Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 285]

735. De groene zijde,

eig. de verliefde zijde1), doch gewoonlijk verstaat men hieronder iemands linkerzijde; hier en daar ook de rechterzijde (in Friesland). Waarschijnlijk zal het eene benaming geweest zijn voor éene der beide zijden, onverschillig welke, daar het ook in de 17de eeuw nu eens de eene dan weder de andere kan beteekenen. Zie Ndl. Wdl. V, 829, waar o.a. geciteerd wordt Horae Belgicae II, 20:

 
Gheraert van Velsen, mijn lieve man,
 
nu isset al verloren
 
te slapen onder mijn groene sijd;
 
graef Floris heeft mijn eer ghenomen.

Vgl. verder Huygens I, 175:

 
Lick en pap-pot met twee oortgies
 
Hadd' jck d'iene en d'aere hangt
 
In men groene sy eplangt.

Brederoo, Moortje, vs. 184; Hooft, Verl. Soon, 12; in het Deensch saette sig ved ins grönne side (Nyrop, 112): hd. die grüne Seite.