Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

2133. Door de spitsroeden loopen,

tusschen twee rijen jongens, die ongeveer een pas van elkander staan, heenloopen, en daarbij onthaald worden op vuistslagen of stompen. Eene herinnering aan eene oude straf, waarbij de schuldige met ontblooten rug tusschen twee rijen soldaten moest heenloopen, en daarbij van rechts en links met roeden van dun puntig rijshout geslagen werd1). In de 17de eeuw door de spiesen dansen (Pers, 30 b), waarnaast in de 18de eeuw door de spitsroeden dansen (loopen, jagen); zie Tuinman I, 348; II, 165; 195; Sewel, 741: Door de spitsroede loopen, to run the gantlope (a punishment inflicted on soldiers); Halma, 600: Door de spitsroeden loopen, lustig gehekeld of doorgestreeken worden, être fort reprimandé

[p. 299]

Kalff, Het Onderwijs in de Moedertaal, 129: Poogt hij slechte waar binnen te smokkelen om geld te verdienen, dan moet men hem eene wandeling door de spitsroeden der critiek niet besparen1); De Cock en Teirlinck, Kinderspel III, 122: door de spitsroe(i)en passeeren, moeten; door de spitsen loopen; Antw. Idiot. 1161; Opprel, 63 b; De Cock1, 26; fr. passer par les baguettes, par les verges; hd. Spieszruten laufen (vroeger ook durch die Spiesze jagen); eng. to run the gauntlet; to be flogged through the line. Syn. is door de kordons (dirkiedons, kurkedons; fr. cordon), dat opgegeven wordt door Boekenoogen, 489; Molema, 194 (kerdonseln) en V. Schothorst, 151. Andere synoniemen vindt men bij De Cock en Teirlinck, Kinderspel III, 121-123.