1 Informele saamhorigheid - fraude, strijd en wanbeheer
De onderlingebijstandsfondsen waren klein, maar intern zwak en kwetsbaar. De
actuariële wetenschap, die nog in haar kinderschoenen stond, was hun onbekend.
Ze hadden geen toegang tot statistieken en bezaten slechts een flauw benul van
de verdeling van de te verzekeren risico's; er bestonden nog geen adequate
sterfte- en ziektetabellen voor hun ledenbestand.15 Dus konden de benodigde bijdragen niet
worden berekend, maar werden ze vastgesteld volgens vage ervaringsregels en naar
de geschatte draagkracht van de leden. Omdat inzicht in de risicoverdeling
ontbrak, waren de fondsen geneigd mensen uit te sluiten die naar hun mening
minder fatsoenlijk waren, een ongeregelde levenswandel hadden of in nood
verkeerden, omdat in die gevallen niet op stipte betaling gerekend kon worden.
Bovendien was vrijwel niemand van de leden vertrouwd met het beheer van
betrekkelijk grote sommen gelds over een lange tijdsspanne. Wie de verleiding
kon weerstaan om voor zichzelf te nemen, zou toch nog in een opwelling van
vrijgevigheid anderen die het zwaar hadden kunnen onthalen.16 Vrij vaak fungeerde
de plaatselijke geestelijke of kroegbaas als penningmeester, de eerste omdat hij
algemeen vertrouwd werd, en de laatste omdat hij competent geacht werd in
financiële aangelegenheden.17
Voor de leden van het fonds was ook de beslissing over wie er al dan niet recht
hadden op een toelage iets nieuws. Ze vonden het moeilijk om simulanten uit te
ziften of gelijke gevallen gelijk te behandelen, los van familie- of
vriendschapsbanden. In zo'n persoonlijke context, zonder het richtsnoer van
formele regeling of de bescherming van deskundige autoriteit, was het moeilijk
om het ene lid uit te betalen en de aanspraak van een ander te verwerpen, zonder
achterdocht en afgunst te wekken.
Corruptie, fraude en vriendjespolitiek waren in de kleine onderlinge fondsen geen
uitzondering. Bovendien werden de fondsen vaak verlamd door onderling wantrouwen
en eindeloze conflicten. Om deze misstanden te verhelpen waren bekwame
administrateurs nodig, geschoolde en onpartijdige huisbezoekers voor de zieken
en behoeftigen, inzage in de boeken door buitenstaanders, en formele