigt dezelve. In het eerste van deze voorbeelden geeft het Volk, tegens den Adel verbitterd, gehoor aan de inboezemingen van de voorstanders der Koninglyke magt, het stelt al zyn gezag in de handen van eenen Koning, die 'er zig van bedient, om 'er zig den volstrekten meester door te maken van het lot van den Adel, en welhaast van het volk, welks voortbrengzel hy is. Dus is de regering van Denemarken, van vry gelyk zy was, hervormd in eene volstrekte alleenheerschinge.
In het twede voorbeeld zien we den Zweedschen Raad het roer der regeringe in handen hebben gedurende de tusschenregeringe, welke op de dood van Karel den XII volgde. De vernederende herdenking van de verdrukkinge maakte de liefde voor de vryheid weder wakker, welke nooit dierbaarder is, dan, op het ogenblik, wanneer men ontdekt, dat men slaaf is geworden. De Raad liet aan den regeringsvorm zyne uitwendige gedaante; maar het is eene oppervlakte zonder diepte. Men heeft 'er eenen Monarch gelaaten, maar het Koninglyke gezag heeft zig geheel in den Raad verloren, die alleen waarlyk Koning is, hoewel hy den titel daarvan laat varen. Hy heeft de wezenlyke magt in handen, een ander behoudt 'er slegts de schaduwe van. De regering is 'er volkomen aan de zyde der voornaamsten; het volk zugt 'er gelyk te voren in de dienstbaarheid. De Adel heeft 'er al de vrugt
van de omwentelinge getrokken, het Volk is slegts van meester veranderd. Indien de Edelen verligter omtrent hunne belangen geweest waren, zo zouden zy zig van een gedeelte van hun gezag ontdaan hebben; dit was het middel, om het duurzaam te maken.
De omwentelingen, die in de gemengde regeringsvormen voorvallen, kunnen niet voordeelig zyn, dan voor zo ver de twee partyen, die zig vereenigen, bezield zyn door eenen geest van liefde voor het Vaderland, en bestuurd worden door de begeerte, niet om de staatzugtige party, die zig al het gezag zoekt aantematigen, te gronde te brengen, maar om dezelve binnen juiste palen te houden. Door deze grondregelen te volgen zal het evenwigt hersteld worden, en alle veranderingen, welke kunnen voorkomen, zullen het zaad zyn van nieuwe voordeelen.
Zodanig was de geest der Engelschen, wanneer onder Jakobus den II de ondernemingen van het Ministerie zo gehaat, en zo willekeurig werden, dat men bedugt wierd voor eene gehele omkering hunner regeringe, en het invoeren van een volstrekt oppermagtig hoofd. De nood dwong de Edelen en het Volk, gebruik te maken van het hulpmiddel, dat elke gemengde regeringsvorm in zigzelve heeft. Het was, twee partyen samen te vereenigen, om de derde magt te onder te houden, en om aan het lighaam alle zyne schoonheid wedertegeven, door aan alle de leden, waaruit het bestondt, eene behorelyke evenredigheid te geven; en daar deze vereeniging alleen tot stand werdt gebragt door den geest van eene edelmoedige liefde voor het Vaderland, zo maakte de omwenteling, die volgde, den Staat bloejend, naardien het Koninglyk gezag zig binnen regtmatige palen
ingesloten bevondt, en de Staat op zyne ware grondslagen hersteld was, voor zo ver het ten minsten de beroerde toestand der zaken toen kon toelaten.
Maar wanneer eens de driften geen toom meer kennen, wanneer de staatzugtige zig onder den dekmantel van burger verbergt, dan zullen de veranderingen, die niet kunnen missen te geschieden, de orde van het algemeen het onderste boven keren. De begeerte, om het evenwigt in de regeringe te herstellen, welke de eenige beweegreden is, die de twee partyen regt kan geven, om zig samen tegens de derde te vereenigen, zal niet anders dan een eerlyk voorwendsel zyn, om verkeerde oogmerken ie bedekken. Al wie door beweegredenen van beloond te zullen worden, bestuurd wordt, zal naar niets anders dan zyne onverzadelyke gierigheid luisteren.
Dan is de verandering, welke geschiedt, zo de party der alleenheerschinge de overhand verkrygt, ten haren voordeele, en de Koninglyke waardigheid trekt al het gezag tot zig. Dit is het geval geweest in byna alle de Staten, die oulings door de Gothen gestigt zyn, en dit is het tafereel, welk de laatste omwenteling in Denemarken ons oplevert. Indien de party van de regeringe der voornaamsten, door die staatzugt, welke haar natuurlyk eigen is, gedreven, kan slagen, om zig door de hulp van het volk te versterken, dan besnoejen of vernietigen deze beide vereende kragten de magt van den Monarch, en het wordt eene regering der voornaamsten, gelyk heden ten dage Zweden is, of gelyk Holland geweest is sedert den dood van Willem den III tot op de omwenteling, die het stadhouderschap hersteld heeft.
Indien het Volk, door eene ingebeelde of wezenlyke oorzaak in beweginge gebragt, gelukkig genoeg is,
om het gezag tot zig te trekken, dan vervalt de Staat in de verwarring van die heerscheloosheid, welke Polybius de wrede en woeste heerschappy des Volks noemt. Want het is opmerkelyk, dat dat Volk, waaromtrent de wet dikwyls inschikkelykheid moet gebruiken, van anderen de blindste gehoorzaamheid eischt: het kwaad zal ieder dag vorderingen maken, tot dat zig een bekwaam en stoutmoedig mensch opwerpt, die, uit hoofde van zyne geboorte of zyne omstandigheden van eeramten uitgesloten, zig aan het hoofd stelt van een gepeupel zonder zeden en zonder toom, welk hy medepligtig maakt van zyn moorden en roven; dees aanvoerder der misdaad zal welhaast de dwingeland dergenen worden, welker beschermer hy zig noemt, tot dat het gehele lighaam des Volks, van zyne dwalingen bevryd, zig van zyn nieuw juk los maakt, en de regering op den ouden voet herstelt.
Dusdanig is de staatkundige loop, welken Polybius de omdrajing der regeringen op zig zelve noemt, tot dat zy hunnen vorigen staat wederom bereikt hebben. Het lot der Grieksche en Romeinsche Republieken viel ongelukkiglyk op de eerste wyze uit; en de geschillen des Volks eindigden niet dan door de vaststelling der dwingelandye. De ellendige toestand der Engelsche Natie, sedert het jaar 1643 tot op de herstelling van Karel den II, eindigde gelukkig op de twede wyze. De regering van Cromwel hadt Engeland slaafagtig en bloejend gemaakt. Hy is de eenige dwingeland, die den voorspoed eener Natie met derzelver dienstbaarheid heeft weten te vereenigen.
Deze korte schets zy genoeg, om de oorzaaken te doen kennen, welken de gemengde regeringsvormen verheffen of te gronde werpen. Maar indien iemand dieper in de verborgenheden der regeringe, de reden en aan-
eenschakelinge van alle die veranderingen, welke in de Staten voorvallen, wil doordringen, zo moeten wy hem wyzen tot de Republiek van Plato. Het ontwerp van eene gelukkige en regtvaardige regeringe, 't welk dees Wysgeer ons in het eerste deel van het werk van Socrates, zynen meester, heeft nagelaten, is volmaakt het werk der verbeeldinge, de uitvoering daarvan is onmogelyk, ten zy men beginne, met de menschelyke natuur te hervormen; men moest nieuwe menschen scheppen, ontslagen van de dienstbaarheid der zinnen en hartstogten.
Het twede deel, waar in hy van de omwentelingen der Ryken handelt, levert nuttige lessen uit. Alle zyne stellingen zyn gegrond op gebeurtenissen, van welken hy zelf getuige was geweest, en waarvan de Republieken van Sicilie, van Griekenland, en boven al van Athene, zyn Vaderland, hem maar al te droevige voorbeelden verschaft hadden. Dees verheven Wysgeer, den naam van Goddelyk, welken men hem heeft gegeven, te regt waardig, toont ons in deze verhandelinge, dat de omwentelingen haren oorsprong hebben in de onmatigheid der hartstogten, die onophoudelyk tegens elkander stryden, uitgedoofd en wederom geboren worden. Uit dezen hoofde is het, waarom de misslagen der Vaders onnutte lessen zyn voor hunne kinderen. De grondregelen van dezen groten man zyn zo vele verheven waarheden. Zyne zinspelingen zyn edel, en met vernuft op hare onderwerpen toegepast. Zyne onderrigtingen, even dienstig voor den man in waardigheid als voor den amtelozen, kunnen zo wel den Monarch als den onderdaan, den staatsdienaar als den burger, hunnen pligt leren.