Tuinman I, 368; Gew. Weuw. III, 60: Dat zal staan als een zye vlag op een Strontschuit (dat zal er leelijk beginnen uit te zien); Sart. I, 1, 25: een gouden deur aen een verkens kot; in den Bijbel Spr. XI, 22: eene schoone vrouw die van reden afwijckt, is een gouden bagge (ring) in een verckens snuyte1); Het spoockend Weeuwtje, 49 (anno 1713): gelyk een' zyde vlag staat op een vullisschuit; Halma, 252: dat staat als een kakhuis over het water; Tuinman I, 256: de koe heeft een fluweele huif op (vgl. R. Visscher, Sinnep. 172 a: de koe een gouden huif opsetten); Kluchtspel III, 307: dat steekt af als een Princevlag op een vullisschuit; Harreb. I, 375 a: dat staat als een kornetje op een kalfskop; Molema, 272 b: dat past as 'n oranjevlag op 'n miswoagen; 148 b: het lijkt (voegt, past, staat) als een himphamp op een mosterdmolen, als een klink op een kraaiennest; fri.: dat is in baerch (varken) mei in gouden earizer; dat parearret (pareert) as in flagge op 'e dongskûte (dongwein, modderpream, strontpraem).