
Monografieën:
Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands nieuw
Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst
Christiaan van Heule, De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe
Gerrit H. Jongeneelen, Fonetiek en verlichting
Anneke Neijt, Universele fonologie
G.S. Overdiep, Stilistische grammatica van het moderne Nederlandsch
E. Rijpma en F.G. Schuringa, Nederlandse spraakkunst
M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands
M.C. van den Toorn, W. Pijnenburg, J.A. van Leuvensteijn en J.M. van der Horst, Geschiedenis van de Nederlandse taal
Verspreide publicaties in de dbnl - alfabetisch op auteur:
Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente (1998)
Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten? (1995)
Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands (1984)
R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie' (1918)
Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)R.P. Botha, 'Bindfonemen: grammatische, linguïstische en wetenschapsfilosofische Problemen.' (1969)
Willem Gerard Brill, ‘OVER DE WIJZIGINGEN, WELKE DE GOTHISCHE VOKALEN HEBBEN ONDERGAAN. - OVER KLANKWIJZIGING EN KLANKVERSCHUIVING IN HET ALGEMEEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘HOE IN ONZE TAAL VERGOED IS, WAT DOOR HET AFSLIJTEN DER NAAMVALS-UITGANGEN WAS VERLOREN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘OVER DE NAAMVALSUITGANGEN: HUN WEZEN EN HUNNE BETEEKENIS, HUNNE GESCHIEDENIS EN DE KRITIEK, AAN WELKE ZIJ ONDERWORPEN ZIJN GEWORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘HET GOTHISCHE VOKAALSTELSEL.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995)José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken (1995)
H. Crompvoets, ‘De beide Limburgen als dialectologisch slagveld door H. Crompvoets’, ‘Algemeen’, ‘Slag bij Woeringen in 1288 Een korte historische achtergrond.’, ‘Taalkundig-historische achtergronden’, ‘Benrather linie’, ‘De -lik/-lich-linie’, ‘Vocalisering van l’, ‘De velariseringslinie’, ‘De -s/-sj-linie’, ‘De Panninger linie’, ‘Panninger zijlinie’, ‘De betoningslinie en Getelinie’, ‘Uerdinger linie’, ‘De mich/mij-linie’, ‘De Brabantse en Nederlandse tegenbeweging’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘ANTWOORD OP VRAAG 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘HET ACHTERVOEGSEL AARD .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘ZAMEN OF SAMEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk en L.A. te Winkel, ‘BEANTWOORDING VAN INGEZONDEN VRAGEN.’, ‘(Zie blz. 160).’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering' (1907)
Marinel Gerritsen, R. van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993' (1995)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch' (1933-34)
Leo Goemans, 'Voortleven van verdwenen klanken in den Sandhi (Dialecten van Aalst en Leuven)' (1903)
J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands' (1931)
L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem' (1953)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call' (1993)
C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak' (1924)
Joost Hiddes Halbertsma, ‘OVER DE UITSPRAAK VAN HET LANDFRIESCH,’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem' (1959)
G.L. van den Helm, ‘ETYMOLOGISCHE ONDERZOEKINGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst,’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)Christiaan van Heule, ‘’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)Christiaan van Heule, ‘’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
H. Kern, ‘NOG IETS OVER DEN GENITIEF VEELS.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘QUECKENOOT.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘DE INFINITIEVEN OP JEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)H. Kern, ‘HURRA!’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILL'S NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint' (1994)
Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg (1991)
J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element' (1936)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
Norbert Morciniec, ‘Kontrastieve linguïstiek en vreemde-talenonderwijs door prof. dr. N. Morciniec (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes' (1962)
Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands' (1971)
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
J. Pijnappel, ‘BESCHOUWINGEN OVER DE LETTERKLANKEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Laurent Rasier, ‘De zinsaccentuering in het Nederlands: een verkenning over de grenzen tussen (toegepaste) taalkunde en didactiek heen Laurent Rasier’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1935)Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IIFoniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten' (1986)
Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘VRAGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘WOORD EN SCHRIFT.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)Jan Trioen, ‘Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’ In: Fonetiek en verlichting (1994)Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams' (1943)
J. van Vloten, ‘DE INFINITIEVEN OP YEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘NOG IETS OVER 'T WOORD LICHAAM EN ZIJN SPELLING, OVER DE GRIEKSCHE PH EN DE NEDERLANDSCHE F.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek' (1974)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)Jip Wester, 'Language Technology as Linguistics: a Phonological Case Study of Dutch Spelling' (1985)
N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland' (1914)
J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET ACHTERVOEGSEL AADJE.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET WOORD VOOROORDEEL.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘DE ALGEMEENE SPELREGELS, EN DE SPELLING DER WOORDEN AIR, HAIR, HEIR, MEIR, DOIR EN OIR AAN DIE REGELS GETOETST.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘KUK, KUKKEN, KUKKELEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘BLADVULLING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘OVER G, GH EN DE GEWAANDE LETTER NG.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘DE VERLENGING DER HELDERE A IN GESLOTEN LETTERGREPEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER DE SPELLING VAN HET WOORD STEIGEREN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET WOORD LIGCHAAM EN DE ONDERLINGE VERHOUDING DER H EN CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘EENIGE GRAMMATISCHE HOOFDSTELLINGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘OVER HET BEGRIP LETTER, EN DE WIJZE, WAAROP DE LETTERS DOOR DE SPRAAKWERKTUIGEN GEVORMD WORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING MET GT EN CHT.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET RUNENSCHRIFT, TER TOELICHTING VAN DEN OORSPRONG DER LETTERTEEKENS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘DE DIALECTEN EN DE VOCAALSPELLING.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘ZELEN EN ZEELEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘GISSING VAN DE REDACTIE.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V.Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)Johan Winkler, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
Verspreide publicaties in de dbnl - chronologisch op jaar van verschijnen:
anoniem Limburgse sermoenen, ‘IV. Klankleer.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)Christiaan van Heule, ‘Van het derde Deel der Spraeckonst,’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)Christiaan van Heule, ‘’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)Christiaan van Heule, ‘’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.F. Willems, ‘Brief aen Professor Bormans, over de tweeklanken IJ en UU.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (1841)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET WOORD VOOROORDEEL.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET ACHTERVOEGSEL AADJE.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)J.A. van Dijk, ‘HET ACHTERVOEGSEL AARD .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)G.L. van den Helm, ‘ETYMOLOGISCHE ONDERZOEKINGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘DE INFINITIEVEN OP JEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘QUECKENOOT.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘NOG IETS OVER DEN GENITIEF VEELS.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘DE ALGEMEENE SPELREGELS, EN DE SPELLING DER WOORDEN AIR, HAIR, HEIR, MEIR, DOIR EN OIR AAN DIE REGELS GETOETST.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.H. van Dale en Arie de Jager, ‘ANTWOORD OP VRAAG 26.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘ZAMEN OF SAMEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘DE INFINITIEVEN OP YEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘KUK, KUKKEN, KUKKELEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘BLADVULLING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘NOG IETS OVER 'T WOORD LICHAAM EN ZIJN SPELLING, OVER DE GRIEKSCHE PH EN DE NEDERLANDSCHE F.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET WOORD LIGCHAAM EN DE ONDERLINGE VERHOUDING DER H EN CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘EENIGE GRAMMATISCHE HOOFDSTELLINGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER DE SPELLING VAN HET WOORD STEIGEREN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘DE VERLENGING DER HELDERE A IN GESLOTEN LETTERGREPEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘OVER G, GH EN DE GEWAANDE LETTER NG.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Willem Gerard Brill, ‘OVER DE WIJZIGINGEN, WELKE DE GOTHISCHE VOKALEN HEBBEN ONDERGAAN. - OVER KLANKWIJZIGING EN KLANKVERSCHUIVING IN HET ALGEMEEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘HET GOTHISCHE VOKAALSTELSEL.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘OVER DE NAAMVALSUITGANGEN: HUN WEZEN EN HUNNE BETEEKENIS, HUNNE GESCHIEDENIS EN DE KRITIEK, AAN WELKE ZIJ ONDERWORPEN ZIJN GEWORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘HOE IN ONZE TAAL VERGOED IS, WAT DOOR HET AFSLIJTEN DER NAAMVALS-UITGANGEN WAS VERLOREN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)L.A. te Winkel, ‘OVER HET BEGRIP LETTER, EN DE WIJZE, WAAROP DE LETTERS DOOR DE SPRAAKWERKTUIGEN GEVORMD WORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILL'S NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J. Pijnappel, ‘BESCHOUWINGEN OVER DE LETTERKLANKEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING MET GT EN CHT.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘DE DIALECTEN EN DE VOCAALSPELLING.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET RUNENSCHRIFT, TER TOELICHTING VAN DEN OORSPRONG DER LETTERTEEKENS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)H. Kern, ‘PROEVE EENER TAALKUNDIGE BEHANDELING VAN HET OOST-GELDERSCH TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘WEES, WEEZEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVEREENSTEMMING IN DE VORMEN GEER, GEEREN, AALGEER EN NAVEGAAR.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.A. van Dijk en L.A. te Winkel, ‘BEANTWOORDING VAN INGEZONDEN VRAGEN.’, ‘(Zie blz. 160).’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)H. Kern, ‘HURRA!’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘VRAGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘ZELEN EN ZEELEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)Joost Hiddes Halbertsma, ‘OVER DE UITSPRAAK VAN HET LANDFRIESCH,’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAALEIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘WOORD EN SCHRIFT.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)L.A. te Winkel, ‘GISSING VAN DE REDACTIE.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)Johan Winkler, ‘DE LEEUWARDER TONGVAL EN HET LEEUWARDER TAAL-EIGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)J. te Winkel, ‘Hoofdstuk V.Klankstelsel der Nederlandsche taal.’ In: Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)Leo Goemans, 'Voortleven van verdwenen klanken in den Sandhi (Dialecten van Aalst en Leuven)' (1903)
D.C. Hesseling, Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)
B. Faddegon, 'Geleidelijke en springende klankverandering' (1907)
N. van Wijk, 'De umlaut van a in ripuaries- en salies-frankiese dialekten van België en Nederland' (1914)
R.C. Boer, 'Syncope en consonantengeminatie' (1918)
Jac. van Ginneken, De roman van een kleuter (1922)
C.B. van Haeringen, 'Eenheid en nuance in beschaafd-Nederlandse uitspraak' (1924)
A.W. de Groot, 'De wetten der phonologie en hun betekenis voor de studie van het Nederlands' (1931)
Jac. van Ginneken, 'De phonologie van het Algemeen Nederlandsch' (1933-34)
Anton Reichling, ‘Vijfde hoofdstuk De woord-Gestalt als aanschouwelikheid’ In: Het woord. Een studie omtrent de grondslag van taal en taalgebruik (1935)J.H. van Lessen, 'Klanknabootsing als taalvormend element' (1936)
A.A. Verdenius, 'Het h-phomeen in het 17de-eeuwse Amsterdams' (1943)
L. Grootaers, 'Het Nederlands substraat van het Brussel-Frans klanksysteem' (1953)
Antonie Cohen, 'Het Nederlands diminutiefsuffix; een morfonologische proeve' (1958)
K.H. Heeroma, 'De plaats van ie, oe en uu in het Nederlandse klinkersysteem' (1959)
W.G. Moulton, 'The Vowels of Dutch: Phonetic and Distributional Classes' (1962)
Rudolf P.G. de Rijk, 'Apropos of the Dutch Vowel System' (1967)
E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk IIFoniek en accent’, ‘Foniek, fonetiek, fonologie’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)R.P. Botha, 'Bindfonemen: grammatische, linguïstische en wetenschapsfilosofische Problemen.' (1969)
J.J. Spa, 'Generatieve fonologie' (1970)
S.G. Nooteboom, 'Over de lengte van korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken in het Nederlands' (1971)
J.W. de Vries, 'De slot-t in consonantclusters te Leiden: een sociolinguistisch onderzoek' (1974)
Norval S.H. Smith, '-Aar' (1976)
M.A.C. Huybregts, 'De biologische kern van taal' (1978-79)
Norbert Morciniec, ‘Kontrastieve linguïstiek en vreemde-talenonderwijs door prof. dr. N. Morciniec (Wrocław)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
J. Goossens, Naar een Nederlandse familienaamgeografie (1979)
K. Roelandts, Vertrouwelijke naamgeving (1979)
Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, 'Egg, Onion, Ouch! On the Representation of Dutch Diphthongs' (1980)
J. Goossens, Middelnederlandse vocaalsystemen (1981)
F. Zwarts, 'Negatief polaire uitdrukkingen I' (1981)
Geert Evert Booij, 'Conjunctiereductie in gelede woorden, een terreinverkenning' (1983-84)
Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands (1984)
C. Gussenhoven, 'Focus, Mode and Nucleus' (1984)
Harry van der Hulst, 'Ambisyllabicity in Dutch' (1985)
René Kager en Wim Zonneveld, 'Schwa, Syllables, and Extrametricality in Dutch' (1985-86)
Jip Wester, 'Language Technology as Linguistics: a Phonological Case Study of Dutch Spelling' (1985)
G. de Schutter en J. Taeldeman, 'Assimilatie van stem in de zuidelijke Nederlandse dialekten' (1986)
Xavier Staelens, Van taal naar toal en van toal naar taal (1987)
Xavier Staelens, Stadshasselts en 'Boerenhasselts' (1987)
H. Crompvoets, ‘De beide Limburgen als dialectologisch slagveld door H. Crompvoets’, ‘Algemeen’, ‘Slag bij Woeringen in 1288 Een korte historische achtergrond.’, ‘Taalkundig-historische achtergronden’, ‘Benrather linie’, ‘De -lik/-lich-linie’, ‘Vocalisering van l’, ‘De velariseringslinie’, ‘De -s/-sj-linie’, ‘De Panninger linie’, ‘Panninger zijlinie’, ‘De betoningslinie en Getelinie’, ‘Uerdinger linie’, ‘De mich/mij-linie’, ‘De Brabantse en Nederlandse tegenbeweging’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)Joep Kruijsen, Lommel en Limburg, een dialektometrische verkenning (1990)
H. Crompvoets, Meijel: dialectologisch een scharnier en tevens een zwart gat (1991)
J. Leenen, Dialecten in Belgisch Limburg (1991)
Anneke Neijt, Universele fonologie (1991)
J. Goossens, Die Servatiusbruchstücke (1992)
J. Goossens, Dialecten in het centrale Zuidnederlandse stedennetwerk (1993)
C. Gussenhoven, 'The Dutch Foot and the Chanted Call' (1993)
V. Mennen, Interpretatie van toponiemen (1993)
Evelien Krikhaar, Els den Os en Frank Wijnen, 'The (Non)Realization in Children's Utterances: Evidence for a Rhythmic Constraint' (1994)
Ann Marynissen, Limburgse familienamengeografie (1994)
Jan Trioen, ‘Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’ In: Fonetiek en verlichting (1994)Rob Belemans, Stokkems dialect of Stokkemse dialecten? (1995)
José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995)Georg Cornelissen, De dialecten in de Duits-Nederlandse Roerstreek - grensdialectologisch bekeken (1995)
Marinel Gerritsen, R. van Hout en H.F. van de Velde, 'De verstemlozing van de fricatieven in het Standaard-Nederlands. Een onderzoek naar taalverandering in de periode 1935-1993' (1995)
José Cajot, De Nederlands-Duitse staatsgrens als scheidingslijn tussen klanken, vormen en woordgeslachten (1996)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
Frens Bakker, Het Venloos en het Blericks, een stads- en een dorpsdialect in één gemeente (1998)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)Laurent Rasier, ‘De zinsaccentuering in het Nederlands: een verkenning over de grenzen tussen (toegepaste) taalkunde en didactiek heen Laurent Rasier’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)