Bybel der natuure of historie der insecten. Deel 2


auteur: Jan Swammerdam


bron: Jan Swammerdam, Bybel der natuure of historie der insecten. Deel 2. De Banier, Utrecht / De Groot, Goudriaan 1980.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Tabulae XXI. Explicatio.

Fig. I.

Partes Genitales Apis Masculinae, intercedente microscopio delineatae.

a.a.Duo Testiculi.
b.b.Vasa deferentia, capreolorum vitis instar, cincinnata.
c.c.Eadem Vasa deferentia, in molem spectabilem dilatata, novos veluti Testiculos referentia, intus cava.
d.d.Vesiculae seminales, in quas Vasa deferentia, iterum contracta, inseruntur utrinque.
e.e.Radix Penis nervea.
f.Particula corneo-ossea, saturate fusca, tantillum rubescens, intra tuber ovatum Penis sita.
g.Penis, seu Particula Peni similis, nequaquam tamen perforata.

Tabula XXI. Verklaart.

Fig. I.

De Teeldeelen der Mannekens-Bye, door behulp van een vergrootglas afgebeeld.

a.a.Twee Saadballen.
b.b.De afbrengende Vaten, gelyk Wyngaardranken gekronkelt.
c.c.Deselve afbrengende Vaten, in een sigtbaare grootte verwyd, gelyk als nieuwe Saadballen verbeeldende, van binnen hol.
d.d.de Saadblaaskens, waar in de afbrengende Vaten wederom vernaaut zynde, aan weersyden ingeplant worden.
e.e.De zenuwagtige wortel der Roede.
f.Het boornbeenig Deelke, hoog brain, eenig sins roodagtig, binnen de ovaalagtige knop der Roede geleegen.
g.De Roede, of een Deelke de Roede gelyk, dog geensins doorboort.
[p. 47]origineel
h.Particula in quinque spadiceas divisiones interstincta.
i.Particula alia, priori quasi opposita, indivisa, intus hirsuta, inaequalis, setacea.
k.k.Appendices cavae, acuminatae, intortae.
l.l.Ligamenta, quorum ope Partes genitales in Abdomine adligantur.
m.Medullae spinalis pars quaedam, e qua
n.nNervi duo nascuntur, per partes genitales distributi, motui harum partium, excretioni, & voluptati inservientes.

Fig. II.

o.Partes Genitales Apis Masculinae, nativa magnitudine depictae.

Fig. III.

Partium Genitalium Masculinarum in cipiens evolutio.

c.c.Vasa deferentia, qua tumidissima sunt, abscissa; ut pateat & crassities & internum eorum cavum.
d.d.Vesiculae Seminales discissae; ut videri queat substantiae earum crassities, atque cavitas interna.
e.e.Radix Penis nervea.
f.Particula corneo-ossea, in bulbo Penis radicis sita.
h.Particula quinquefida sese evolvens.
i.Particula altera, in divisa, sese evolvens.
k.k.Appendices cavae, acuminatae, e corpore prodeuntes.
q.q.Pudendi extremum corneo-osseum.
r.Pudendi pars pilosa, postrema.
s.s.Ornamenta super cornu osseo Pudendi conspicua.

Fig. IV.

Partes Genitales Masculinae paulo ulterius evolutae.

e.Radix Penis Nervea.
f.Particula corneo-ossea, intra tuber radicis Penis sita, magis extrorsum promota.
h.Particula quinquefida, ulterius protensa.
i.Particula altera, indivisa, quoque magis prodiens.
k.k.Appendices cavae, acuminatae, basi sua jam penitus evolutae: earum tamen
l.l.Apices etiamnum intus haerent.
q.q.Idem, quod in figura praecedente, notant.
r.Idem, quod in figura praecedente, notant.
s.s.Idem, quod in figura praecedente, notant.
h.Het Deelken in vyf hoogroode verdeelingen onderscheyden.
i.Een ander Deelke, tegen het eerste als overgestelt, onverdeelt, van binnen ruig, ongelyk, borstelagtig.
k.k.Holle, puntige, gedraaide Aanhang sels.
l.l.Banden, waar door de Teeldeelen in den Buik vast gehouden worden.
m.Een gedeelte des Ruggemergs, waar uit
n.n.Twee Zenuwen spruiten, door de Teeldeelen verspreyd, deese deelen bewegende, en de uitwerping en kitteling helpende.

Fig. II.

o.De Teeldeelen van de Mannekens-Bye in haar natuurlyke grootte afgebeeld.

Fig. III.

Beginnende uitrolling der Mannelyke Teeldeelen.

c.c.De afbrengende Vaten, daar zy op haar dikst zyn, afgesneeden, op dat en de dikte, en derselver inwendige holte gesien worden.
d.d.De Saadblaaskens doorgesneeden, op dat de dikte van haar substantie en inwendige holligheid mag gesien worden.
e.e.De Zenuwagtige wortel der Roede.
f.Het hoornbeenig Deelken, in de bol van de wortel der Roede geplaatst.
h.Het Deelken met vyf verdeelingen, zig uitrollende.
i.Een ander onverdeeld Deelke, zig uitrollende.
k.k.Holle puntige Aanhangsels, uit het lighaam voortkomende.
q.q.Het hoornbeenig uiteinde der Schamelheid.
r.Het Hayrige agterste gedeelte der Schamelheid.
s.s.Vercierselen boven het hoornbeen der Schamelheid sigtbaar.

Fig. IV.

De Mannelyke Teeldeelen, een weinig meer uitgerolt zynde.

e.De Zenuwagtige Wortel der Roede.
f.Het hoornbeenig Deelken, binnen de knop van de wortel der Roede geplaatst, meer buitenwaarts gedreeven.
h.Het Deelken met vyf verdeelingen, verder voor uitgestrekt.
i.Het andere onverdeelde Deelken, ook meer voortkomende.
k.k.Holle puntige Aanhangsels, nu van haar grond t'eenemaal uitgewonden, even wel blyven derselver
l.l.Toppen nog van binnen.
q.q.Betekent het selve, als in de voorgaande figuur.
r.Betekent het selve, als in de voorgaande figuur.
s.s.Betekent het selve, als in de voorgaande figuur.