Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

763. Haarlemmerdijkjes maken,

d.w.z. ruzie, drukte maken, standjes zoeken op straat, zooals dat door de bewoners van of de wandelaars op den Haarlemmerdijk, een straat te Amsterdam, geschiedt4); vgl. Ndl. Wdb. V, 1450; Kmz. 375: Toen zei de agent, ik waarschuw jullie: maak me geen haarlemmerdijkies.... vooruit! doorloopen. - Ook komt de uitdr. voor in den zin van grapjes, praatjes verkoopen; vgl. Sjof. 98: Och, ja, praatjes, haarlemmerdijkies; Lvl. 52: Martin zet 'n stram gezicht, ten einde 'n welig voorttieren der haarlemmerdijkies te coupeeren; Nkr. VI, 3 Febr. p. 2: Zeg, verkoopt

[p. 297]

u nou geen haarlemmerdijkies; De Ploeg, VII, 144: Bertram is de echte klucht-figuur, een pseudo Italiaansche vicomte, die met ‘Haarlemmerdijkies’ gooit; Nkr. IX, 17 Juli p. 2; Nw. School, V, 267; Dukro, 68; A. Jodenh. 17; Menschenw. 148: Hep ie nie mi main Trien gain hoarlemmerdaikies wille moake? bl. 160; Groot-Nederland, 1914 (Oct.) bl. 458; in Kunstl. 129: Maak d'r gain peuterrdijkies.