50. Een adder aan zijn borst koesteren,
d.w.z. weldaden bewijzen aan iemand, die ze met snooden ondank vergelden zal of, zooals in Gelderland gezegd wordt, luuz potten in eigen kragen (D. Bl. 3, 48). Deze uitdr. is ontleend aan fabel 97 van Aesopus, in het Middelnederlandsch vertaald in den Esopet 10. In het lat. viperam sub ala nutricat.3) Evenzoo zegt men in het fr. nourrir un serpent dans son sein; hd. eine Natter, eine Schlange am Busen hegen, nähren; eng. to cherish a snake (to nourish a viper) in one's bosom. Vgl. Vondel, Adonias, 559; Jos. in Egypte, 1367; Noah, 410; 834: