Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

15. De aanhouder wint,

d.i. wie volhardt, bereikt zijn doel; Sartorius III, 3, 81: Assidua stilla saxum excavat: Aenhouden doet verkrijgen. De stadige aenhouder wint; ook II, 3, 27, waar de volgende verklaring gevonden wordt: significat nihil esse tam arduum, quod diligentiâ curâque non efficiatur.

[p. 6]

Servilius, 90 heeft hiervoor: wie nyet op en houdt, verwint ten lesten. Allerlei variaties vindt men bij verschillende schrijvers. Zoo bij Campen 114: anstaen doet vercryghen (ook bij Spieghel, Byspr. 3, 15 en R. Visscher, Brabb. 199; aanstaan verwint (Brederoo, III, 408); Gruterus III, 132: de anlegger wint; Brederoo, Moortje, 14: ghestadicheyt verwint; Huygens, Korenbl. II, 107: de aenhouder verwint; Halma, 7: de aanhouder verwint; Tuinman I, 87: de aanhouder overwint; enz. Zie Harrebomée III, 98; Waasch Idiot. 43 a; Teirl. 4: den anhauwer wint, wordt schertsend gezegd als men van iemand spreekt, die met een vrouw aanhoudt (= het houdt); en vgl. Eckart 13: anholnd deit krign; oostfri. anholden deid ferkrîgen; fri. de oanhâlder wint.