Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

705. Glossen maken op iets,

d.w.z. aanmerkingen, opmerkingen, spotternijen op iets maken. Onder glos, glosse, mlat. glossa, verstaat men eigenlijk een woord dat verklaring

[p. 275]

behoeft, vervolgens de verklaring van zulk een woord, en bij verdere uitbreiding verklaring, uitleg, ook van een geheelen zin, toelichting (vgl. glossarium), en dan in ongunstigen zin opmerkingen, spotternijen. De uitdrukking komt in dezen zin in de 18de eeuw voor. Zie verder Ndl. Wdb. V, 159-160; Mnl. Wdb. II, 2001 en vgl. fr. gloser sur qqch; hd. Glossen machen zu etw.; eng. to gloss upon, kritiseeren.