+Dit scheldgedicht van een anonymus is te vinden in de Koninklijke Bibliotheek, onder nummer ‘Pamflet 7916’. Het is bij mijn weten het enige exemplaar dat bewaard gebleven is. In de oude verzameling die bekend staat als Bibliotheca Duncanniana, was dit blad gebonden op het jaar 1651, - een vergissing, aangezien het duidelijk is dat de auteur het in 1652 verschenen De geest van Mattheus Gansneb Tengnagel reeds kende. Over het werk van Tengnagel wist hij overigens niet meer dan de leek die er pas in 1652 mee kennis maakte; alle toeschrijvingen handhaaft hij bijvoorbeeld. Uit dit gedicht blijkt ten overvloede dat het meer de persoon van Tengnagel geweest is, die zoveel haat opwekte als hier zichtbaar wordt, dan het werk.
10Vos-en-start: slaat dit op (Izaak) Vos? Jan Vos leefde nog. Wordt ook Starter mee-bedoeld?