Monografieën:

Amand Berteloot, Bijdrage tot een klankatlas van het dertiende-eeuwse Middelnederlands

Willem Gerard Brill, Nederlandsche spraakleer. Deel I. Klankleer, woordvorming, aard en verbuiging der woorden

Jo Daan en M.J. Francken, Atlas van de Nederlandse klankontwikkeling (ANKO) (2 delen)

Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst

Christiaan van Heule, De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe

Gerrit H. Jongeneelen, Fonetiek en verlichting

A.L. Kok, Ont-werp der Neder-duitsche letter-konst (ed. G.R.W. Dibbets)

A. van Loey, Middelnederlandse spraakkunst. Deel II. Klankleer

Marijke Mooijaart, Atlas van Vroegmiddelnederlandse taalvarianten

Anneke Neijt, Universele fonologie

G.S. Overdiep, Stilistische grammatica van het moderne Nederlandsch

E. Rijpma en F.G. Schuringa, Nederlandse spraakkunst

H. Ryckeboer, Het Nederlands in Noord-Frankrijk. Sociolinguïstische, dialectologische en contactlinguïstische aspecten

M. Schönfeld, Historische grammatica van het Nederlands

M.C. van den Toorn, W. Pijnenburg, J.A. van Leuvensteijn en J.M. van der Horst, Geschiedenis van de Nederlandse taal

Mieke Trommelen en Wim Zonneveld, Klemtoon en metrische fonologie

E.M. Uhlenbeck, Taalwetenschap