Na een beleg van drie maanden verovert Maurits de stad Grave. Door de Aartshertogen ter verantwoording geroepen vanwege dit verlies, neemt Mendoza ontslag en vertrekt naar Spanje.
Te Amsterdam verschijnt ‘Den nieuwen Lust-hof gheplant vol uytghelesene, welgherijmde, eerelijcke, amoreuze ende vrolijcke ghesanghen’ met op blz. 67-68 het lied: Dick heb ick mijn Lief ghebeden, vier strofen van elk tien versregels. Aangezien uit de vzn. 1-4, 15-16 en 27-30 met kleine varianten tezamen éen strofe is gevormd die als toevoeging na vijf sonnetten is opgenomen in ‘G.A. Brederoods Nederduytsche Poëmata’ (Amsterdam 1632), heeft men gemeend het gehele lied aan Bredero te mogen toeschrijven als zijn vroegste publikatie. Er is echter niet voldoende grond daartoe. Vgl. het Groot Lied-boek, ed. Dr. A.A. van Rijnbach (Bilthoven-Antwerpen 1944), Inleiding blz. XI-XIII.
Adriaen Cornelisz stelt zich tezamen met de chirurgijn Jan Sybrantsz borg voor Symon Jan Vechtersz, pachter van de impost op wijn, brandewijn en azijn binnen Weesp. (Schepenkennissen 8, folio 39 verso. Gemeente-Archief van Amsterdam).
Compareerde voor Schepenen ondergeschreven
Adriaen cornelisz brederode ende meester Ian sybrantsz
cirurgyn poorteren deser Stede Ende hebben hen
t'samen ende een voor al, sonder smaldeelinge
onder t'verbant van hen respectiue goederen
jegenwoordige ende toecomende borgen geconstitueert
als zy hen constitueren by desen voor Symon Ian
vechtersz voorde betalinge vanden Impost
vande wynen brandewynen ende azyn binnen Weesp
by hem Symon Ianssz den xxvijen deser maent
maerte gepacht voor een Iaer ter somme

van tweehondert tseuentich gulden Des belooffde
d voornoemde Symon Ianssz (mede comparerende)
zyne voorschreven borgen van dese borchtochte te vryen
onder gelycke verbant als vooren Actum
T amsterdam den xxixen martj xvjc twe
Ondertekent Ian Iacopszoon huydecoper
jacob graeff
Adriaen Cornelisz koopt voor 1829 gulden van de schilder Mathys Adamsz het huis genaamd ‘De Gapaert’ op de Voorburgwal nabij de Varkenssluis. (Schepenkennissen 8, folio 141 recto en verso. Gemeente-Archief van Amsterdam). Dit huis, waar het gezin Bredero verder heeft gewoond, is thans Oudezijds Voorburgwal 244 (Amstelodamum, jrg. 55, blz. 165-166).
Wy Ian Iacobsz huydecoper ende Pieter
hasselaer Schepenen In Amstelredamme
Oorconden ende kennen dat voore
ons gecompareert Is Adriaen
cornelisz bredenrode, ende
geliede schuldich te wesen Mathys
adamsz de somme van Achtien
hondert negen ende twintich carolus gulden
Spruytende uytte coop ende ouer de
custinghe van een huys ende erue
genaempt de Gapaert Staende
ende gelegen op d oudesyts wester-
voorburch wall, daer lendenen van
syn Dirck hendricsz Steencooper
op een gemeene muer ande noortsyde
ende claes egbertsz ande suytsyde
Te betalen vande voorschreven somme drie
hondert twaelff gulden zes stuvers
x penningen gereet Alreheylighen
eerstcomende, driehondert
acht ende vyftich gulden vi stuvers x penningen
ende de reste als namentlyck elff
hondert acht ende vyftich gulden vi stuvers
xij penningen Mey daer aen volgende

folio 141 verso
daer vooren verbindende tvoorschreven huys ende erue
ende voorts alle syne andere goederen
roerende ende onroerende jegenwoordighe
ende toecomende Sonder arch ende
List, jn oorconde dese brieue besegelt
met onzen zegelen den Lesten
juny 1602 Ondertekent G Fallet

