Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

805. De hand lichten (met iets),

d.i. iets niet streng nemen, het er zich gemakkelijk mede maken; van verordeningen en voorschriften: ze niet streng handhaven. In den handel

[p. 311]

verstond men eertijds onder de hand lichten, minder vragen dan de marktprijs is (fr. lâcher la main), en onder (de hand) weten te zwaren en te lichten (fri. lichte en swierje), den prijs zijner waren naar gelang der omstandigheden weten op of af te slaan; fig. weten te geven en te nemen, te heffen en te leggen, te snijden en te binden, zooals men vroeger zeide (Bank. II, 311); vandaar de hand lichten met iets, het met iets niet te streng nemen, er zich met een Franschen slag afmaken. Zie Ndl. Wdb. V, 17901); VIII, 1968; Molema, 243 a: hij ken nijt lichten en zwaren; oostfri. man mut to lichten un to swaren wêten.