312Na deze regel, het slot van het eigenlijke gedicht, volgt een gedicht in veertien vier-regelige strofen, getiteld
Spits Bekoorde Harder. Dit hoort hier wel thuis, want het wordt gevolgd door het vers van L.S. en
't Vertrek van Melis, waarmee het doek als het ware valt. Een bladvulling was het zeker niet, want juist hier begint een nieuwe kathern; als dat nodig geweest was, had op de laatste pagina van de vorige kathern het korte
Vertreck van Melis afgedrukt kunnen worden. Al vormt
Spits Bekoorde Harder dus een integraal onderdeel van het boekje, ik heb het hier niet afgedrukt, omdat Tengnagel een tweede versie publiceerde in
Afgeslagen Bloemsel. Zie p 306. De varianten zijn daar aangegeven, omdat dit de enige tekst van Tengnagel is waarvan wij twee versies hebben die beide door de auteur zelf verzorgd zijn.
De titel van het gedicht geeft nog aanleiding tot een opmerking. Betekent het: heftig verliefde herder? Of: Spits (d.i. vriend, en wel dezelfde die in Mane-schyn en Sonne-schyn als metgezel van Melis optreedt), verliefde herder? In het laatste geval zou die metgezel geïdentificeerd kunnen worden met K.V.G. (Karel van Gelder ws), die in
Afgeslagen Bloemsel in dit gedicht aan het woord is. Daar over deze K.V.G. echter juist meegedeeld wordt dat hij uit Frankrijk komt, en verder dat hij in Harderwijk begraven werd, wordt zijn kandidatuur voor de rol van Amsterdamse boezemvriend nogal onzeker.