· 2 · Lokale liefdadigheid, regionale landloperij en nationale
bijstand
Hoe men de armen in de loop der tijden ook heeft gedefinieerd, zij waren altijd
degenen die minder bezaten van wat benodigd is om in leven te blijven. Sommigen
werkten voor de kost en kwamen toch tekort, velen ontbeerden elk middel van
bestaan en hadden aan alles gebrek. Maar altijd en overal waren de
levensomstandigheden van de armen afhankelijk van die van hun tegenhangers, de
rijken. Of liever: de armeren hadden de rijkeren nodig om te overleven, en de
rijkeren de armeren om hun voorsprong te handhaven.