terug  begin  verder

II.
Bevolking der kolonie Suriname.

De kolonie Suriname is bevolkt met a. Blanken; b. Kleurlingen; c. Indianen; d. Boschnegers, en e. Slaven, van welke laatste ik U echter in een volgend Hoofdstuk verslag zal doen.

a. De Blanken zijn hier van alle Europesche Natien en verschillende Godsdienstige gezindheden zamengevloeid; kinderen van een' blanken vader en eene blanke moeder, in de kolonie geboren, worden blanke Creolen (inboorlingen) genaamd, doch deze zijn er weinig in aanzien: de meeste blanken van rang zijn geboren Europeanen; de helft zijn Joden, en nog geen vierde gedeelte der blanken zijn Nederlanders.

b. De Kleurlingen maken een tusschenras van Blanken en Negers uit, welke kleur vervolgens, bij verdere gemeenschap met blanken, eenen zachten overgang maakt,

[p. 9]

tot dat de kinderen blanke Creolen genaamd worden; de Kleurlingen zijn meerendeels vrij geboren, echter vindt men er ook eene menigte vrijlieden(*) en slaven onder.

c. De Indianen zijn de oorspronkelijke, of liever vroegere inboorlingen dezer kolonie, en zijn in verschillende kasten of stammen verdeeld, waarvan de Arrawakken en Caraïben de voornaamste en de eenige zijn, welke in eene directe betrekking tot de oude kolonie van Suriname staan; aan de Corantijn en de Maratakka woont een derde stam, Warrau's geheeten, welke tak meer met het nederdistrict Nickerie in betrekking staat.

d. Boschnegers zijn óf geboren Afrikaners óf Creolen, welke laatste in de kolonie Suriname van een Negervader en Negermoeder geboren zijn. - Ook vindt men vrijgegevene Negers en derzelver afstammelingen te Paramaribo. Dan van de Indianen en Boschnegers, welke afzonderlijke maatschappijen vormen, zullen wij niet spreken, als niet tot deze onze beschouwing behoorende(†).

e. Slaven zijn Negers of Kleurlingen, waarvan straks nader.

Ook verdeelt men de Blanken, Kleurlingen en Slaven in fort- en plantaadjebewoners.

[p. 10]

Er bevinden zich op de gezamenlijke plantaadjen houten kostgronden, chirurgijns-etablissementen enz., welke de landelijke bevolking der kolonie uitmaken:

Blanken 595.
Vrije Kleurlingen 335.
Vrije Zwarten 64.
Slaven 40204.
  ______
Landelijke bevolking 41198.
In de stad 15265.
  ______
Generale bevolking 56463.

Hiervan zijn gehuwd:

Blanken (paren) 496.
Gekleurden 47.
Zwarten 2.
  _____
  545 paren.

Ook verdeelt men de bevolking in:

  Protestanten. Roomschen. Joden. Hernhutters.
Blanken 1065 - 209 - 1258 - 15.
Kleurlingen 2276 - 231 - 65 - 140.
Zwarten 232 - 160 - 1 - 519.
  ____ ____ ____ ____
  4073 - 600 - 1324 - 674.

Dus bestaat de bevolking (Paramaribo(*) daaronder begrepen) uit:

Christenen 5347.
Joden 1324.
Heidenen 49792.
  _____
Te zamen 56463.

[p. 11]

De Blanken worden, uitgezonderd het garnizoen, in 4 hoofdklassen, als: landbouwende, ambtenaren, kooplieden en ambachtslieden, verdeeld. - Daarenboven vindt men te Paramaribo een steeds afwisselend, maar dikwerf groot aantal zeelieden.

Wij zullen ons dan, in de eerste plaats, tot de landbouwende, als de meest nuttige klasse bepalen.

(*)Door vrijlieden verstaat men gemanumateerden of de zoodanigen, welke slaaf geboren en later vrijgekocht of vrijgegeven zijn.
(†)Zie deswege het door mij geschrevene werk: De landbouw in de kolonie Suriname, te Groningen, bij H. Eekhoff, Hz., D. II, bl. 157 en bl. 165 en volg.
(*)Hiervan straks nader.
terug  begin  verder