Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

1644. Van den nood eene deugd maken,

d.w.z. in den nood iets doen, ‘voor deugd of goed aanzien’, dat men anders niet zou goedkeuren; zich naar den tijd en de omstandigheden schikken; lat. facere de necessitate virtutem (Otto, 241). In de middeleeuwen: van der noot (of van der nootsake) ene doget maken; Campen, 91: men moet van den noot een duechde maken; Servilius, 202*; Sartorius I, 3, 61; II, 6, 53; Hooft, Ged. I, 2, vs. 8; Brederoo, Klucht v.d. Molenaar, vs. 19; Idinau, 305:

 
Men van den noodt een deught moet maken,
 
Als emmers het quaedt moet zijn gheleden.
 
Ghy en kunt uyt t' lijden niet gheraken;
 
Wilt hier dan ghewilligheydt toe be-steden.
 
Als ghy van buyten queelt, weest van binnen te vreden.

In het hd. aus der Not eine Tugend machen; fr. faire de nécessité vertu; eng. to make a virtue of necessity. Zie Wander III, 1050; 1060; Tuinman I, 344; Ndl. Wdb. IX, 2068; Joos, 159; Villiers, 87; Waasch Idiot. 461 a; Antw. Idiot. 1918 en vgl. nog het Friesch: as 't net kin so 't moat, dan moat it sa 't kin.