Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

77. Almanak, leugenzak,

d.w.z. de opgaven van een almanak zijn niet te vertrouwen, vooral de weervoorspellingen niet. Vgl. Poirters, Mask. 3: Gelijck die eenen Almanach sou willen lesen, moet het boecksken een weynich van sijn oogen houden, ende daer niet op leggen; soo moet men ook de Werelt van verre besien, om te leeren wat voor eenen Almanach en Logensack sy is, wat quaet weder sy prognosticeert, wat tempeesten en eclipsen; Ndl. Wdb. II, 220; VIII, 1683. Zie ook Harrebomée, I, 13: De almanak en de courant brengen de leugens in het land; liegen als een almanak3); fri. hy lycht as in almenak; Sewel, 47: 't Is een almanak-maker (een droomer), he is a fantastick, a dreaming man (vgl. hd. Kalendermacher); zie ook Molema, 6 a; Waasch Idiot. 395 b; Antw. Idiot. 158; D. Bl. I, 49; De Cock1, 249.