W. v. Swaanenburgs Zegezuil,
Opgeregt ter eere van de Allerheilligste Maagd Maria,
Geviert onder den naam van Moeder van het goed Succes, in de Burgtkerk binnen Antwerpen, by occasie der verkiezinge eenes nieuwen Praefects, Petrus Ammans &c.
Was ik getooit met klem van Gods Orakelwond'ren?
Ik zou een Sion's toon, op myne snaaren dond'ren?
Zo hel als Bergkrystal dat op een Ysduin wast,
En nooden 't Werelddom op myn Gezang te gast:
Ik zou een Zegeboog van ongewoone snaaren,
Uit myn bezwangert brein op 't wit papier uitbaaren,
Voor 't Maagdelyk albast, dat in den Hemel woont,
Alwaar 't op blank yvoor word van het ligt gekroont:
Ik dreef vier Winden voor Maria's Roozenwagen,
En zag haar Dageraat, op een Azuurboog daagen,
In 't aanzien van dien Zoon, die 't eeuwig schepter gout,
In 's Moeders regterhand, uit vryë keur, vertrouwt;