terug  begin  verderprepost
[p. 90]

1607



illustratie
jacob van heemskerck, zeevaarder en vlootvoogd

23 april

Tijdens een zeeslag tegen de spaanse vloot sneuvelt Heemskerck bij Gibraltar.

4 mei

De oorlogshandelingen te land worden krachtens een akkoord tussen de Aartshertogen en de Staten, voor de tijd van acht maanden geschorst.

18 mei

Het stoffelijk overschot van Jacob van Heemskerck wordt met een plechtige erebegrafenis in de Oude Kerk te Amsterdam ter aarde besteld.

P.C. Hooft ontwerpt het opschrift voor het Spinhuis te Amsterdam.
[p. 91]

november 1607

De rentebrief van het huis aan de Oudezijds Voorburgwal wordt eigendom van de Regenten van de Gasthuizen. In hun boekhouding begint de registratie van de jaarlijkse betalingen. (Archief Gasthuizen 1598, blz. 29. Gemeente-Archief van Amsterdam).

Vijftich gul. Jaerlixc Losrenten den penninge xvj houdende opt huis genaempt den Gaaper toecomende Adriaen corn. Brederode verschijnt Nouember, Inne gaende t'Iaer 1607 Blijckende by de principale pacht brieff Liggende Inde Lade xvjen 50 - -



illustratie

Waarschijnlijk 1607

Geboorte van Jannitge Pieters, onwettige dochter van Bredero's zuster Stijn en van een gehuwd man, mogelijk Bredero's neef Pieter Cornelisz Conijn. (Vgl. Amstelodamum jrg. 55, blz. 156-157).

1607

Te Antwerpen verschijnen de ‘Emblemata Horatiana’: ruim honderd gravures van de in 1556 te Leiden geboren schilder Otto Vaenius (= van Veen), met bijschriften in het Latijn. Een andere editie uit hetzelfde jaar heeft behalve latijnse citaten ook anonieme vier-regelige versjes in het Frans en in het Nederlands. In de latere editie van deze Emblemata (Antwerpen 1612) zijn deze vierregelige Nederlandse bijschriften niet herdrukt, maar vervangen door acht-regelige waaraan echter de oorspronkelijke vier-regelige ten grondslag liggen. (Vgl. Dr. Maurits Sabbe: Vondel en Zuid-Nederland; Antwerpen 1939, blz. 39-60.)

Deze 102 vier-regelige gedichten uit 1607 zijn opgenomen in de postume bundel: ‘G.A. Brederoods Nederduytsche Rijmen’ (Amsteldam 1620). Op grond daarvan heeft men gemeend dat Bredero in 1607 hetzij vanuit Amsterdam, hetzij in Antwerpen, heeft meegewerkt aan de ‘Emblemata Horatiana’ van Otto Vaenius. Het is evenwel waarschijnlijker, dat Bredero niet de auteur is, maar deze anonieme teksten eens als treffend heeft overgeschreven: dit papier zou dan tussen zijn andere handschriften zijn geraakt en tezamen daarmee gebruikt voor de uitgave van de ‘Nederduytsche Rijmen’ in 1620. (Vgl. Garmt Stuiveling: Bredero en Vaenius, in Jaarboek 1968 De Fonteine, Gent, blz. 247-259).

prepostterug  begin  verder