Zorg en de staat


auteur: Abram de Swaan


bron: Abram de Swaan, Zorg en de staat. Welzijn, onderwijs en gezondheidszorg in Europa en de Verenigde Staten in de nieuwe tijd. Bert Bakker, Amsterdam 2004 (zesde druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

2 Homogeen lidmaatschap - opeenstapeling van risico's

De oorspronkelijke begrafenisverenigingen en ziekenfondsen bestonden uit mensen die hetzelfde beroep uitoefenden of uit hetzelfde gebied afkomstig waren,18 en ongeveer tegelijkertijd naar de stad getrokken waren, waardoor ze vaak zowat even oud waren. Velen woonden in dezelfde wijk of frequenteerden een zelfde stamcafé.19 Juist deze overeenkomsten gaven een krachtige impuls aan de onderlinge identificatie en de wederzijdse solidariteit. Maar de homogeniteit van het lidmaatschap bracht ook overeenkomstige gevaren met zich mee: arbeiders in dezelfde branche liepen het risico van dezelfde beroepsziekten, en verloren vaak hun baan op hetzelfde moment. De inwoners van één buurt stonden bloot aan dezelfde besmettingen. De mensen die allen even lang in één straat woonden en tot één generatie behoorden, werden samen oud. De fondsen deinsden er echter voor terug om hogere premies van oudere leden te vragen of jongere leden met lagere bijdragen te werven, omdat dit hun onrechtvaardig toescheen. Als gevolg bleven de meeste jonge arbeiders weg, en werd de gemiddelde leeftijd van de leden gaandeweg hoger. De sociale homogeniteit die had geleid tot de onderlinge solidariteit der leden veroorzaakte ook een concentratie van risico's, en vroeger of later een opeenstapeling van aanspraken die het fonds tot bankroet zou kunnen brengen. Slechts een spreiding van de risico's kon zo'n mislukking voorkomen, maar daarvoor was een heterogeen lidmaatschap nodig. Diversiteit zou echter de onderlinge identificatie en solidariteit verzwakken.