[p. 219]
origineel
Op de gierigheit der geestelyken
, Of raapen, de Ziel van de Paapsche kool.
S
choon dat men klaarlyk merkt dat meest 't geblaf der Papen,
Uitziet op zeek're winst van groene Kool, en Raapen:
De laatste voor hen zelfs: en de and're voor 't gemeen;
Zo doet hy best, die zig bemoeit met geen van tweên:
Want raapt men neffens hen, zo weten deze knaapen,
In plaats van raapen, u een kooltje voor te aapen:
En koolt men meê, als zy, zo raakt de klad in 't werk.
Straks is 't: de hond is dol, en pist aan onze Kerk;
Help, Jan Maat, help! men wil hier Micha's Goden roven,
Onz' deftige Autaar-stoet raakt straks het onderst' boven.
Zo koolt men kool met kool, terwyl het volk gekoolt,
Zyn Paapen raapen laat, en in den koolhof doolt.