Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

1551. Hij weet van den moord,

d.w.z. de zaak (of het geheim) is hem bekend; hij weet er van; hetzelfde als: hij weet van den brand (ook in Waasch Idiot. 143). De uitdrukking komt sedert de 17de eeuw voor; zie o.a. Kluchtspel II, 176; Vondel, Bat. Gebr. vs. 1301; en vgl. Asselijn, 300: O, dat wijf het 'et al weg, se weet wis van de moort; Rusting, 592; C. Wildsch. IV, 194: Hij vreesde dat wij hem verdacht hielden dat hij van den moord geweten had; Sewel, 450: Hy kent de leus, hy weet van de moord, he understands the cant, he knows of the matter; 498: Hy weet van de moord, hij weet van de zaak; fri. nou kaem de moart ut, het geheim lekte uit, het ware van de zaak kwam aan den dag; Afrik. hy het van die heele moord niks geweet nie; vgl. het eng. the murder is out. Met Van Dale en Van Lennep2) te denken aan de Parijsche bloedbruiloft is

[p. 45]

niet noodig. Het znw. moord heeft uit zijne eerste beteekenis, die van bloedig feit, verschrikkelijke gebeurtenis, eene zaak in het algemeen ontwikkeld, evenals brand in de uitdr. hij weet van den brand en gearmd naar den brand1).