Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

80. Twaalf ambachten, dertien ongelukken

wordt gezegd van ‘personen, die telkens een nieuw middel van bestaan zoeken, maar er altijd slecht afkomen’. De uitdr. wordt aangetroffen bij Campen, bl. 19: Twaelf ambachten syn dertien ongelucken, dat in de verzameling van Agricola luidt: Vierzehen handwerck, funffzehen unglück; Spieghel, 273; 291; Cats I, 421; Kluchtspel, III, 117. Bij Baardt, Deughden-Spoor, 213:

 
Men seyt gemeenlyck dat een Man,
 
Die thienderleye Handt-werck kan
 
Wel darthien ongelucken heeft.

Bij Berkhey N.H. 3, 1304 luidt de uitdr. weer eenigszins anders: Men leert 'er (op een Fransche kostschool) vyf ambagten, en heeft dertien ongelukken.1) Bij Sewel, 48: Twaalf ambachten en dertien ongelukken, they who undertake every thing are seldom succesfull. Zoo ook in W. Leevend III, 212; Tuinman I, 127; Harreb. I, 14; Waasch Idiot. 165 b: Twaalf stielen en dertien ongelukken; Teirl. 72: Eén ambacht is beter as dertien stielen, wie veel stielen uitoefent kent geen enkel goed ambacht. In Duitsche dialecten treffen wij deze zegswijze onder de volgende vormen aan: achttein Handwark, is nägentein Unglück; teinerlei Handwark, un hunnerterlei Unglück; drözeng (dertien) Handwerker, vezeng (veertien) Onglöcker; zie Taalgids V, 174; Eckart, 186-187; Jahrb. 38, 163. Thans zegt men in het hd. Neunerlei Handwerk, achtzehnerlei Unglück; fr. quarante métiers, cinquante malheurs; fri. toalf ambachten en trettsien ongelokken.