terug  begin  verderprepost
[p. 325]

Aen A' H'.5
Kluchtige, ja dat ik dorst ik zey drollige Slut.6

En (als 't ook wel overdacht is) wie zeyt, dat het bywoord van drollig u hier niet meer toekoomt, als het bywoord van kluchtig, hoewelze in eygenschap tweelingen zijn? Want, je ziet wel, ik koom hier aentorsen met een heele turfmand opgestapelt vol van mijn drooge drollen; om dezelve aen u, die in der daed meê drollig zijt, en die in mijn drollen buyten twijffel smaek zult vinden, meteen goedgunstige genegentheyd toe te duwen. Haddenze nat geweest, ik zouze in een balie7 gebraght hebben, daer kunnenze niet licht deur druypen; want (of je 't gehoort hebt of niet) ik ben op zijn oud Amsterdams, al vry wat puntig; en dat hoor ik benje mêe: daerom zou ikje Vloer niet gaeren vuyl maeken: ook te meer om uw dienst-meyd, die van dien zelven aerd is, niet onnoodig te verstooren; 'twelk wy leeren van dit onnoozle dreumelrijmtje, als het zeyt,

 
Die de Dochter zoekt te booren,8
 
Moet de Meysjens niet verstooren;
 
Die den Hen van 't Huys wil treên,9
 
Houd de Meysjens staeg te vreên:
 
Want wanneer de boden willen,
 
Iankt dan vry, je zult niet drillen.10

Dan dat's tot daerentoe. Als ikje nu het byvoegsel van drollig, dat je my niet qualijk af zult neemen, toeschik; zoo behoud gy uw eygenschap, en d'ouwe spreek-woorden blijven waerachtigh, alsze zeggen,

[p. 326]
Huy11 by Karnemelk:
Stront by zijn Broer:
Vylen by Vylen:
Zot by mal:
Huyg by Haag:12
Zuyer13 by zijn maet:
Garibos14 by Spektakel:
D'een bescheeten, d'aer met Stront besmeert:

En noch 1000 diergelijke, die hier meê wel zoude voegen, tenzy het overvloedig waer; want, na my dunkt zoo krijg ik verlofs genoeg van deeze 8, om U, die vol drollen steekt, het byvoegsel van drollig, zonder arg of afterdocht, met eerbiedigheyd toe te passen, en mijn drollen op te draegen.

 

Met verlof dan drollige Slut.

 

Sluyt uw' oogen doch niet toe! spalkze liever wijd open, en zie hem eens door en door, die hier voor U staet. Gy hebt hem wel van buyten gezien, maer nooyt van binnen. Hy is 't niet dien gy meent. Gy houd hem voor u vyand; hy is u vriend. Gy hebt hem vyandschap verkoft; hy komt U met vriendschap betalen. Gy hebt hem onteert; hy koomt U eeren. Gy hebt hem schade gedaen; hy koomt U voordeel doen. Gy hebt hem bedroeft; hy koomt U verblijden. Hoe! ontsluyt uw' oogen doch, en zie hem eens aen! Of wilt gy dat ik zeg wie 't is? Wel-aen! hoe wel gy 't zelf wel weet, ik zal 't U zeggen. Het is een die met uytdrukkelijke genegentheyd U koomt op offren zijn tijdverdrijf, dat drollen zijn; zijn drollen, die boert zijn; zijn boert, die eernst is; zijn eernst, die ver-

[p. 327]

makelijk is: wiens vermaekelijkheyd bestaet in een Klucht, dien hy gerijmt heeft van Frik in't Veur-huys; die U buyten twijfel, meê vermaeken moet. Dees zoekt hy te beveelen onder uw'15 bescherming; wel wetende, zoo gy hem beschermen wilt, dat hy van niemand beschadight kan worden. 't Is wel waer, dat 'er hier en gins al wat weyds16, en van St An17 in sluypt: slae dat over, of lees het liever twee-drie-mael; ik ben verzeekert, dat het u al meer, als het ander, verblijden zal. Ik beken wel, datmen, om dees tijd 'sjaers, zoo troetelende Venus behoorde te bezoeken met nieuwe, en zappige Zomervruchten, als aspergies, artisokken, en andre lief-kruyden18; of met een ruykertje van frisse roozen, rosmarijn, thijm, matelief, en diergelijke; al bloemen, dien Cypris19 bemint en afkeer hebben te staen in 't oog van een belachchelijke Narciss': Maer also ik wel wist, dat deeze drollige vrucht U (die in een hof van zoodanige vruchten woont) de meeste vruchten op brengen zou; en dat de meeste vruchten U aengenaemst zoude zijn: zoo heb ik (alle bloemen, en kruyden ongeplukt latende) my vrypostig gemaekt, om deezen vrucht uw aerdigheyd, en waerdigheyd op te dragen. Ai! tree niet te rug. Al noem ik het wederom drollen, 't zijn daerom geen drollen; of ten minsten geen drollen, die een eedlen lucht bedwelmen: want, hadden't diergelijke drollen geweest, zijt verzeekert, ik zou mijn geschaemt hebben daer meê in uw' gezicht te komen.

[p. 328]

Daervoor was den Eerweerdigen Klaes de Flink20, heer van de korte warmoestraet, tegen over de handboogs doelen; die daer goud uyt puurt, en met zijn gevolg van vrienden, en vreemden 's nachts al zingende (zonder banquet21 t' huys te brengen) in te bruyloft gaet. Deezen man haddenze toegekomen: maer alzoo ik wel wist, dat hy in deeze drollen geen smaek zoude hebben, maer in d'andre wel; en ghy in d'andre niet, maer in deeze wel; zoo zal ik als 't tijd is hem op d'andre noden, en U jegenwoordig op deez. Ai! versmaeze niet. Geefze toch een lonkjen, en knikze eens vriendelijk toe! Heb medoogen met den tegenwoordigen stand van mijn Frik in't Veurhuys! Zie eens hoe stijf, en onbeweeglijk dat hy staet! Slae dêr doch een verquikkende hand aen! Troost hem in zijn nood! Help hem in zijn bangheyd! Zet hem neer! Zijn krop is vol, ai laetz' hem tegen U uytschudden22! Ontlast hem doch, dat bid ik! En of hy zich verbergen moest, om een mislag, een onnoozle kindermaekery of twee, zoo berg hem t' uwent, daer ik weet dat hy wel onthaelt zal worden. Zijn kostgeld wil ik garen betalen: en, om 't goeds wille, dat hem geschieden zal, en gy doen zult, wil ik U al mijn leven dienen; indien 't U aengenaem zal zijn met lust gedient te worden van

 

Frikjes meester, en Slutjes dienaer.

M.G. Tengnagel.

 

In Amsterdam den 28 van Wiedemaend,23

in 't Iaer 1642.

5A' H': onbekende.
6Slut: eig. hetzelfde als slet, maar evenals dat woord soms in een niet ongunstige betekenis gebruikt voor een vrolijk en niet al te degelijk meisje.
7balie: tobbe.
8booren: beslapen.
9treên: bespringen.
10drillen: copuleren.
11Huy: wei, vloeistof die overblijft als de kaasstof aan de melk onttrokken is.
12Huyg bij Haag: al in de 16de eeuw in gebruik, in dezelfde betekenis van ‘soort zoekt soort’ die alle acht de hier opgesomde zegswijzen hebben.
13Zuyer: Zuider?
14Garibos:?
15uw', tekst: nw'.
16weyds: ernstigs.
17van St An: over buitenechtelijke geslachtsgemeenschap. Tuinman, 1 p 61 bij Daar loopt wat van Sint Anne onder: ‘Dit zegt men van een beproefde maagd’.
18liefkruiden: eig. kruiden waarvan liefdesdranken gebrouwen worden.
19Cypris: bijnaam van Venus. De genoemde bloemen werden met de liefde in verband gebracht, hetgeen bijvoorbeeld duidelijk uitkomt in de herderspoëzie van deze periode. Narcissus hield slechts van zichzelf.
20Klaes de Flink:? mogelijk familie van Govert Flinck, wiens (later levende) zoon ook Nicolaes heette? Ook in de Clitie komt een schilder Flink voor (zie p 592).
21banquet: kan 'lekkernijen' betekenen. Door de onduidelijke toespeling op een ws. bestaande persoon is het geheel moeilijk te begrijpen.
22de krop uytschudden: het hart uitstorten.
23Wiedemaand: juni.
prepostterug  begin  verder