Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (4de druk)


auteur: F.A. Stoett


bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

2192. Straal

komt als versterking voor in straalbezopen, straalbezopen vet (in Nkr. IV, 8 Mei p. 6); straalvet (in Steijnen, Verbijsterden, 136), stomdronken, syn. van smoordronken, smoorvet (vgl. Rotw. 424: beschmort sein, betrunken sein; beschmortheit, betrunkenheit); verder in straalverkikkerd (in Lvl. 168); straal-malazeres sjikker (in Jodenh. 42). Ook komt straal alleen in den zin van stomdronken voor in Zondagsblad v. Het Volk, 1906 p. 13: D'r kerel was van de week ‘straal’ thuis gekomen; Menschenw. 472: Piet, die straal was, waggelde en boerde; bl. 29: Strak-an komp-ie thuis.... straal! Zondagsblad v. Het Volk, 1905 p. 47: Z'n gezicht vuurrood, z'n overhemd half open, z'n uniformbroek afgezakt, 't was 'n vertooning, die Bet de overtuiging schonk dat-ie of ‘straal’ of mal was. Vooral bekend is dit versterkend gebruik van ‘straal’ in de zegswijze

[p. 325]

iemand straal negeeren, doen alsof iemand in 't geheel niet bestaat; hem links laten liggen; vgl. Nkr. I, 4 Mei p. 6: Mijn onderdanen probeerden òf mij op den kop te zitten of negeerden mij straal; VII, 26 Juli p. 2; Het Volk, 10 Oct. 1913 p. 5 k. 4: Typeerend is het toch dat het brave N.O.G. dien wethouder nu hij sociaal-demokraat is, straal negeerde; 30 Mei 1914 p. 5 k. 3: De oberkellner, die mij twee achtereenvolgende ochtenden straal had genegeerd, voor wien ik niet bestond, maakte een diepe buiging; Handelsblad, 26 Aug. 1923 p. 7 k. 6: Een meer populair dan aesthetisch spreekwoord zegt dat er een voorzienigheid is voor dronken menschen. Pussyfoot Johnson ontkent het straal; Nkr. IX, 30 Oct. p, 2: Uw suikeroom die met al zijn verwanten is gebrouilleerd en die U in het bizonder steeds straal heeft genegeerd; Het Volk, 11 Oct. 1915 p. 5 k. 4: Maar de vader die van geen van die kerels ooit gehoord had, en àls-ie van ze gehoord had in elk geval ze straal-vergeten was. Straal kan deze versterkende beteekenis ontleend hebben aan een uitdr. als straal in den wind, d.i. vlak, recht in den wind; eveneens: Hij sprong em straal in zen gezicht. Ik gaf 'em 'en straal op zen oogen (Boekenoogen, 1022; 1362), waarmede kan worden vergeleken fri. strielrjucht, straalrecht, recht als een straal. De Duitschers kennen strahldumm, waarin strahl = bliksem; te vergelijken met bliksemsch dom?