Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

37. Op de AB-bank zitten,

d.i. op de onderste schoolbank zitten, de eerste beginselen leeren, nog uit het ‘Ab-boek’ leeren. Vgl. Sewel, 22: Iemand na 't A, B of kinderschool stuuren, to send one to the A, B school; Halma, 1: Hij is nog een abeceling, of nieuweling in de wetenschappen, il

[p. 15]

est encore aprenti, il n'est que fort peu avancé dans la connoissance des choses; ook Sewel, bl. 22, die abeceling vertaalt door an abecedarian (lat. abecedarius, fr. abécédaire). In de 16de eeuw noemde men zoo iemand een abc ionghe (Plantijn); 17de eeuw: een abc klerk. Vgl. het fri.: abiebern, abieciejonge; abiebankje; hd. noch auf der Abc bank sitzen; eng. to be still (or only) at the ABC.