De zomer heerst over de streek en voor een ongeoefende, oppervlakkige beschouwer, lijkt het al één weelde, een paradijs; van nader bezien echter is het maar schijn: - het goudgeel van de tarwe is het gevolg van schraalheid van grond en de oorzaak van de aanhoudende regens; de rogge die te wiegen staat in de wind, 't zijn te lichte pluimen zonder graan in de dauwen6. In het voorjaar merkte ik alreeds dat er aan het algemeen uitzicht
van de streek iets veranderd was - de vele en grote vlakken goudgeel van het bloeiende koolzaad waren we niet gewend te zien. Nu is 't een andere verhouding in de buitengewone hoeveelheden vlas, peerdebonen1, beten2, chicorei en... die in kleur en vorm een ander voorkomen geven aan het algemeen uitzicht van de streek. En kwatongen beweren alsdat het de boeren zijn die met inzicht3 die vruchten verbouwen en kweken omdat ze meest geld zullen opbrengen en dat ze er geheel gerust in zijn of er niet te weinig mensenvoeder te kort is... als hun beurs maar gevuld geraakt - tarwe zal er altijd genoeg zijn om hun eigen brood te bakken... (die met inzicht en opzet...)
[Krantenknipsel]:
Het Volk
Schande.
Het Luiker dagblad Le Télégraphe bevatte een artikel getiteld: Belgen tegen Belgen, dat scherp gekant was tegen die Belgen welke in deze ernstige tijd hun plichten zo erg verzuimen. Wij lazen daarin:
Schande over zekere vrouwen zonder schaamte, die hun eden van trouw aan de afwezige vergeten.
Schande over de sterke jongelieden die zich lui en vadsig tonen in onze steden en voorsteden!
Schande over de weinig kieskeurige lieden welke dagelijks naamloze beschuldigingen tegen hun landslieden4 uiten!
Schande over de vervalsers van eetwaren, die vergeten melk of boter bij het water te doen!
Schande over de openbare vergiftigers, die ten spijt van de reglementen en besluiten van de burgemeesters, alkoholische dranken verkopen aan de uitgehongerde werklieden!
Schande over de gierigaards, die brutaal hun deur toeslaan voor de arme bedelaar!
Schande over de liederlijke kerels, die enkel hun gekoesterd persoontje kennen en de grote ellende van het volk onbemerkt laten!

Geitenprijskamp te Ingooigem, gefotografeerd door Streuvels, vóór 1914.

November 1918. Vluchtelingen te Kortrijk.

Een groep Duitse ‘Burschen’ die ingekwartierd lagen op het Lijsternest.
Schande over de pachters-uitbuiters die hun aardappelen en de hoognodige waren verbergen!
Schande over de handelaars die speculeren met het spek, de zeep, de boter, de eieren, de koffie!
Schande over de schaamteloze spelers die elke avond ongehoorde sommen zetten op enige kaarten of enige teerlingen - in deze tijd van nood!
Schande over de verspreiders van valse geruchten, die ons van de kalmte beroven, welke zo onontbeerlijk is in deze beroerde tijden!
Schande over de kwaadwillige lieden, die liever dan hun schulden te betalen, geld op geld stapelen, om een zekere voorraad te hebben voor de komende tijden!
Schande over hen allen die menen alleen de wereld te bevolken, die niet aan hun broeders denken, die de laagste zelfzucht ten toon spreiden!
Indien wij deze noodkreet slaken, dan is het omdat het hoog tijd wordt de geestesgesteldheid te geselen van zekere lieden zonder ziel, die de goede naam van de mensheid door hun onzedelijke daden onteren!
(Rood-Kruis)
Nu hebben we 't weer zitten en deze keer is 't geen kleinigheid. Het kringetje waarin we ons bewegen mogen is weer een wrong1 nader toegehaald; - gister kregen we volgende plakbrief aan de poort van 't gemeentehuis:
E.H.O., de 3 juli 1916.
Der Etappeninspekteur,
Von UNGER,
General der Kavallerie
Het kan eigenlijk niet meer erger, tenware dat men bevel gave om niet meer uit onze woning te komen! Het gelijkt al meer en meer op een concentratiekamp waarin we opgesloten zitten, met deze bezwarende omstandigheid, dat we toch voor ons eigen nooddruft moeten zorgen en dat geïnterneerden hun kost vooraf verzekerd zijn. De gevolgen van deze nieuwe maatregel zullen voor veel mensen een nieuwe slag zijn en 't bestaan weer tamelijk vermoeilijken1, - we zullen het maar effenaan ondervinden wat er ons ontbreekt, nu we niet alleen van Kortrijk afgesneden zijn maar ook van alle omliggende gemeenten - we zitten nu in 't geval dat elk dorp in zijn eigen noodwendigheden zal moeten voorzien en voor een dorp gelijk het onze, dat in niets voorzien is, zullen we ons nog al iets moeten ontzeggen. Ik denk eraan dat ik voortaan mijn haar zal moeten laten groeien gelijk de artisten of in twee steertjes vlechten, gelijk voor honderd jaar, omdat ik nu (ik) niet meer naar Kortrijk mag om het te laten snijden... en als 't nog maar dàt was? Die dwangmaatregel zou 't gevolg zijn van een ontdekking van bende bespieders die allen ter dood veroordeeld werden en waaronder er één was van Tiegem en één van Ingooigem.
Alle verkeer heeft ineens opgehouden; de straat is zo verlaten als een kerkhofwegel en het is een hele gebeurtenis als we een mens zien voorbijgaan. Nu weten we wat er ons te wachten staat en hoe we een bezoek op prijs zullen mogen stellen. Niettemin ben ik van mening dat, als we geen sterkere bezetting krijgen van soldaten, er altijd nog middel zal zijn
om langs de binnenwegels door te wrikkelen en alzo1 te Avelgem te geraken en te Tiegem. Vichte echter blijft voorgoed afgesloten omdat we niet over de ijzerwegbaan2 geraken waar een wacht staat. Alzo komt het ook dat we bevrijd blijven van de gewone bedelaars die meest van Kortrijk kwamen en van Harelbeke. De smokkelaars in levensmiddelen zijn ook niet meer te zien.
Daar komt ons de mare3 dat we morgen een bezetting Ulanen4 krijgen.
De Ulanen4 zijn gekomen - maar hier niet te zien. De vaste wachtposten zijn afgeschaft - maar de boeren moeten een strook van hun vruchten afmaaien langs de ijzerweg - om toe te laten dat de ruiterij vrije doorgang hebbe om dienst te doen langs de baan.
Vandaag vernemen wij van op de kerksteen6: dat het voortaan verboden is hanengevechten in te richten en dat alwie er zelfs maar bij tegenwoordig is, met strenge boete zal gestraft worden. Als commentaar voegt de veldwachter er met een ironisch glimlachje bij: het verbod komt wel een beetje laat, maar het kan te pas komen voor aanstaande jaar... Het Duits bestuur is nog niet genoeg ingeburgerd en met de volksgebruiken bekend om te weten dat de hanengevechten alleen in
het voorjaar plaats hebben (de tijd dat de jonge hanen in hun eerste kracht zijn) en dat er nu in de maand juli allang geen kwestie meer is van hanengevechten.
Bij die aflezingen op de kerksteen1 gaat de tragiek gewoonlijk gepaard met het komische en er is gewoonlijk iets bij dat de lachlust verwekt onder de toehoorders. Vandaag vernemen we alzo2 dat er in het voedingskomiteit, suiker zal verkocht worden - 100 grammen per hoofd, - maar dat de suiker alleen te krijgen is voor deze die terzelfdertijd... haring kopen!
[Krantenknipsel]:
Het Volk
Duitse bekendmaking.
Ik verbied elke manifestatie door de bevolking, die men soms de 21 juli3 aanstaande op touw te zetten van plan mocht zijn.
Bijzondere kerkelijk plechtigheden mogen niet geschieden.
Het schoolonderwijs zal als gewoonlijk plaats hebben. Winkels en kantoren blijven geopend als andere werkdagen.
De fabrieken houden haar gewoon bedrijf aan de gang.
Verzamelingen van mensen, het uitdagende dragen van linten, het dragen van bloemen en takskens4 en het versieren van de soldatengraven tot viering van deze dag zullen als verboden manifestaties worden aanzien.
Blijft ook van kracht de Verordening 28 van 23 juli van verleden jaar, welke het dragen, tentoonstellen, te koop aanbieden en verkopen van de Belgische kleuren, enz. verbiedt.
Overtredingen zullen, onder voorbehoud van een aan de gemeente op te leggen contributie, in elk afzonderlijk geval met gevangenis tot 5 jaar en met ten hoogste 20 000 mark geldboete of met een van deze straffen gestraft worden.
E.H.O., de 17 juli 1916.
Der Etappen-inspekteur,
Von UNGER,
General der Kavallerie.
Ik had er al op gelet dat de tarwe en de rogge overgroeid zijn door een overvloed van krokke1 - zodanig dat op sommige velden geen koorn meer te zien is - De oorzaak ging ik al toeschrijven aan ontbreken van meststof - maar nu komt een boerke mij de zaak opklaren - dat is bij gebrek aan duiven beweert hij, - andere jaren zijn het de duiven die op 't veld het zaaigraan kuisen van dat onkruid - en nu er geen duiven meer zijn is de krokke1 vrij opgegroeid met het koorn...
Hevig bombardement - gordijnvuur, trommelvuur of spervuur - of gelijk ze 't noemen willen, - een boever2 die hier op 't veld aan 't werken is hoor ik inwendig grommen: ‘O, die onnozele dwazeriks!’ - dàt is tekenend voor 't effect dat 't kanon nu nog doet en 't temperament van de buitenmens die aan 't twijfelen gaat over de doelmatigheid van al dat verschoten poer3 - en de nutteloze inspanning van twee legers die elkaar bevechten zonder vooruit te komen... het gevoel wordt verachting, misprijzen of minachting.
De nationale feestdag gaat ongemerkt voorbij, - in Kortrijk ziet het er uit in de straten en op de markt als een stille zomerse zondag - veel wandelaars waarvan een groot deel op hun best en enige in 't zwart met een laken frak4 die maar op de grote gelegenheden uitkomt. Anders geen kwestie van opstoot of uitdaging.5
[Krantenknipsel]:
Brussel, 22 juli 1916
Heer Burgemeester,
De heer Generaal-Gouverneur had, om de omstandigheden waar België op dit ogenblik in verkeert, gedacht, dat een ernstige bevolking wel zou nagelaten hebben, openbaar haar vaderlandse feestdag te vieren. Niettemin had hij, omwille van de ondervinding het vorige jaar opgedaan, gemeend bevelen te moeten uitvaardigen, om alle ongeregeldheden van heethoofden uitgaande, te vermijden.
Om het belang van de bevolking zelf, hebben de gemeentelijke overheden van Groot-Brussel krachtdadig en met verstand de voorschriften van de Duitse overheden nageleefd, zodat het gister mogelijk geweest is, tot de avond, elk ernstig voorval te vermijden, alhoewel een minder verstandig deel van de bevolking, door overvloedig strooibriefjes te verspreiden, graag aan die voorschriften zag te kort gekomen.
Ook heeft de Duitse politie niet op het dragen van groene stikjes gelet, omdat de openbare orde er niet werd door verstoord.
Toen echter, 's avonds, kardinaal Mercier per automobiel de stad doorreed, verwekte zulks rechtstreeks tegen de Duitse verordeningen gerichte betogingen, die het volk ophitsten en tot weerstand zouden aangespoord hebben. U zal het met mij eens zijn, Heer Burgemeester, dat niet één bezettende macht ter wereld zo iets dulden zou.
Als gevolg hiervan heb ik de heer Generaal-Gouverneur voorgesteld, Groot-Brussel een boete op te leggen.
De heer Generaal-Gouverneur heeft aan mijn voorstel gevolg gegeven en een boete van één miljoen mark opgelegd; tevens deed hij opmerken, dat, dank zij de moeite getroost door de gemeentelijke overheden tot het behoud van de orde, de opgelegde boete zeer gematigd was.
Met de uitdrukking mijner hoogachting.
(Get.) HURT,
Luitenant-generaal
en Gouverneur van Brussel en Brabant.
[Krantenknipsel]:
Noorwegen.
Gebeden voor de Vrede.
- Kopenhagen, 25 juli - De Nationale Tidende meldt uit Kristiania1: De kerkelijke overheid beval [dat] op 1 augustus, op de derde verjaardag van het uitbreken van de oorlog, al de klokken van de stad in de voormiddag een kwartier lang zouden luiden, verder alle kerken zouden geopend blijven, om aan de bevolking toe te laten bij gedempt orgelspel voor de vrede te bidden.
Beschouwingen over roes van zotheid die over de wereld heerst - terwijl al de ene kant met een razende verwoedheid de mensen elkaar vernietigen - is men elders de klokken aan 't luiden om vrede op de aarde te zien nederdalen...
Voor een buitenlander die maar alleen de Duitse verordeningen zou lezen over 't bezette België - zou denken aan een schrikbewind - hier leest men meestal de verordeningen niet en de buitenmensen worden er ook heel weinig van gewaar - een staaltje:
[Krantenknipsel]:
Duitse Mededelingen en Verordeningen.
187. - BIJVOEGSEL tot de VERORDENING van 15.1.16 betreffende vervoer van de handel met vee, vlees en aardappelen. (Verordeningsblad blz. 152/153).
De hoogste straf, waarmee § 6 van de verordening van 15.1.16, betreffende vervoer van en handel met vee, vlees en aardappelen. (Verordeningsblad blz. 153) de overtreders bedreigt, wordt bepaald op 10 000 mark geldboete of 2 jaar gevang.
E.H.O., de 15 juli 1916.
Der Etappeninspekteur,
von UNGER,
General der Kavallerie.
188. - VERORDENING.
§ 1. Ten einde het verkeer beter te kunnen surveilleren, moeten de eenzelvigheidsbewijzen van alle bewoners van 't Etap-
pengebied (met uitzondering van de bewoners van de grensstreek) met de naam van de bevoegde Etappenkommandantur (Etappenort), alsook met de stempel E. 4 gestempeld worden.
§ 2. Het stempelen geschiedt alleen door Duitse militaire besturen in de volgende burelen:
a) Pass-Zentrale Gent, Meldeambt Gent en de 14 politieburelen van de stad Gent;
b) Alle Pasburelen, Bijpasburelen, Meldeambten en Bijmeldeambten.
§ 3. De bewoners van de grensstreek, welke door de letter ‘G’ op het eenzelvigheidsbewijs kenbaar gemaakt zijn, verkrijgen alleen de stempel E. 4.
§ 4. Wie na de 10 augustus aanst. zonder de vereiste stempel op het eenzelvigheidsbewijs betrapt wordt, zal met ten hoogste 500 mark boete of met evenredige gevangenisstraf gestraft worden.
E.H.O., de 17 juli 1916.
Der Etappeninspekteur,
von UNGER,
General der Kavallerie.
189. - VERORDENING.
Alle oude niet meer geldige vervoerbrieven, vrijgevingsbewijzen (Freigabescheine), aanvragen tot verkrijging van reispassen, eenzelvigheidsbewijzen en toelatingsbewijzen van alle aard, alsook alle door een Duitse overheid uitgevaardigde en gestempelde papieren moeten tot de 5 augustus 1916 worden afgeleverd
In plaatsen waar een Meldeambt bestaat, worden zij aan het Meldeambt afgeleverd, in alle andere plaatsen aan het gemeentebestuur, hetwelke de papieren tot de 8 augustus 1916 aan het bevoegde Meldeambt moet doorzenden.
De Meldeambten handelen met deze bewijzen als met oud papier. Wie met dergelijke papieren nog na de 5 augustus 1916 betrapt wordt, zal met ten hoogste 500 mark geldboete of met een evenredige gevangenisstraf gestraft worden.
E.H.O., de 17 juli 1916.
Der Etappeninspekteur,
von UNGER,
General der Kavallerie.
190. - VERORDENING.
§ 1. Ieder burgerlijke persoon aankomende in een plaats met militaire bezetting, moet zich aanstonds bij het aanmeldingsbureel (Meldeambt) en in plaatsen waar er geen Meldeambt is, bij de Ortskommandantur onder voorlegging van zijn reispapieren aanmelden en, indien hij niet dezelfde dag vertrekt afmelden.
§ 2. Komt de persoon vóór 7 uur 's avonds aan, zo moet hij zich nog dezelfde avond, komt hij na 7 uur 's avonds aan, op zijn laatst de volgende dag vóór 12 uur 's middags aanmelden.
§ 3. Is de aankomende persoon in de plaats gehuisvest, zo moet hij zich alleen aanmelden, wanneer hij van een reis in 't operatiegebied terugkeert.
§ 4. De aanmelding wordt, indien de aankomende persoon in bezit van een reispas is, door plaatsing van een stempel met de dagtekening op de reispas bewezen. Deze stempels moeten erbij, geschikt na1 volgorde en tijd, de een onder de andere geplaatst worden. Eerst dient de linker-, daarna de rechterzijde gebruikt te worden.
§ 5. Voetgangers zijn van de verplichting tot aan- en afmelding niet bevrijd.
§ 6. Is de aangekomen persoon van plan in de plaats te overnachten, zo is er de toelating van 't militaire bestuur voor nodig.
De aankomenden moeten de naam van hem die hen herbergt (kwartiergever) opgeven. Zij ontvangen een aanmeldingsbewijs, dat het voor het verblijf toegestaan tijdbestek en de naam van de kwartiergever bevat.
Tot verlenging van 't verblijf alsook tot verandering van logement (kwartier) is er een nieuwe toelating nodig.
§ 7. Zonder aanmeldingsbewijs mag aan geen burgerlijke persoon kwartier gegeven worden. Indien de aankomst na 7 uur 's avonds plaats gehad heeft, is de kwartiergever ervoor verantwoordelijk dat de persoon welke hij herbergt juist bijtijds 's anderen voormiddags aangemeld wordt.
§ 8. Het aanmeldingsbewijs moet aan de kwartiergever worden overhandigd. Hij mag de reizigers alleen gedurende de tijd welke op het aanmeldingsbewijs aangeduid is, in zijn woning laten vertoeven.
§ 9. De kwartiergever moet, zodra de geherbergde persoon vertrokken is, het aanmeldingsbewijs op de keerzijde juist invullen en aan 't Meldeambt betrekkelijk1 aan de Ortskommandantur terugzenden.
§ 10. Personen welke uit het operatiegebied komen en niet dezelfde dag weerom vertrekken, moet de reispas door het Meldeambt of de Ortskommandantur weggenomen en voor de terugkeer teruggegeven worden.
§ 11. De Meldeambten of Ortskommandanturen tekenen naam, beroep, woonplaats en duur van 't verblijf van ieder aankomende persoon, die niet dezelfde dag weerom vertrekt, alsook de naam van de kwartiergever, de dag van de aanmelding en de dag van de afmelding in een boek op.
§ 12. Alle hotels, herbergen, privaat-pensions alsook de huizen, die gedurig of tijdelijk voor het herbergen van vreemdelingen gebruikt worden, moeten inschrijvingsboeken houden en in deze naam, beroep, staatsburgerschap, woonplaats, doel van de reis, duur van 't verblijf, uur van aankomst en vertrek van ieder geherbergde persoon opgeven.
Een uittreksel van dit inschrijvingsboek moet iedere morgen tot 9 uur worden ingediend aan de bevoegde Belgische politie van de plaats of van de wijk. De kwartiergever is ervoor verantwoordelijk dat het juist en bijtijds ingediend wordt.
Wie niet van beroep vreemdelingen herbergt en derhalve niet tot houding van een inschrijvingsboek verplicht is, moet insgelijks tot 9 uur 's voormiddags bij de politie van de plaats of van de wijk soms geherbergde personen opgeven.
§ 13. De politie van de plaats zendt iedere dag tot 5 uur 's namiddags de ontvangen meldingen aan het Meldeambt of aan de Ortskommandantur door, welke deze meldingen met de opgaven in 't aanmeldingsboek vergelijkt.
§ 14. Alle hotels, herbergen, privaatpensions en de huizen die gedurig of tijdelijk voor het herbergen van vreemdelingen gebruikt worden, zijn door de politie gedurig te bewaken. De Ortskommandanturen moeten zich door dikwijls te controleren ervan overtuigen dat de inschrijvingsboeken volgens voorschrift aangelegd zijn en gehouden worden.
§ 15. Elk Belgisch staatsgevang, tuchthuis, tuchtschool, ziekenhuis en alle kloosters of gelijksoortige instellingen moeten iedere toe- en afgang1 binnen de 24 uren na de aankomst of na het vertrek aan het Meldeambt of aan de Ortskommandantur melden. Indien er gevangenen zullen worden vrijgelaten, moet de melding bijtijds vóór de vrijlating geschieden en het moet er worden bijgevoegd, wanneer en naar welke plaats de gevangene zal worden vrijgelaten.
De Meldeambten en Ortskommandanturen moeten de bevoegde Meldeambten van iedere toe- en afgang1 van onder toezicht gestelde personen verwittigen.
§ 16. Overtredingen worden met ten hoogste 1 jaar gevang of met ten hoogste 4 000 mark geldboete gestraft.
E.H.O., de 17 juli 1916.
Der Etappeninspekteur,
von UNGER,
General der Kavallerie.
In de helderheid van de volle dag is het zo stil en menseloos dat het aangrijpt met angst - het brengt me een gevoel te binnen uit mijn kindsheid - als ik op een grote zolder ging waar het zonlicht door de dakvensters in de schemering van de diepten verloren ging, onderging ik dezelfde ijzige indruk: alleen op een verlaten wereld te zijn waar alle leven heeft opgehouden. Wat is er geworden van de zomergenoegens van de stadsmensen die plachten hun zondag op de buiten over2 te brengen en die 't voor 't kiezen hadden waar ze hun verzet gingen zoeken en hun hert ophalen. Voor de jeugd is het een kostelijke tijd die onherroepelijk verloren gaat en veel liefdebloesem die niet ontluiken zal in de geur van de openlucht - hoeveel dichterlijk genot er gestremd wordt en natuurschoonheid die heengaat zonder dat ervan genoten wordt.