Der byen boeck


auteur: C.M. Stutvoet-Joanknecht


bron: C.M. Stutvoet-Joanknecht, Der byen boeck. De Middelnederlandse vertalingen van Bonum universale de apibus van Thomas van Cantimpré en hun achtergrond. VU Uitgeverij, Amsterdam 1990  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 383]

Stellingen behorend bij Der byen boeck

I

Het <Bonum universale de apibus> van Thomas van Cantimpré is in het Middelnederlands vertaald om te dienen bij de overgang van zusterhuizen van de Moderne Devotie naar de Regel van Augustinus volgens de Windesheimse observantie.

II

Er is geen reden om aan te nemen dat de Middelnederlandse vertaling van het <Bonum universale de apibus>, waarvan voor het origineel door Van der Vet het siglum P is gebruikt, vóór 1450 is vervaardigd, zoals hij in zijn stelling III beweert.

III

De vertaling van <Bonum universale de apibus> die in 1451 is voltooid, is door drie redacteuren opgesteld.

IV

Noch op grond van de inhoud van het <Bonum universale de apibus>, evenmin als van zijn andere werken, kan Thomas van Cantimpré een jodenhater worden genoemd.

V

De historische betrouwbaarheid van de gegevens die Thomas van Cantimpré aanreikt is even groot als die van zijn tijdgenoten.

VI

Omdat vijf hoofdstukken van het <Bonum universale de apibus> slechts bestaan uit sermoenen kan het werk niet uitsluitend als exempelboek worden aangemerkt.

[p. 384]

VII

De abdicatie van Humbert van Romans als magister ordinis kan de verspreiding van het <Bonum universale de apibus> ongunstig hebben beïnvloed.

VIII

Door ‘magister ordinis’ te vertalen met ‘ordegeneraal’ wekt men ten onrechte militaire associaties die passen bij de Societas Jesu, maar strijdig zijn met de idealen van Dominicus en zijn gezellen.

IX

Bij de bestudering van Middelnederlandse vertalingen kan een vergelijking met de meest betrouwbare Latijnse tekst tot constatering van afwijkingen leiden die van geschiedkundige betekenis zijn voor de bepaling van de historische lezerskring.

X

Bij het transcriberen kan het overnemen van rubrieken van belang zijn om verwantschappen met andere handschriften vast te stellen.

XI

Het Frensweegse hs. F is door drie, in plaats van twee handen geschreven.

XII

Indien de ontdekking dat een bijenkoning in feite een bijenkoningin is, reeds in de Middeleeuwen had plaatsgevonden, zou de vrouwenemancipatie wellicht eerder hebben ingezet.

 

Vrije Universiteit Amsterdam - 7 november 1990

Christine Stutvoet-Joanknecht