Te Arnhem wordt een opvoering van Bredero's Rodd'rick ende Alphonsus verboden, volgens een mededeling van G. Hasselt in de Kronijk van Arnhem (Arnhem, 1790; blz. 269):
In dezen winter hadden eenige Borgers voor, om, door de Toneelspelen van den Amsterdammer Gerbrand Adriaenz Bredero opgewekt, zijn Roddrick ende Alphonsus te vertoonen; edog het werdt hun op de 26. Februarij afgeslagen; denkelijk, en dus met het grootste recht, om dat de personen van Nieuwen-Haan en Griet Smeers in dat Treurspel voor 't meest een taal uitslaan waar door kuische ooren gekwetst worden.
Adriaen Cornelisz betaalt de rente inzake het huis over de vier voorafgegane jaren. De post is geboekt op een nieuwe bladzijde die aanvangt met een kort resumé van de situatie sinds 1607. (Archieven Gasthuizen 1600, blz. 89. Gemeente-Archief van Amsterdam).
| Oude sijts wester voor Burchwal | |||
| Vijftich guldens Iaerlijckx losrenten den penningh xvj houdende op t huys genaemt den gaapert toecomende Adriaen cornelissz brederode verschijnt nouember innegaende t iaer 1607 blyckende bij de principale pacht brieff leggende inde lade xvj | 50 | - | - |
| Nouember 1608 is ontf. van marriken garbrants den 15en April 1609 gecort 1 1/4 stuiver p g | 43 | 15 | - |
| Nouember 1619. 1620 ende Nouember anno 1621 ontfangen van hilgont ariaens den 12en octob. 1622 | 131 | 5 | - |
| November 1622. 1623. 1624 ende Novemb. 1625 ontfangen van adriaen Cornelisz brederode den 18 april 1626 | 175 | - | - |
Pieter Adriaensz wordt geboren als buitenechtelijke zoon van Adriaen Cornelisz en van Aaltie Bartels, die toen waarschijnlijk de inwonende huishoudster was. In de akte van 19 maart 1646 wordt deze Pieter Adriaensz vermeld als out omtrent 20 Iaren.