terug  begin  verderprepost

2 Homogeen lidmaatschap - opeenstapeling van risico's

De oorspronkelijke begrafenisverenigingen en ziekenfondsen bestonden uit mensen die hetzelfde beroep uitoefenden of uit hetzelfde gebied afkomstig waren,18 en ongeveer tegelijkertijd naar de stad getrokken waren, waardoor ze vaak zowat even oud waren. Velen woonden in dezelfde wijk of frequenteerden een zelfde stamcafé.19 Juist deze overeenkomsten gaven een krachtige impuls aan de onderlinge identificatie en de wederzijdse solidariteit. Maar de homogeniteit van het lidmaatschap bracht ook overeenkomstige gevaren met zich mee: arbeiders in dezelfde branche liepen het risico van dezelfde beroepsziekten, en verloren vaak hun baan op hetzelfde moment. De inwoners van één buurt stonden bloot aan dezelfde besmettingen. De mensen die allen even lang in één straat woonden en tot één generatie behoorden, werden samen oud. De fondsen deinsden er echter voor terug om hogere premies van oudere leden te vragen of jongere leden met lagere bijdragen te werven, omdat dit hun onrechtvaardig toescheen. Als gevolg bleven de meeste jonge arbeiders weg, en werd de gemiddelde leeftijd van de leden gaandeweg hoger. De sociale homogeniteit die had geleid tot de onderlinge solidariteit der leden veroorzaakte ook een concentratie van risico's, en vroeger of later een opeenstapeling van aanspraken die het fonds tot bankroet zou kunnen brengen. Slechts een spreiding van de risico's kon zo'n mislukking voorkomen, maar daarvoor was een heterogeen lidmaatschap nodig. Diversiteit zou echter de onderlinge identificatie en solidariteit verzwakken.

18Bijvoorbeeld Starr, p. 207: ‘De Lower East Side van New York wemelde van kleine verenigingen die vooraf betaalde medische hulp leverden aan joden die uit dezelfde stad of streek in Oost-Europa kwamen.’ Starr, en ook Katz, 1986 (pp. 62-3), vermelden vele verenigingen van onderlinge bijstand met een lidmaatschap gebaseerd op etnische herkomst of beroep.
19Vgl. Hatzfeld, 1971, p. 200: de geldkist van het fonds werd dikwijls in de plaatselijke stamkroeg bewaard. Gilbert, 1966, p. 308: ‘Medische clubs werden soms door de arbeiders van een bepaalde fabriek of werkplaats georganiseerd... Maar al te vaak was een medische club het aanhangsel van een nonchalant bestuurde liefdadigheidsvereniging, een zogenaamde slate club, die door de clientèle van een pub werd georganiseerd. In het ergste geval werd zo'n club op gang gehouden door de dokter zelf.’
prepostterug  begin  verder