82. Iemand aan zijn angel krijgen.
Een angel is een vischhaak, waaraan men aas doet om de visch te verlokken er in te bijten en ze zoo te vangen. Figuurlijk wordt deze uitdr. gezegd van menschen: door een lokaas, dat men hun aanbiedt, in zijn macht krijgen; eng. to hook one; to keep one on the hook(s). Men zegt dan, dat zij aan den angel bijten, vastraken, enz.; Ndl. Wdb. II1, 450. Zoo lezen wij bij Vondel, X, 393:
Zoo een van beide zich aan deze vrucht vertast,
Geraeckenze alle beide aen mijnen angel vast.