terug  begin  verderprepost

2306. Een uiltje knappen (of vangen),2306

d.w.z. een middagslaapje doen, ‘naar het lek luisteren’, zooals de zeeman zegt, fri. nei 't lek lûsterje), naar 't lekken van de goot gaan luisteren (Goeree en Overflakkee1)); de kriekele beechte (Maastricht2)). Eene verbloemende uitdrukking, die eig. wil zeggen een uiltje (een vlinder) vangen, doch schertsenderwijze gebruikt wordt voor het zich even afzonderen om een slaapje te doen; vgl. no. 356. De uitdr. komt in de 17de eeuw o.a. voor bij Hooft, Ged. II, 463; Heemskerk, Minnekunst (anno 1626) bl. 459:

 
't Soete groen, tot een verwonder
 
Lancx het water weeldrigh groeyt,
 
Dat het vruchtbaerlyck besproeyt.
 
't Welck my 's middaghs doet verlanghen
 
Om een uyltjen op te vanghen:
 
Waer ick 't slapen vind so soet
 
Als ghy op u pluym-bed doet.

Zie verder Noord en Zuid XIX, 165-168; Kluchtspel II, 202; Rusting, 7; 584; C. Wildsch. V, 303: Dominées oude goede sloof, die onderwijl een zoet uiltje geknapt had; Halma, 713: Een uiltje vangen, een namiddagslaapje neemen, faire la méridienne; V. Janus, 2; Leopold, I, 42; Uit één pen, 119; Nederland, 1914, II, 7; Joos, 107; Waasch Idiot. 669 a; het hd. eine Eule fangen, ein Mittagschläfchen halten3). Te vergelijken is de Groningsche uitdr. vlinder knippen, den schooltijd verzuimen (Molema, 326); vinkertjes leggen (Frequ. I, 117); een poesje vangen, to ring at people's doors in the night time (Sewel), dus wat wij noemen een puisje (17de eeuw puis = poes4) vangen; een muisje pakken, minnehandel drijven (Rutten, 149); enz. Zie no. 2298 en vgl. Om zeep gaan (noot).

2306In het Ndl. beteekent een uiltje vangen (door onoplettendheid van den stuurman) overstag gaan, door den wind gaan.
1)N. Taalgids XI, 308.
2)N. Taalgids XIV, 194.
3)Schrader, 262. In de hd. zeemanstaal beteekent eine Eule fangen, den wind plotseling van voren krijgen.
4)Voor den verkleiningsuitgang zie Taal en Letteren III, 91.
prepostterug  begin  verder