Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

1721. Een open deur (of open deuren) intrappen of inloopen,2)

eene navolging van het fr. enfoncer une porte ouverte, renverser un obstacle imaginaire. Bij ons meer in den algemeenen zin van overbodig werk doen; hd. offene Türen einrennen. Vgl. Handelsblad, 23 April 1914, p. 2 k. 2 (ochtendbl.): En de heer Kl. trapte een open deur in door uit te schallen, dat het een groot rijksbelang was om Kamerleden het vervullen van hun functie met zoo weinig mogelijk opofferingen mogelijk te maken; De Arbeid, 11 Maart 1914, p. 1 k. 4: We zullen den heer B. even op den voet volgen. ‘Het N.A.S. is de Syndicalistische Centrale van het land’. Daar trapt waarachtig de heer B. een open deur in; Het Volk, 21 April 1914, p. 6 k. 1: Met bijeengegaarde citaatjes kwam hij betoogen dat de jeugdorganisatie..... sociaal-demokratisch was! Iets wat hij reeds uit haar naam had kunnen lezen! De heer N. trapte hier open deuren in; 1 Nov. 1913, p. 10 k. 4: Ofschoon ik met zeer veel belangstelling naar deze zeer belangrijke diskussies heb

[p. 117]

geluisterd, heb ik toch telkens het gevoel gehad: Wij trappen hier open deuren in, en wel deuren, die wagenwijd openstaan; Nw. School, VII, 129: Stakkers, die wij zijn, om daar moeizaam hele artiekels te schrijven (over onbeduidende werkjes)! Open-deur-intrappers zijn we. Ook een open deur inslaan; in Handelsblad, 26 Oct. 1923 (O), p. 5 k. 3: Dat er een vloot noodig is om onze neutraliteitsverplichtingen na te komen, is voor spreker het inslaan van een open deur.