
Monografieën:
Battus, Opperlandse taal- & letterkunde
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y
R.J.G. de Bonth & G.R.W. Dibbets, Voor rede vatbaar.
Tien voorredes uit het grammaticale werk van Van Hoogstraten, Nylöe, Moonen, Sewel, Ten Kate, Huydecoper (1700-1730)
Cor van Bree, Historische Grammatica van het Nederlands
Charivarius, Is dat goed Nederlands?
Johanna Greidanus, Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie
C.H. den Hertog, Nederlandsche spraakkunst
Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie
Christiaan van Heule, De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst
Christiaan van Heule, De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands
L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands
Annet de Korne en Tineke Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende-eeuws Nederlands
Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst
Petrus Montanus, De spreeckonst
Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst
E. Rijpma en F.G. Schuringa, Nederlandse spraakkunst
M.C. van den Toorn, W. Pijnenburg, J.A. van Leuvensteijn en J.M. van der Horst, Geschiedenis van de Nederlandse taal
C.G.N. de Vooys, Nederlandse spraakkunst
P. Weiland, Nederduitsche Spraakkunst
L.A. te Winkel, De grondbeginselen der Nederlandsche spelling - ontwerp der spelling voor het aanstaande Nederlandsch woordenboek
F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst
Verspreide publicaties in de dbnl - alfabetisch op auteur:
J. Mathijs Acket, ‘Proeve van een les in de beeldspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)R.K.J.E. Antonissen, ‘Vierde werkvergadering gehouden op vrijdag 11 september 1964 te 9.30 uur’, ‘Beschouwingen over de spellingsystemen van het Nederlands en het Afrikaans door Prof. Dr. R.K.J.E. Antonissen (Grahamstad)’ In: Colloquium Neerlandicum 2 (1964) (1966)Jan Blokker, ‘Spellen’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)Jan Blokker, ‘Vraaggesprek’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael' (1832)
Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Adrianus Bogaers, ‘BEDENKINGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)Adrianus Bogaers, ‘DEVENTERSCH EN DEVENTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)Adrianus Bogaers, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.H. van den Bosch, ‘‘Hij’ en ‘ie’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Karel Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica (1985)
Menno ter Braak, ‘Buigings-n en ‘cultuurbezit’’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1951)Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde (1981)
Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands (1987)
Willem Gerard Brill, ‘OVER DEN TONGVAL DER NIEUW-NEDERLANDSCHE KLASSISCHE SCHRIJVERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘OVER HET ONDERSCHEID TUSSCHEN DE WOORDORDE VAN DEN OORDEELENDEN EN DIE VAN DEN WENSCHENDEN ZIN, ALSMEDE OVER DE KRACHT VAN ZEKERE ORATORISCHE WENDINGEN IN DE ORDE DER WOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995) Charivarius, Is dat goed Nederlands? (1940)
Jan Craeynest, ‘Nog een woord over Zich.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Jo Daan, ‘‘A Dutch puzzle’ Pronomina van de tweede persoon door mw. dr. Jo Daan (vh. Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)J.H. van Dale, ‘AARDSCH- OF AARDSGEZIND?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.H. van Dale, ‘TAALSNIPPERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.H. van Dale, ‘VERBETERINGEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)B.C. Damsteegt, ‘De onontkoombaarheid van het kompromis door Dr. B.C. Damsteegt Rijksuniversiteit Leiden’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976)Jan Baptist David, ‘Over de regelmatigheyd in de spelling by de oude Nederduytsche schryvers.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Jan Baptist David, ‘Over de Bilderdyksche afwykingen van het gewoon schryfgebruyk in Holland.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Jan Baptist David, ‘OVER DE REGELMATIGHEID IN DE SPELLING, BY DE OUDE NEDERDUITSCHE SCHRYVERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands (1991)
J.A. van Dijk, ‘DE UITDRUKKING ALS HET WARE.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘ONDER ANDEREN OF ONDER ANDERE?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘HET ACHTERVOEGSEL AARD .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘TE ALLEN TIJDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘OVER HET WOORD GANSCH.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘ZAMEN OF SAMEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘DE VERBUIGING VAN ENKELE TELWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘DE SPELLING VAN HET NEDERLANDSCH WOORDENBOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘OVER DE CONSTRUCTIE VAN BIJZINNEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘BERICHT AAN DEN LEZER.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘BEANTWOORDING VAN EENIGE VRAGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J.A. van Dijk, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘DE SPELLING EN HET LAGER ONDERWIJS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘DE VIER EERSTE.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘WIJSTE OF WIJSSTE?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.A. van Dijk, ‘OPMERKINGEN OMTRENT EENIGE FOUTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen door prof. dr. G. Geerts’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche spraakkunst en het buitenland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Johanna Greidanus, Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie (1926)
Dirk de Groot, ‘DE VIER EERSTE.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.P. Guépin, De beschaving (1983)
Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901)Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901) Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)D.C. Hesseling, ‘Purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie (1581)
Christiaan van Heule, ‘’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands (1983)
J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
J.M. van der Horst, ‘De toekomst van ...’, ‘Over de toekomst van het lezen Joop van der Horst (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)J.L. Horsten, ‘Aantekeningen bij Pluim's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Arie de Jager, ‘NALEZING.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Arie de Jager, ‘IETS OVER DEN UITGANG IG.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Arie de Jager, ‘MAN EN MAAG. - EERLANG. - HAGENDEVELD.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Arie de Jager, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)Arie de Jager, ‘DE BETEEKENIS VAN ROEKELOOS.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)Arie de Jager, ‘UITWEIDEN OF UITWIJDEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)G. Kalff, ‘Over spelling.’ In: De Gids. Jaargang 1892 (1892)H. Kern, ‘OVER DEN OORSPRONG VAN HET ACHTERVOEGSEL AARD.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘DE INFINITIEVEN OP JEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern en L.A. te Winkel, ‘IETS OVER NOORDENWIND enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands (1978)
Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILL'S NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILL'S NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)Jan Koopmans, ‘‘Zuiver’ schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
Enoch Krook, Etsko Kruisinga en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)Etsko Kruisinga, ‘Beschaafdentaal iets onnatuurliks?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)Hendrik Martinus Labberté, ‘EENIGE WOORDEN OVER HET GEBRUIK VAN d'.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Jan Jacob Lambin, ‘Gebruik van vlaemsche woorden in oude fransche bescheeden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)Karel Lodewijk Ledeganck, ‘Beslissing der Koninglyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 1855 (1855)Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 1855 (1855)W.W. van Lennep, ‘EENIGE VRAGEN BETREFFENDE DE GESLACHTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst (1865)
anoniem Limburgse sermoenen, ‘V. Verbuiging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)H. Logeman, ‘De V en de W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)Jan Messchert van Vollenhove, ‘Iets over ‘zuiver’ Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst (1706)
F. Mori-Leemhuis, Philippe Noble, Erich Püschel, B. Rajman, William Z. Shetter, Sulastin Sutrisno en Paul Vincent, ‘Ochtendzitting dinsdag, 31 augustus 1982’, ‘Forumgesprek met discussie over ‘inhoud en vorm van de Neerlandistiek buiten België en Nederland’.’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
J.L. Pauwels, ‘Taalkundige kroniek over spraakkunst door Dr J.L. Pauwels’ In: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1945 (1945)Frans de Potter, ‘Spelling der aardrijkskundige namen.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)J. Prinsen J.Lzn, ‘Over ‘Taal en Spelling’ bij Multatuli.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)W.N. de Rieu, ‘EENE VERTALING.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)W.N. de Rieu, ‘EENE VERTALING.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk VIVoornaamwoordelijke aanduiding en spelling’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)J. de Rooij, ‘Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) door dr. J. de Rooij (Amsterdam) (Samenvatting)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)J. de Rooij, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936)J.J. Salverda de Grave, ‘Een ‘kleine zuiveraar’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)J.J. Salverda de Grave, ‘Het onderwijs der Franse spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge (1612)
H. Sermon, ‘SNIPPERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Ph.J. Simons, ‘Is 't zwaktonige die een aanwijzend of een persoonlik voornaamwoord?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Ph.J. Simons, ‘Twee opstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding. (Vervolg van blz. 40.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Ph.J. Simons, ‘Over enige faktoren bij de sexe-aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Leo Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Gilbert A. R. de Smet, ‘De evolutie van de Limburgse ambtelijke schrijftaal na Woeringen door G. de Smet’, ‘Teksten - materiaal’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging (1982)
H. van Strien, ‘Hasselbach's ‘Nederlandsche-spraakkunst’ principiëel beoordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995) [tijdschrift] Gids, De, ‘De Nederlandsche spelling.’ In: De Gids. Jaargang 1862 (1862) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘OVER DE UITDRUKKINGEN TER GOEDER TROUW, TER GOEDER URE, TEN MIJNEN HUIZE, TER DEZER PLAATSE.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘IETS OVER DE VERBUIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN TAALKUNDIG ZONDENREGISTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)D.C. Tinbergen, ‘Enkele opmerkingen over het gebruik van ie, die, enz..’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)M.C. van den Toorn, ‘1. Traditionele zinsontleding’ In: Nederlandse grammatica (1973)J.Z. Uys, ‘Onduidelikhede en inkonsekwenthede in die Nederlandse spelling Algemene konsketsing van situasie en doelstelling door J.Z. Uys, M.A. (vh. Lector Universiteit Natal, Zuid-Afrika)’ In: Colloquium Neerlandicum 1 (1961) (1961)K. Veenenbos, ‘Iets over vergelijkingen in de taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
Jan Baptist Chrysostomus Verlooy, Verhandeling op d'onacht der moederlyke tael in de Nederlanden (1788)
Roel Vismans, ‘Ervaringen met de ANS Roel Vismans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)Peter Jozef Visschers, ‘Merkwaerdige toetreding tot het taelstelsel der Koninklyke Commissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)S. Vissering, ‘AAN DEN HEER PROFr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J. van Vloten, ‘TAALBEDERF.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)J. van Vloten, ‘TAALBEDERF.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J. van Vloten, ‘DE INFINITIEVEN OP YEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘AAN PROF. S. VISSERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘JE OF JEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J. van Vloten, ‘AAN DE REDACTIE VAN 'T NEDERLANDSCHE WOORDENBOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J. van Vloten, ‘GOED OF VERKEERD?’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)C.G.N. de Vooys, ‘‘Buigings-uitgangen mogen niet verwaarloosd worden.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen Bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemenbehandeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Het achtervoegsel -ziek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemen-behandeling. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)C.G.N. de Vooys, ‘De behandeling van ‘figuurlike taal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)C.G.N. de Vooys, ‘Tekstverknoeiing in de ‘Sara Burgerhart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)C.G.N. de Vooys, ‘Wanbegrippen omtrent taal en spelling bij letterkundigen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VI De Bataafse republiek. De inlijving. De eerste jaren van het koninkrijk (1795-pl.m. 1835)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)S. de Vriendt, ‘Impliciete of expliciete grammatica prof.dr. S. de Vriendt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)Matthias de Vries, ‘HET WARE LIBERALISME IN DE NEDERLANDSCHE SPRAAKKUNST.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Matthias de Vries, ‘V. Leiden of Leyden? Mededeeling in de vergadering van 5 maart 1869, van M. de Vries.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1869 (1869)J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)J.F. Willems, ‘Over de nieuwere vlaemsche spraekkunsten.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)J.F. Willems, ‘Over de geschilpunten ten aenzien van het schryven onzer tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)J.F. Willems, ‘Over het schryven van de of den als lidwoord in den eersten naemval van het mannelyk geslacht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)J.F. Willems, ‘Voorrechten van het vlaemsch by de oude vlamingen en by de vlamingen der XIXe eeuw.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)J.F. Willems, ‘Een woord over de protestatien tegen de bovenstaende beslissing der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.F. Willems, ‘Over het beoefenen der moedertael, aenspraek gedaen door F.L. Michiels,’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET ACHTERVOEGSEL AADJE.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET WOORD VOOROORDEEL.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘OVER HET AANTAL NAAMVALLEN IN HET NEDERLANDSCH.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘DE ALGEMEENE SPELREGELS, EN DE SPELLING DER WOORDEN AIR, HAIR, HEIR, MEIR, DOIR EN OIR AAN DIE REGELS GETOETST.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘OVER EENIGE WOORDEN, DIE IN ONZE TAAL ONDER TWEE VORMEN VOORKOMEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘GEDACHTEN OVER STIJL EN STIJLLEER.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING VAN EENIGE WOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘OVER ETYMOLOGISCHE DEFINITIES.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘DE VERLENGING DER HELDERE A IN GESLOTEN LETTERGREPEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘OVER DE VERKLEINWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER DE SPELLING VAN HET WOORD STEIGEREN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING MET GT EN CHT.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING EN SPELLING VAN OMTRENT.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENAAMDE VERDUBBELING DER CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘Deel, delen en deel, deelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘ZELEN EN ZEELEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING VAN NOGTANS.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘SIER - SIEREN, SIERAAD, SIERLIJK, VERSIEREN, OPSIEREN, ENZ.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
C.A. Zaalberg, ‘Verhandelingen’, ‘Beraden taalijverdoor C.A. Zaalberg’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1964 (1964)F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
Verspreide publicaties in de dbnl - chronologisch op jaar van verschijnen:
anoniem Limburgse sermoenen, ‘V. Verbuiging.’ In: Limburgse sermoenen (13de eeuw)Pontus de Heuiter, Nederduitse orthographie (1581)
Jacob van der Schuere, Nederduytsche spellinge (1612)
Christiaan van Heule, ‘’ In: De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst (1626)Christiaan van Heule, ‘.’ In: De Nederduytsche spraec-konst ofte tael-beschrijvinghe (1633)Arnold Moonen, Nederduitsche spraekkunst (1706)
Jan Baptist Chrysostomus Verlooy, Verhandeling op d'onacht der moederlyke tael in de Nederlanden (1788)
J.F. Willems, ‘Tweede hoofddeel.Over de Hollandsche en Vlaemsche Schryfwyzen van het Nederduitsch.’, ‘Inleiding.’ In: Verhandeling over de Nederduytsche tael- en letterkunde, opzigtelyk de Zuydelyke provintien der Nederlanden (1819-1824)Ph. Blommaert, 'Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael' (1832)
J.F. Willems, ‘Over de nieuwere vlaemsche spraekkunsten.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)Jan Jacob Lambin, ‘Gebruik van vlaemsche woorden in oude fransche bescheeden.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)J.F. Willems, ‘Voorrechten van het vlaemsch by de oude vlamingen en by de vlamingen der XIXe eeuw.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)J.F. Willems, ‘Over het schryven van de of den als lidwoord in den eersten naemval van het mannelyk geslacht.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)J.F. Willems, ‘Over de geschilpunten ten aenzien van het schryven onzer tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 2 (1838)Jan-Hendrik Bormans, ‘Verslag van den heer professor Bormans, secretaris-rapporteur der commissie.Uittreksel wegens de tiende verhandeling, ingezonden door den heer P.V.D.Tweede hoofdstuk.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Jan Baptist David, ‘Over de regelmatigheyd in de spelling by de oude Nederduytsche schryvers.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Jan Baptist David, ‘Over de Bilderdyksche afwykingen van het gewoon schryfgebruyk in Holland.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Karel Lodewijk Ledeganck, ‘Beslissing der Koninglyke Commissie wegens de geschilpunten in het schryven der Nederduitsche tael.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.F. Willems, ‘Over het beoefenen der moedertael, aenspraek gedaen door F.L. Michiels,’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.F. Willems, ‘Nog iets ter verdediging der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)J.F. Willems, ‘Een woord over de protestatien tegen de bovenstaende beslissing der Taelcommissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 3 (1839)Peter Jozef Visschers, ‘Merkwaerdige toetreding tot het taelstelsel der Koninklyke Commissie.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 4 (1840)Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 1855 (1855)Conradus Leemans, ‘Het algemeen alphabet.’ In: De Gids. Jaargang 1855 (1855)Jan Baptist David, ‘OVER DE REGELMATIGHEID IN DE SPELLING, BY DE OUDE NEDERDUITSCHE SCHRYVERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Arie de Jager, ‘MAN EN MAAG. - EERLANG. - HAGENDEVELD.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Arie de Jager, ‘IETS OVER DEN UITGANG IG.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Arie de Jager, ‘NALEZING.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)Hendrik Martinus Labberté, ‘EENIGE WOORDEN OVER HET GEBRUIK VAN d'.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘OVER DE UITDRUKKINGEN TER GOEDER TROUW, TER GOEDER URE, TEN MIJNEN HUIZE, TER DEZER PLAATSE.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)J. van Vloten, ‘TAALBEDERF.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET WOORD VOOROORDEEL.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER HET ACHTERVOEGSEL AADJE.’ In: De Taalgids. Jaargang 1 (1859)J.A. van Dijk, ‘TE ALLEN TIJDE.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘OVER HET WOORD GANSCH.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘ONDER ANDEREN OF ONDER ANDERE?’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘DE UITDRUKKING ALS HET WARE.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.A. van Dijk, ‘HET ACHTERVOEGSEL AARD .’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)Arie de Jager, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)Arie de Jager, ‘DE BETEEKENIS VAN ROEKELOOS.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘OVER DEN OORSPRONG VAN HET ACHTERVOEGSEL AARD.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern en L.A. te Winkel, ‘IETS OVER NOORDENWIND enz.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)H. Kern, ‘DE INFINITIEVEN OP JEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)W.W. van Lennep, ‘EENIGE VRAGEN BETREFFENDE DE GESLACHTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)W.N. de Rieu, ‘EENE VERTALING.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)W.N. de Rieu, ‘EENE VERTALING.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)S. Vissering, ‘AAN DEN HEER PROFr. J. van Vloten.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J. van Vloten, ‘TAALBEDERF.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘OVER HET AANTAL NAAMVALLEN IN HET NEDERLANDSCH.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘OVER EENIGE WOORDEN, DIE IN ONZE TAAL ONDER TWEE VORMEN VOORKOMEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)L.A. te Winkel, ‘DE ALGEMEENE SPELREGELS, EN DE SPELLING DER WOORDEN AIR, HAIR, HEIR, MEIR, DOIR EN OIR AAN DIE REGELS GETOETST.’ In: De Taalgids. Jaargang 2 (1860)J.H. van Dale, ‘AARDSCH- OF AARDSGEZIND?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.H. van Dale, ‘TAALSNIPPERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J.A. van Dijk, ‘ZAMEN OF SAMEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘IETS OVER DE VERBUIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘DE INFINITIEVEN OP YEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)J. van Vloten, ‘AAN PROF. S. VISSERING.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘GEDACHTEN OVER STIJL EN STIJLLEER.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘OVER ETYMOLOGISCHE DEFINITIES.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING VAN EENIGE WOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 3 (1861)Adrianus Bogaers, ‘Bestemmen.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Adrianus Bogaers, ‘BEDENKINGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘DE SPELLING VAN HET NEDERLANDSCH WOORDENBOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘OVER DE CONSTRUCTIE VAN BIJZINNEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘BERICHT AAN DEN LEZER.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)J.A. van Dijk, ‘DE VERBUIGING VAN ENKELE TELWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Arie de Jager, ‘UITWEIDEN OF UITWIJDEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)H. Sermon, ‘SNIPPERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862) [tijdschrift] Gids, De, ‘De Nederlandsche spelling.’ In: De Gids. Jaargang 1862 (1862)J. van Vloten, ‘JE OF JEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Matthias de Vries, ‘HET WARE LIBERALISME IN DE NEDERLANDSCHE SPRAAKKUNST.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘DE VERLENGING DER HELDERE A IN GESLOTEN LETTERGREPEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘IETS OVER DE SPELLING VAN HET WOORD STEIGEREN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)L.A. te Winkel, ‘OVER DE VERKLEINWOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 4 (1862)Willem Gerard Brill, ‘OVER DEN TONGVAL DER NIEUW-NEDERLANDSCHE KLASSISCHE SCHRIJVERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)Willem Gerard Brill, ‘OVER HET ONDERSCHEID TUSSCHEN DE WOORDORDE VAN DEN OORDEELENDEN EN DIE VAN DEN WENSCHENDEN ZIN, ALSMEDE OVER DE KRACHT VAN ZEKERE ORATORISCHE WENDINGEN IN DE ORDE DER WOORDEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J.A. van Dijk, ‘BEANTWOORDING VAN EENIGE VRAGEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J. van Vloten, ‘AAN DE REDACTIE VAN 'T NEDERLANDSCHE WOORDENBOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J. van Vloten, ‘Den Heere L.A. te Winkel.’ In: De Taalgids. Jaargang 5 (1863)J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘WIJSTE OF WIJSSTE?’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘DE SPELLING EN HET LAGER ONDERWIJS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)J.A. van Dijk, ‘DE VIER EERSTE.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Dirk de Groot, ‘DE VIER EERSTE.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILL'S NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Anthonie Marius Kollewijn, ‘BRILL'S NEDERLANDSCHE SPRAAKLEER EN DE ONDERWIJZERS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864) [tijdschrift] Taalgids, De, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING MET GT EN CHT.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘Zeep’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)L.A. te Winkel, ‘DE AFLEIDING EN SPELLING VAN OMTRENT.’ In: De Taalgids. Jaargang 6 (1864)Adrianus Bogaers, ‘KINDSHEID OF KINDSCHHEID?’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.H. van Dale, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.A. van Dijk, ‘BOEKAANKONDIGING.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)Jacob van Lennep, De vermakelijke spraakkunst (1865)
[tijdschrift] Taalgids, De, ‘EEN TAALKUNDIG ZONDENREGISTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘Deel, delen en deel, deelen.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENOEMDE VERLENGING DER WOORDEN OP EEN DER TWEEKLANKEN AAI, EI, OOI, UI EN OEI.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)L.A. te Winkel, ‘OVER DE ZOOGENAAMDE VERDUBBELING DER CH.’ In: De Taalgids. Jaargang 7 (1865)J.A. van Dijk, ‘OPMERKINGEN OMTRENT EENIGE FOUTEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)J. van Vloten, ‘GOED OF VERKEERD?’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘OVER DE SPELLING VAN NOGTANS.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘ZELEN EN ZEELEN.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)L.A. te Winkel, ‘BRIEVENBUS.’ In: De Taalgids. Jaargang 8 (1866)Adrianus Bogaers, ‘EEN DEVENTERSCH HOOGLEERAAR EN EEN DEVENTER KOEK.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)Adrianus Bogaers, ‘DEVENTERSCH EN DEVENTER.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)J.H. van Dale, ‘VERBETERINGEN?’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)L.A. te Winkel, ‘SIER - SIEREN, SIERAAD, SIERLIJK, VERSIEREN, OPSIEREN, ENZ.’ In: De Taalgids. Jaargang 9 (1867)Matthias de Vries, ‘V. Leiden of Leyden? Mededeeling in de vergadering van 5 maart 1869, van M. de Vries.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1869 (1869)Jan Craeynest, ‘Nog een woord over Zich.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Amaat Honoraat Joos, ‘Over zich en de wederkeerige werkwoorden.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)Frans de Potter, ‘Spelling der aardrijkskundige namen.’ In: Het Belfort. Jaargang 1 (1886)G. Kalff, ‘Over spelling.’ In: De Gids. Jaargang 1892 (1892)Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901)Anton Gerard van Hamel, ‘Fransche spraakkunst.’ In: De Gids. Jaargang 1901 (1901)J. te Winkel, Geschiedenis der Nederlandsche taal (1901)
D.C. Hesseling, ‘IV. [De spraakkunst van het Negerhollands]’ In: Het Negerhollands der Deense Antillen (1905)J.H. van den Bosch, ‘Over interpunksie; grondtrekken voor het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)H. van Strien, ‘Hasselbach's ‘Nederlandsche-spraakkunst’ principiëel beoordeeld.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)C.G.N. de Vooys, ‘‘Buigings-uitgangen mogen niet verwaarloosd worden.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen Bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)C.G.N. de Vooys, ‘Kanttekeningen bij Den Hertog's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 1 (1907)J. Mathijs Acket, ‘Proeve van een les in de beeldspraak.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)D.C. Hesseling, ‘De woorden op loos.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)R.A. Kollewijn, ‘Woordgeslachtsmoeilikheden.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)Etsko Kruisinga, ‘De verwaarlozing van de klankleer in de Nederlandse Spraakkunsten.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)H. Logeman, ‘De V en de W in het Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)Jan Messchert van Vollenhove, ‘Iets over ‘zuiver’ Nederlands.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)J.J. Salverda de Grave, ‘Een ‘kleine zuiveraar’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Grammatika.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)D.C. Tinbergen, ‘Enkele opmerkingen over het gebruik van ie, die, enz..’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemenbehandeling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Het achtervoegsel -ziek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Synoniemen-behandeling bij het onderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Kritiek van de gangbare synoniemen-behandeling. II.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)C.G.N. de Vooys, ‘Nieuwe wegen? (Vervolg van blz. 96).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 2 (1908)J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 75).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.H. van den Bosch, ‘Taaleenheid in spreken, schrijven en spellen. (Vervolg van blz. 38).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Jac. van Ginneken, ‘Het gesprek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)D.C. Hesseling, ‘Purisme.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)J.L. Horsten, ‘Aantekeningen bij Pluim's Nederlandse Spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Jan Koopmans, ‘‘Zuiver’ schrijven.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Etsko Kruisinga, ‘Beschaafdentaal iets onnatuurliks?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Ph.J. Simons, ‘Is 't zwaktonige die een aanwijzend of een persoonlik voornaamwoord?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen? (Vervolg van blz. 201).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)K. Veenenbos, ‘Iets over vergelijkingen in de taal.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)K. Veenenbos, ‘Hoe zijn germanismen te beschouwen?’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)C.G.N. de Vooys, ‘Misverstand.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)C.G.N. de Vooys, ‘De behandeling van ‘figuurlike taal’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)N. van Wijk, ‘Zinsontleding en nieuwe spelling.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 3 (1909)Jac. van Ginneken, ‘Ellipsomanie.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)Etsko Kruisinga, ‘Vokaal en konsonant.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)J. Prinsen J.Lzn, ‘Over ‘Taal en Spelling’ bij Multatuli.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)Ph.J. Simons, ‘Twee opstellen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910) [tijdschrift] Nieuwe Taalgids, De, ‘Multatuli over spelling, taal en taalonderwijs.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)C.G.N. de Vooys, ‘Wanbegrippen omtrent taal en spelling bij letterkundigen.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)C.G.N. de Vooys, ‘Tekstverknoeiing in de ‘Sara Burgerhart’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4 (1910)Jac. van Ginneken, ‘De nieuwe Nederlandsche spraakkunst en het buitenland.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Enoch Krook, Etsko Kruisinga en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Ph.J. Simons, ‘Over enige faktoren bij de sexe-aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding. (Vervolg van blz. 40.)’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)Ph.J. Simons, ‘Het psychologies karakter der voornaamwoordelike aanduiding.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 6 (1912)J.H. van den Bosch, ‘‘Hij’ en ‘ie’.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Jan Koopmans, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)J.J. Salverda de Grave, ‘Het onderwijs der Franse spraakkunst.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Leo Simons en C.G.N. de Vooys, ‘Kroniek en kritiek.’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Ph.J. Simons, ‘Bedrieglike elementen in ‘onze schoone moedertaal.’’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 7 (1913)Johanna Greidanus, Beginselen en ontwikkeling van de interpunctie (1926)
C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk V De achttiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk II Het Middelnederlands sedert de overlevering uit schriftelijke bronnen’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk III De zestiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IV De zeventiende eeuw’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk IX De ontwikkeling in Noordnederland sedert pl.m. 1885’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VIII Het Nederlands in België (1830-pl.m. 1890)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)C.G.N. de Vooys, ‘Hoofdstuk VI De Bataafse republiek. De inlijving. De eerste jaren van het koninkrijk (1795-pl.m. 1835)’ In: Geschiedenis van de Nederlandse taal (1931)Maurits Sabbe, ‘Een en ander uit den taalstrijd in Zuid-Nederland tusschen 1815 en 1830 door Dr. Maurits Sabbe’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1936 (1936)F.L. Zwaan, Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
Charivarius, Is dat goed Nederlands? (1940)
J.L. Pauwels, ‘Taalkundige kroniek over spraakkunst door Dr J.L. Pauwels’ In: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1945 (1945)Menno ter Braak, ‘Buigings-n en ‘cultuurbezit’’ In: Verzameld werk. Deel 4 (1951)Isaac van der Velde, De tragedie der werkwoordsvormen (1956)
J.Z. Uys, ‘Onduidelikhede en inkonsekwenthede in die Nederlandse spelling Algemene konsketsing van situasie en doelstelling door J.Z. Uys, M.A. (vh. Lector Universiteit Natal, Zuid-Afrika)’ In: Colloquium Neerlandicum 1 (1961) (1961)C.A. Zaalberg, ‘Verhandelingen’, ‘Beraden taalijverdoor C.A. Zaalberg’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1964 (1964)R.K.J.E. Antonissen, ‘Vierde werkvergadering gehouden op vrijdag 11 september 1964 te 9.30 uur’, ‘Beschouwingen over de spellingsystemen van het Nederlands en het Afrikaans door Prof. Dr. R.K.J.E. Antonissen (Grahamstad)’ In: Colloquium Neerlandicum 2 (1964) (1966)E. Rijpma en F.G. Schuringa, ‘Hoofdstuk VIVoornaamwoordelijke aanduiding en spelling’ In: Nederlandse spraakkunst (bew. Jan van Bakel) (1967)M.C. van den Toorn, ‘1. Traditionele zinsontleding’ In: Nederlandse grammatica (1973)Jan Blokker, ‘Spellen’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)Jan Blokker, ‘Vraaggesprek’ In: Ben ik eigenlijk wel links genoeg? (1974)B.C. Damsteegt, ‘De onontkoombaarheid van het kompromis door Dr. B.C. Damsteegt Rijksuniversiteit Leiden’ In: Colloquium Neerlandicum 5 (1973) (1976)Jo Daan, ‘‘A Dutch puzzle’ Pronomina van de tweede persoon door mw. dr. Jo Daan (vh. Amsterdam)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)L. Koelmans, Inleiding tot het lezen van zeventiende-eeuws Nederlands (1978)
P.C. Paardekooper, ABN-uitspraakgids (1978)
J. de Rooij, ‘Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) door dr. J. de Rooij (Amsterdam) (Samenvatting)’ In: Colloquium Neerlandicum 6 (1976) (1978)J.W. de Vries, ‘Opvattingen over het A.B.N. door dr. J.W. de Vries (RU Leiden)’ In: Colloquium Neerlandicum 7 (1979) (1980)Hugo Brandt Corstius, Opperlandse taal- & letterkunde (1981)
A. Stevens, Leidraad bij straatnaamgeving en -wijziging (1982)
G. Geerts, ‘Brabant als centrum van de standaardtaalontwikkeling in Vlaanderen door prof. dr. G. Geerts’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)J.P. Guépin, De beschaving (1983)
Maaike Hogenhout-Mulder, Cursus Middelnederlands (1983)
F. Mori-Leemhuis, Philippe Noble, Erich Püschel, B. Rajman, William Z. Shetter, Sulastin Sutrisno en Paul Vincent, ‘Ochtendzitting dinsdag, 31 augustus 1982’, ‘Forumgesprek met discussie over ‘inhoud en vorm van de Neerlandistiek buiten België en Nederland’.’ In: Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)Roland Willemyns, Colloquium Neerlandicum 8 (1982) (1983)
Karel Bostoen, Kaars en bril: de oudste Nederlandse grammatica (1985)
J. de Rooij, Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)
S. de Vriendt, ‘Impliciete of expliciete grammatica prof.dr. S. de Vriendt’ In: Colloquium Neerlandicum 9 (1985) (1986)Cor van Bree, Historische grammatica van het Nederlands (1987)
A. de Korne en T. Rinkel, Cursus zestiende- en zeventiende- eeuws Nederlands (1987)
Gilbert A. R. de Smet, ‘De evolutie van de Limburgse ambtelijke schrijftaal na Woeringen door G. de Smet’, ‘Teksten - materiaal’ In: Woeringen en de oriëntatie van het Maasland (1988)Roel Vismans, ‘Ervaringen met de ANS Roel Vismans’ In: Colloquium Neerlandicum 10 (1988) (1989)G.R.W. Dibbets, Vondels zoon en Vondels taal. Joannes Vollenhove en het Nederlands (1991)
José Cajot, ‘Een leesbare dialectspelling door J. Cajot’, ‘1. Een lesje fonetiek’, ‘2. Vocaalsysteem en spelling van het Nederlands’, ‘3. Een dialectspelling’, ‘Bibliografie’ In: Hoe maak ik een dialectwoordenboek? (1995) Handelingen Colloquium Neerlandicum, Colloquium Neerlandicum 12 (1994) (1995)
Rob Tempelaars, ‘‘Mij zinkt de moed bij het zien van de hoeveelheid’ De collectie historische taalkunde’ In: Dierbaar magazijn. De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (1995)J.M. van der Horst, J.A. van Leuvensteijn, W. Pijnenburg en M.C. van den Toorn, Geschiedenis van de Nederlandse taal (1997)
R.J.G. de Bonth, De Aristarch van 't Y (1998)
J.W. de Vries, ‘Nederlands na nu‘Hun hebben gelijk’’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998)J.M. van der Horst, ‘De toekomst van ...’, ‘Over de toekomst van het lezen Joop van der Horst (Leuven)’ In: Colloquium Neerlandicum 14 (2000) (2001)Walter Haeseryn, ‘Nieuwe media’, ‘De elektronische ANS: mogelijkheden en beperkingen Walter Haeseryn’ In: Colloquium Neerlandicum 15 (2003) (2003)