terug  begin  verderprepost
[p. 579]

Bijlage II W. Schellinks Graft-dicht op Matthaeus Ganezneb Tengnagel.+

 
Hier leit de schrandre ganzeneb,
 
Die in des werelds spinneweb,
 
Helaas, zo licht'lijck wierd gevangen,
 
En bleef moetwillens daar in hangen;
 
 
 
Tot dat de Doot hem met een slagh,
 
Uit mede lij, smeet uit dat rach;
 
Van vreugd kost d'Amstel, 't Y, noch 't Spaaren.
 
Noch Sein, noch Teems, noch Rijn, bedaaren.
 
 
 
In hem herleefde Plautus geest.
 
Hy schoiden op Terentjus leest.10
 
Hy was een Satyr in zijn leven;
 
Die Momus niet te goe wou geven.12
 
 
 
Lees, gaa voorbij in stiligheit;13
 
Dankt Godt, dat die hier onder leit
 
U noit en kon, of zo wel kenden,15
 
Dat hy u niet vermocht te schenden.

+Dit gedicht is te vinden in: Klioos Kraam vol verscheiden gedichten. De tweede opening. Leeuwarden 1657. (p 253-254)
10schoiden: schoeide.
12Momus: griekse god van de spotzucht. Hele zin: die voor Momus niet onder wilde doen.
13stiligheid: stilte.
15kon: kende.
prepostterug  begin  verder