terug  begin  verderprepost
[p. 228]

Aantekeningen

De Aantekeningen beogen voornamelijk tweeërlei doel: 1o een verantwoording te geven van de tekstuitgave en 2o het bewijs te brengen dat de Dietse tekst uitsluitend op een Latijns origineel teruggaat. Dat we hier met vertaalwerk te doen hebben, en niet met in het Nederlands geredigeerde tractaten, waarvan men de ‘verdachte’ oorsprong onherkenbaar heeft trachten te maken door ze later naar de Latijnse Imitatio om te werken, vindt zijn bevestiging in het feit dat de huidige lezer deze Dietse Navolging alleen dan ten volle kan begrijpen wanneer hij voortdurend de Latijnse tekst naast de Nederlandse legt - iets wat trouwens geldt van verreweg de meeste middeleeuwse verdietsingen, van welke aard ook.

Als basis voor de vergelijking van deze Dietse vertaling van boek I-IV met de Latijnse grondtekst diende de nauwkeurige uitgave De Imitatione Christi, bezorgd door Michael Josephvs Pohl, Fribvrgi Brisigavorvm MDCCCCIIII. (Thomae Hemerken a Kempis, Opera Omnia, volvmen altervm). Het spreekt vanzelf, dat de vertalers andere handschriften hebben gebruikt dan de Brusselse Thomas a Kempis-autograaf die Pohl heeft uitgegeven. Tal van afwijkende lezingen uit het Leidse hs. vinden dan ook hun bevestiging in Latijnse varianten. Zolang er geen volledig variantenapparaat van de uit de Nederlanden afkomstige Latijnse Imitatio-hss. bestaat, moeten we ons behelpen met P.E. Puyol, Variantes du livre De Imitatione Christi, Paris 1898.

Niet àlle afwijkende lezingen zijn in de Aantekeningen gesignaleerd; waar bv. het Middelnederlands een comparativus weergeeft door een positivus of in tijden en wijzen van werkwoorden en in de woordorde afwijkt van het origineel, is dit niet steeds verantwoord. Op vele plaatsen, waar de Dietse tekst kennelijk corrupt is, zijn verbeteringen voorgeslagen of conjecturen gemaakt. Het was mogelijk dit te doen aan de hand van de Latijnse varianten. Deze helderen tevens tal van afwijkingen, weglatingen en toevoegingen in het Leidse manuscript ten opzichte van de grondtekst op.

De opmerkingen over de vertaaltechniek bepalen zich hier uitsluitend tot schoolse aanduidingen als ‘vrij’, ‘lett.’, ‘onnauwk. vert.’ enz. Boek III, maar vooral IV, is vrijer, maar ook met minder zorg vertaald dan I en II. Men bedenke dat de weinig critische lezerskring waarvoor zulk werk gemaakt werd, het taxeerde op zijn stichtelijke waarde en niet op zijn juistheid, en zeker niet op zijn literaire schoonheid.

De volgende afkortingen zijn gebezigd:

Kemp. De Imitatione Christi, ed. M.I. Pohl.
var. Latijnse variant, gevonden bij Puyol, alwaar men opgave vindt van het hs. Enige varianten ontleend aan J. van Ginneken's Trois textes - uitgaven van 1940 en 1941; zie Bibliografie.
geen var. geen van de Latijnse varianten beantwoordt aan de afwijkende lezing van het Dietse teksths.
niet vert. de vertaling van één of meer woorden uit Kemp. ontbreekt in ons teksths.
niet vert.; geen var. één of meer woorden uit Kemp. zijn niet vertaald in ons teksths., komen echter wel voor in alle andere door Puyol gebruikte mss.
mnl. var. variant van de hier uitgegeven vertaling van boek II, ontleend aan Veldhuis, en van boek III, ontleend aan het varianten apparaat in dit werk.

Waar zulks gewenst scheen, zijn ook lezingen uit andere vertalingen ter vergelijking met de Leidse tekst aangehaald. Aanduidingen van uitgaven of handschriften hiervan:

boek I: S C. Wolfsgruber, Vander Navolginge Christi ses boeke, Wien 1880. [basis: hs. Wenen, Schottenstift 322]. Ook gebruikt voor boek II, III en IV.
  W L. Veldhuis, De eerste Nederlandsdie tekstfamilie den Navolging van Christus, Nijmegen 1931. [basis: hs. Wenen, Nationalbibl. 7957].

[p. 229]

boek II: N hs. Brussel II 2271 [aanduiding van L. Veldhuis overgenomen; zij beschouwt dit hs. ten onrechte als een lid van de eerste tekstfamilie, al heeft zij de zelfstandigheid van deze tekst wel geconstateerd].
boek III: B } Zie voor deze hss., resp. postincunabel, die dezelfde vertaling bevatten als ons teksths., blz. 205
  C } Zie voor deze hss., resp. postincunabel, die dezelfde vertaling bevatten als ons teksths., blz. 205
  D } Zie voor deze hss., resp. postincunabel, die dezelfde vertaling bevatten als ons teksths., blz. 205
  E } Zie voor deze hss., resp. postincunabel, die dezelfde vertaling bevatten als ons teksths., blz. 205
  D 56 hs. Deventer, Stadsbibliotheek 56.
  G hs. Gaesdonck, Priesterseminar 62.
  H P. Hagen, Zwei Urschriften der ‘Imitatio Christi’ in mittelniederdeutschen Übersetzungen, Berlin 1930 [basis: hs. Lübeck, Stadtbibl. Ms. germ. theol. 4o 15].
boek IV: N J. van Ginneken, De Navolging van Christus of het dagboek van Geert Groote in den oorspronkelijken Nederlandschen tekst hersteld en met de oudste Latijnsche vertaling vergeleken, Brussel-'s-Hertogenbosch 1929. [bases: hs. Nijmegen, Canisiuscollege 31 en Brussel, Kon. Bibl. 11171].

Boek I

Midden bovenaan F. 1r in latere hand: I. boek.

 

Inhoudstafel.

prologus heeft hier de betekenis van ‘inhoudstafel’.

sommighe vermaninghen admonitiones, var. quaedam ammonitiones.

seer oerberlic utiles, varr. multum utiles, valde utiles.

Cap. I

Boven hoofdstuk I heeft het handschrift geen titel; als opschrift is de omschrijving uit de ‘prologus’ overgenomen.

1manieren mores, S seden W zeden.
3studieringe studium, S studium ende vliticheit W studeren ende.... aendachte.
4Die leringhe Doctrina Christi, var. Doctrina.
manna dat is verburghen hemels broot absconditum.... manna, S dat verborgen
hemelsche broet W verborghenen smake ende sueticheit.
6Cristus leven illi; geen var.; S den leven ons lieven heren W na Cristus leven.
9sentire niet vertaald; ls. Ic begheer meer beweghinge des herten te ghevoelen? Vgl. S te gevoelen W ghevoelen.
beweghinge des herten compunctionem, S die ynnicheit des herten W compunctie of devocie.
10alle der philozophen wijsheit omnium philosophorum dicta; vrij vertaald; S al die leer der heydenscher meysteren W al dat die phylosophen ghesproken hebben.
12te trecken tot tendere ad, S te gaen tot W ons pinen .... te comenne.
14int hoghe te verheffen in altum statum se extollere, var. in altum se extollere; S hem selven te verheffen W hem daer in te verheffene.
16hopen optare, var. sperare.
19stadelic frequenter; S ducwile W al bi tiden; cf. vs. 5 stadigen frequenti S duck W dicwile.
dat woort datmen seit proverbii, var. proverbii quo dicitur.
20Studier Stude; S Vlytiget W pyndi.
21die graci Dei gratiam; geen var.; ls. die gracie Gods? S die gracie gades W Gods gracie.
[p. 230]

Cap. II

Titel. bevoelen sentire, S gevoelen W ghevoelene.

2een oetmoedich lantman sonder letteren humilis rusticus, var. perhumilis rusticus (in hss. waarin profecto ontbreekt, dat hier trouwens niet vertaald is) S een oetmoedich lantman W een omoedich ongheleert mensche.
4inder minnen Gods in caritate; geen var.; ook S inder mynnen gades.
5verstroeynis distractio, S verstroeyinge des herten W onnutte commer.
6Die veel weten Scientes; geen var.; S Die wijs sijn W Die vele weten.
libenter niet vertaald.
7welker wetenisse quae scire, var. quorum scire.
of niet parum vel nihil, ls. luttel of niet? S wenich W wenich oft niet.
8enich dinc aliis, ls. enich ander dinc?
voerset intendit S andenct W hem.... becommert.
vorderen deserviunt, var. expediunt et deserviunt, S. dient W dienen.
9vercoelt dat gedacht refrigerat mentem, S vermaect dat herte W doetse in vreden wesen.
10wetes, ls. Hoe du veel meer ende bet wetes?
11Ende, ls. En?
wetenis scientia, notitia.
op dattuse niet en misbruycste; in geen enkel handschrift iets te vinden wat hieraan beantwoordt; ook S of gi se niet wael en gebruket.
12datter veel consten sijn quia sunt multo plura, var. quia multa sunt.
13magis ontbr. in deze mnl. tekst evenals in een aantal Lat. hss.
onbekentheit ignorantiam, S onwijsheit W datstu weenich wetes.
14inder ewen Gods in lege; geen var.
16dijns selfs sui ipsius; geen var.
17Een ygelic niet in Kemp. of andere hss.
18beter ....dan hy meliorem, var. meliorem illo.
in gueden opset in bono; geen var.; S in enen gueden staet.
19ontbr. in deze vertaling; wel vertaald in S en W.

Cap. III

Titel. rechter ontbr. in Kemp. en andere hss.

2vermoeden opinio, S guetduncken W waen.
warachtelijc ontbr. in Kemp. en andere hss.
3ondersoekinge cavillatio, S hoge ende subtijl reden W grote onlede ende disputeren.
4al willens ultro.
5Oghen hebbende ende niet te sien Oculos habentes non videmus; var. Oculos habentes et non videntes. Ls. Oghen hebbende en sien wi niet of Oghen hebbende ende niet siende?
7van veel twivelachtige vermoedinge a multis opinionibus, S van voel opinien W van menighen wane.
8spreect (1ste en 2de) loquuntur, ls. spreken?
9Nyement .... gherechteliken onbeholpen vertaald; één hs. heeft ‘et’ i.p.v. ‘aut’; beter W Sonder dit woort en es nyemant verstandich oft te rechte oordelende S Niemant en can yet verstaen sonder dat ewige woert noch recht geordelen.
13swyghen taceant; onjuist vertaald; geen var.; S moet swigen W moeten swighen alle creatueren der aerden universae creaturae; vrije vert.; geen var.
14meer hogher ende sonder groten arbeit plura et altiora sine labore, ls. meer ende hogher sonder groten arbeit.
[p. 231]
15wort .... verstoort dissipatur; ls. wort .... verstroeit; vgl. S wort .... verstroeyet W wort .... uutgekeert.
16ghebreckeliker vitiosae, S quader W ongheordineerder.
18toeneyghynghe inclinationis, S toeneygelicheit W gheneicheit.
verdieren arbitrium; onbegrijpelijke vertaling; beter S wil W vonnisse.
20meninghe negotium, S arbeit ende vlijt W studeren ende werk.
22bekenninghe cognitio, S bekennisse W bekennen.
Dijn oetmoedighe bekenninghe Humilis tui cognitio; geen var.; las vertaler Humilis tua cognitio?
23ygelilic, ls. ygelic.
24veel meer plures magis; onjuist vert.; geen var.
25als tot dien dinghen te vernemen sicuti ad movendas quaestiones; geen var.; beter vert. in S als si subtijl ende cloeck sijn subtijl ende behendige reden voert te brengen W als si syn om hoghe questien voort te brenghen.
26bene niet vert.; geen var.
32overmids der ydelre glorien per vanam scientiam, var. per vanam laetitiam.
33begeren eligunt, var. diligunt.
34die groot is inder minnen qui magnam habet caritatem; geen var.; ook W die groot es inder minnen; S die grote mynne heeft in gade.
35Vere niet vertaald; geen var.

Cap. IV

1raet instinctui; S ingeven W inspreken.
2is.... te voersien est.... ponderanda, S salmen.... wegen W salmen .... oversien ende weghen.
et dicitur, niet vert.; geen var.
3alle woorden omni enarranti; vrij vert.
haestich labilem; vrij vert.; S vellich W glidende ende onvast.
6te werden gestuert instrui; S geleert werden W gheleert te zine.

Cap. V

1est niet vert.; gestaafd door var. veritas in.
niet in sconen sprake non eloquentia; onjuist vert.; geen var.
5ons te; geen var.
Ende laet ons niet trecken Non te offendat; var. non te afficiat.
9alte nauwe niet in Kemp.; geen var.
10uter heiligher scriften niet in Kemp.; geen var.; ook in S in der heiliger scrijft.

Cap. VI

3perfecte niet vert.; ontbr. in een Lat. hs.
wort.... gheturbiert temptatur; beter S wort.... becaert W wort.... becoort.
4seer niet Kemp.; geen var.
5lichtelic leviter; behoort bij indignatur, dus onjuist vert.
6wort hi beswaert van wederbitinghe ex reatu conscientiae gravatur, S soe wort hi in sijnen herten te onvreden, want hi bekennet W so wort hi in synre conscienci beswaert.

Cap. VII

3Ende, ls. En, cf. 2, 5, 6 enz.
5enichs levenden creatuers cuiuscumque viventis.
ende die hem selven vermeten et de se praesumentes humiliat; onvolledig vertaald; ls. ende die hem selven vermeten vernedert of ende vernedert die enz.
[p. 232]
6si assunt niet vert.
7Noch en .... machtich sijn; deze passage is uit 6 terechtgekomen in 7; men leze dus 6 met Kemp.: En wil niet glorieren in rijcheden, noch en verblide di niet in dinen vrienden dat si machtich sijn, mer in Gode enz.
7starcheyt, niet in Kemp.; geen var.
8van abelheit of van dijn begryp de habilitate aut ingenio tuo; S van uwer abelheit van synne W om datstu abel ende listich biste.
Deo niet vert.; ls. Gode niet en mishagheste.

Cap. VIII

5vry familiaris; S heymelic W heymelyc.
6vriendelic familiaris; S heymelic W heymelyc.
Soli niet vert.; geen var.
9van onsen versameninghe ex coniunctione nostra; letterlijk vertaald; beter S van onser gesellicheit W mit onsen biwesene.

Cap. IX

Titel. willich ontbr. in Kemp. en andere hss.

2Multo niet vert.; geen var.
dan boven in regiment te hebben quam in praelatura, var. quam in praelatura seu regimine; S dan een overste te wesen W dan in prelatuerscap of in regiment te wesene. De vertaling van Leiden 339 is weer het minst geslaagd.
7si niet vert.; geen var.; ontbrak het in de Latijnse tekst van deze vertaler? Vertaling hierdoor onjuist.
10ende dat, ls. ende du dat?
12eenwillicheit pertinaciae, cf. S wederspennicheit W groter crighelheit.

Cap. X

1der der, ls. der.
4raro niet vert.; geen var.
ende cum; geen var.; het Latijn komt door deze vertaling niet tot zijn recht.
sylencium silentium; onvertaald gelaten, omdat het een kloosterterm is?
5onderlinghe spraeck mutuas locutiones; S te samen sprake W niet vert.
mit menigerhande ghedachten diversis cogitationibus; behoort bij ghemoeyt is fatigatum; beter ware daarom: dat ghemoeyt is mit menigerhande ghedachten.
8haec niet vert.; geen var.
9costelike niet in Kemp. of andere hss.
10Ist gheoerloft Si loqui licet; ls. Ist gheoerloft te spreken.
11onbewaringhe incustodiam; kras voorbeeld van lett. vertaling van een woord; C onbehuetheit W gebruikt omschrijving.
12versament sociantur; ls. versament sijn.

Cap. XI

Titel. minne zelo; S neerstigen W begherte.

1die quoniam; geen var.; ontbr. een voegwoord voor die?
5seipsos ten onrechte vertaald als behorende bij studuerunt.
6van; ls. om of mit?
9voer den volmaecten wech, ls. den volmaecten wech of doer d.v.w.?
[p. 233]
10worden wi .... of gheworpen deicimur; S sijn wi .... daer neder geworpen; minder letterlijk, dus beter vertaald in W sijn wi alte cleynmoedich.
et ad humanas consolationes convertimur niet vert.; geen var.
11volcomelic profecto; geen var.; las vertaler perfecte?
12certandi occasiones niet vert.; geen var.; S die sake des strijts W ocsoen te stridene.
16dicwijl (2de) niet in Kemp. en andere hss.
onser (1ste) niet in Kemp., wel in var.
onser (2de) niet in Kemp. en andere hss.
20Sed niet vert., geen var.
grote dinghen difficiliora; onnauwkeurige vertaling.
22di wel te hebben te ipsum bene habendo; door vertaler ten onrechte getrokken bij sollicitior esses in plaats van bij het voorafgaande; zo levert de tekst een minder begrijpelijke zin.

Cap. XII

2wederseggers contradictiones, var. contradictores.
5veel menschen multas humanas consolationes; geen var.; las vert. multos homines?
7droecht tristatur; ls. droeft of droevet?; S wort hi bedroeft W es hi.... droevich.
8langhe diutius; geen var.; S lange W langher.

Cap. XIII

Titel. manlic niet in Kemp. of andere hss.

1et temptatione niet vert.; ontbr. ook in sommige Lat. hss.
2t leven des menschen vita humana, var. vita hominis.
3tegen sijn temptacien circa temptationes suas, var. contra temptationes suas.
4want et, var. quia.
7sijn ontbroken defecerunt; weinig zeggende vert.; beter S sijn verworpen geworden W hebben niet volstaen.
13alleynken paulatim; door vert. foutief genomen bij sel.... bevoelen sentiet in plaats van bij het volgende.
peius niet vert.; geen var.; vul in: cranckeliker?
ymmer immo; S mer; beter in W ja.
14oetmoedicheit importunitate; foutief vert.; beter in S strengicheyt; nog beter in W druyst; ls. moedicheit?
15alsmen dy woude sicut tibi optares fieri; gebrekkige, onvolledige weergave; S als gi met u selven wolt gedaen hebben van enen anderen of gi also weert W also du wouds dat di ghesciede.
20dreppel Hollandse dialectvorm voor drempel.
ostium mentis niet vert.; geen var.
22volboort assensio; S W consent.
26male niet vert.; geen var.
27of swaerliken niet in Kemp. of andere hss.
lichteliken leniter, var. leviter.
ondersceydenre niet in Kemp. of andere hss.
29veroetmoedige (sic).
31te wegen niet in Kemp. of andere hss.; omschrijvende vertaling.
die mensche ende vuerich, ls. die mensche vuerich?
dat is des groten voertgancs spes magni profectus erit; ls. dat is een hope des groten voertgancs, vgl. S dat is een hape eens groten voertganges in doechden W so machmen hopen dat hi in duechden sal toenemen.
32die vernederinghe humiliati, ls. die vernederde. De gehele zin te letterlijk vertaald. tam door vertaler ten onrechte gescheiden van modicis.
[p. 234]

Cap. XIV

1Laet u ghenoech wesen dat u consciencie u ontsculdich kent niet in Kemp. of andere hss.
2dicwile saepius; door vert. ten onrechte getrokken bij laborat in plaats van bij errat.
hem selven te se ipsum.... iudicando; ls. hem selven te ordelen.
5te samen pariter; S seer W ontbr.
7staen ende niet in Kemp. of andere hss.; ls. tot haren genoechten gheschien?
11begripelicheit industria; geen var.; onbegrijpelijke vertaling; S guetduncken W cloecheit.
onderworpende subiectivae; ls. onderworpenre; vgl. S onderworpenre.
selden of laet raro et tarde, var. raro vel tarde.
ondertreden transcendere; onjuiste vertaling; beter S overliden, nog beter W overgaen.... ende venvynnen.

Cap. XV

1libere niet vert.; ontbr. in sommige hss.
is.... te verhouden intermittendum est; S machmen.... achter laten W mach men.... laten.
2en laet men dat werck niet opus bonum non destruitur, var. non deseritur.
5uut hoe groter minnen ex quanto, var. ex quanto amore.
9Het scijnt dicwile Saepe videtur esse caritas; onvolledig vertaald; ls. Het scijnt dicwile te wesen minne? Vgl. S Het scijnt dicwile te wesen mynne W Het schijnt dicwile minne ende caritate te sine.
daer van wesen abesse.
13eerst fontaliter; beter vert. in W als uut den oorspronc.
sonder eynde finaliter; geen var.; duistere vertaling.
14fore niet vert.; ontbr. in sommige Latijnse hss.

Cap. XVI

2werke merita; vrij vertaald.
3op dat et, var. ut.
10strenghelic niet in Kemp. of andere hss.
11aendencken pensamus, var. amamus. Van geen beider Lat. verba is aendencken een getrouwe weergave.
12om Gods, ls. om Gods wille of om God.
13nemo sibi satis sapiens niet vert.; geen var.
14quisque fuerit niet vert.; S een ygelick is W een yghelyc is; ls. dus Mer van hoe groten doechden een ieghelic is?

Cap. XVII

1mitten menschen cum aliis; geen var.
4gheghyselt exulem; S ellendigen W ellendich.
7sijnre salicheit animae suae salutem; ls. sijnre sielen salicheit, vgl. W sijnre zielen salicheit S heyl sijnre zielen.
11Ghods (sic).

Cap. XVIII

Titel. Van exempel De exemplis, var. De exemplo.

1gheblencket refulsit, ls. gheblencket heeft?
2ghelijct biden horen si illis fuerit comparata; S alst bi hoeren leven geliket wort W bi haren levene gherekent.
[p. 235]
3begheerten meditationibus; geen var.; onjuiste vertaling; beter S gedachten W aendachte.
6leven, ls. leven hebben.
12uren hora, ls. ure?
Gode ledich te wesene ad vacandum Deo; S gade an te dencken W tot hem te Gode te keerene.
18dienstachtighe familiares; juist vert.? S wtvercoren W heymelike.
19dochte dat si niet en waren videbantur tanquam nihili, var. videbantur nihili.
uutvercoren dilecti, var. electi.
21dat ghetal der tragher luden subject.
noden provocare; S vermanen W verwecken.
23scheenre viguit; geen var.
25die geen ondertreder en wort si quis transgressor non fuerit; onjuiste vert.; ls. overtreder? Vgl. S die niet een overtreden en is sijns staets W die gheen overtreder en es. Zie ook cap. XIV: 11.
26Och der laeuwer ende onser verghetelheit Oh teporis et negligentiae status nostri; S Ach der lauwicheit ende der versumelheit ons staets W Och der lauheit ende der onnachtsaemheit ons staets. De lezing in het Leidse hs. is bedorven; stond in de oorspronkelijke redactie Ach der laemvheit ende verghetelheit onses staets?
27in te niet vert.; geen var. ls. dat in di enz.

Cap. XIX

Titel. der gueder religiosen boni religiosi, var. religiosorum.

2intus niet vert.; geen var.; ls. dus met S en W: Ende het soude billix meer wesen van binnen. Het slot van vs. 2 zo letterlijk vertaald, dat de zin verloren ging.
7in eniger manieren variis .... modis; geen var.; ls. in meniger manieren?
verlies dispendio; S scaden W scade.
10lichtelic macht daer na verwonnen worden facile postea poterit recuperari; beter in W dat moghen wi namaels lichtelyc verhalen.
13ende sonderlinge voert an die dingen die voert an niet en hinderen et contra illa praecipue quae amplius nos impediunt. Onnauwkeurig en onvolledig vertaald; beter S ende sunderlinge die dinge die ons meest hinderlic moegen wesen W ende dat alre meest dat ons best mach vorderen.
14Die dinghen van buten die ons toe behoren te samen ende inwendighe dingen Exteriora nostra et interiora pariter, var. Exteriora nostra pariter et interiora.
17du selste, ls. ende du selste.
18ex toto niet vert., ontbreekt ook in sommige Latijnse hss. studierende scribens.
19mit schrappen?
21et ad singularia promptior niet vert.; geen var.
22ghif di dan redde te tibi; lett. vert.; S soe moechdy u dan tot u selven keren W soe moghestu di tot di selven keeren.
24behoren magis sapiunt; geen var.; W smaken best S sijn te hebben.
29De gehele zin slecht vertaald, bv. conversari hebben.
settinge om geestelicheit observantiam S gelaeften W daer wi toe ghehouden syn.
30gheloven wi credamus; adhortativus.

Cap. XX

Titel. Vander minnen ende enicheit des swygens. De amore solitudinis et silentii; geen var.; ls. Vander minnen der enicheit ende des swygens.

1in ledigen tiden vacandi; onjuist vertaald en op verkeerde zinsnede betrokken; S di tot di selven te keren W tyt tot di in te keerene.
[p. 236]
4te leven servire, var. vivere.
5Eeen leerre niet in Kemp. of andere hss.; ls. Een leerre.
6dicwile saepius, var. saepe.
8Facilius niet vert.; geen var.
9mitten, ls. totten ad.
14in se niet vert., ontbreekt in vele Latijnse hss.
17behoef promittas, ls. beloef.
18sijn ....ghevreset periclitati sunt; S hevet.... vol geweest van vresen W sijn .... ghevreest.
21dumtaxat salutaria ac niet vert.; geen var.
26die enicheit eam; slaat echter op celle (vs. 25).
seker bequaem gratissimum, ls. seer bequaem.
28werden, ls. mach werden of werde.
29God subject.
30verholen te schrappen.
31Het is loefliken.... die menschen te vlien, oec niet willen vanden menschen ghesien te wesen Laudabile est.... fugere videri: nolle etiam homines videre. Deze vrije vertaling niet gestaafd door de varianten. Vgl. S vlien gesien te werden ende oec nyemant te willen sien W scuwe die menschen ende van hem niet ghesien wesen.
43Sluut op dijn doer Claude super te ostium tuum; ls. Sluut op di dijn doer? W Slute dijn duerken over di.

Cap. XXI

Titel. bewaringe compunctione, ls. beweginge, de gewone vertaling van compunctio. S beroeringe W beweghen.

2prekelinghe dat is niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
5ende en, ls. en.
8hem .... weder setten se recolligere, var. se reducere, se redigere.
12primum niet vert.; geen var.
voer prae ‘vóór’.
13Indien de lezing van vs. 13b niet corrupt is, lijdt de vertaling aan slordigheid.
15ydele ende vreemde troestinghe vanas et externas, var. vanas et externas consolationes.
17ei niet vert.; geen var.; hem invoegen?
21stadeliker ferventius, var. frequentius.
24noch oec smekende minne et blandimenta adhuc amamus; corrupte lezing of foutieve vertaling; S ende wi oec meer mynnen genuechlicheit deser werlt W ende wi minnen dat den sinnen ghenuechlyc is.
25wort beclaghet conqueritur; beter S claget ende cronet W claghet.

Cap. XXII

5Utique qui pro Deo aliquid pati valet niet vert.; geen var. S Voerwaer dat is die geen die gerne wat lijden wil om Gaeds wil W ontbr.!
6veel teder crancke multi imbecilles et infirmi.
8niet, ls. niet te hebben Non est hominis felicitas habere.
middelheit dat is middel tusschen ghebrec ende te veel mediocritas; de letterlijke vertaling middelheit op de voet gevolgd door een verklaring.
9Het is warachtige keytivicheit Vere miseria est; geen var. Las vertaler Vera miseria est?
11onder te leggen subiacere; letterlijke vertaling; S onderworpen is W ghenoech te wesene.
[p. 237]
11vry van allen liber ab omni peccato; geen var.; ls. vry van allen sonden vgl. S. vrie .... van allen sonden W vri .... van allen sonden.
13Van minen noturftigen De necessitatibus meis; geen var.; ls. van minen noturfticheden of van minen noden; S van mijnen noeden W Van alle mijnre armoede ende noode.
14we (sic).
dese onsalicheit hanc miseram, var. hanc miseriam.
15bliven vivere; geen var.; ls. leven. Of bliven te beschouwen als een vrije vertaling?
luttel nihil; geen var.
18herte spes; geen var.; S hape W hope.

Cap. XXIII

3so vergaet oec schier die gehoghenisse vanden gedachten etiam cito transit a mente; onjuiste vertaling; beter S so is hi balde vergeten W so gaet hi ooc sciere vander herten.
4hertes (sic).
altemael magis; onjuist vertaald; S ontbr. W bat.
11lange leven wert selden verbetert longa vita non semper emendat; geen var., onjuiste vertaling; weinig beter S dat lange leven en betert als niet W dat lange leven en wort altoos niet ghebetert.
14bi aventueren forsitan; ten onrechte getrokken bij sterven.
langhe diutius, var. diu.
21want also, ls. want du also.
23Nam niet vert.; ontbreekt ook in sommige Latijnse hss.
bereyt promptitudo; ls. bereytheit.
vuerige begheerte te vorderen in doechden volgt op arbeit in penitencien, niet in Kemp. of andere Latijnse hss., wel echter in W!
27nu die tide nunc tempestive; ls. nu te tide? Vgl. S te tijde W nu te tide.
28pro te ipso niet vert.; geen var.
30nutteliken utilius; geen var.; ls. nutteliker? W nutteliker, echter S orberlick.
in quo promereri vales niet vert.; geen var.; ontbreekt ook in S!
32Gode ontbr. in Kemp., andere Lat. hss., S en W.
34b en 35bniet vertaald; geen var.; ontbreekt ook in S!
35bvaren mit Christo ad Christum pergere, S tot Cristum gaen W tot Cristum varen.
38mistroestich insperate; onjuiste vertaling; beter S onvoersienlic W onversiens.
47tot wien niet en behoort ewighe onlede te scicken ad quem nihil spectat de mundi negotiis; gebrekkige vertaling; beter S den niet toe en behoert hem te onderwynden van desen eertschen dingen W tot wien niet en behoort met der werelt saken hem yet te becommeren.

Cap. XXIV

Titel. vander helscher pinen De.... poenis peccatorum, var. De.... poenis inferni.

1voer dat strenghe oerdel Gods ende niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
2den ghenen Deo, geen var.; S gade W den rechtere.
4purgieren, ls. purgierende.
heeft groot ende salige purgaci Habet magnum et salubre purgatorium; deze zinsnede hoort bij 5a, en vormt niet het slot van 4. In S en W goed vertaald.
8houden reservare; lett. vert.; S W beiden.
10die sonden peccata tua; geen var., ls. dijn sonden.
11Wanttu Quanto; ls. Hoe du of Want hoe du? S Soe gi u selven ... meer W Hoe du.
12swaerlic gravius; geen var.
14prae dolore niet vert.; geen var.
[p. 238]
17Het begin van deze zin (Ibi erit una hora gravior in poena) had beter kunnen luiden: Daer sel een ure in dier pinen swaerre wesen; vgl. ook de syntactische bouw van 16.
18nulla consolatio damnatis niet vert.; geen var.
21Latijnse tekst door vertaler niet begrepen. Cf. W Dan sal die mensche staen ende ander menschen ordelen die hem nu omoedelyc laet van andren menschen ordelen.
22sellen over vrese hebben pavebit undique, ls. sel overal vrese hebben.
24God niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
32versmadenisse contemptus divitiarum, ls. versmadenisse der rycheit S versmaetheit der rijcheit W versmadinghe der rijcheit.
33seltu .... verhoget werden consolaberis; vrije vertaling; suldi .... getroest werden W sulstu di .... vertroesten.
34scilencio silentio; cf. X: 4.
35woorde opera, ls. werken, S W werken.
36die nauwe consciencie stricta vita, var. stricta vita bona conscientia et ardua.
37vanden groten swaren a gravioribus; geen var.
40die ewige helle gehenna, S die ewige helle W die helsche pine.
41wattu doeste ontbr. in Kemp. en andere Latijnse hss.
42totum niet vert.; geen var.
46die minne Gods amor, var. divinus amor; ook S W die minne Gods.
wederroept revocat; letterlijk vert.; S af .... trect van W wederhout van.
47oerdel timorem; te vrij vert.; beter S W: vrese.

Cap. XXV

1wair om ad quid, var. cur.
4ymmer immo; beter S ya W ja.
5rijc locuples; beter S rijck ende milde W liberael.
7Alsmen van enen leest die Cum quidam; vrije vertolking; S Een geestelic devoet mensche was eens W Het was een mensche die.
8Te hants hoerde hi die godlike antwoerde van binnen: doch dat nu dattu doen woudes, oftu dat wiste ende dan doen woudes, ende du selste seker wesen Statimque audivit divinum intus responsum. Quod si hoc scires; quid facere velles? Fac nunc quod tunc facere velles: et bene securus eris. De tekst van het Leidse hs. is bedorven; men leze: ‘Oftu dat wiste, wat woudes du dan doen?’ Doch dat nu, dattu doen woudes, ende du selste seker wesen. Vgl. S of gi dat wist, wat woldi dan doen? Soe doe nu, dat gi dan doen woldet, ende gi sult wael seker wesen W ‘Ende ofstu dat wistes, wat woutstu dan doen?’ Doch nu, datstu dan doen woudes, ende du selles wel seker syn.
9Te hants Moxque, var. Mox.
11docht guet fac bonitatem, ls. doch tguet.
13met crachten virilius, var. viribus.
16een navolgher Cristi Diligens.... aemulator; vrij vert.; S een mensche die vlijtich ende neerstich is W Die vierich ende eernstich is.
17daer of.... daer.... toe ad quod, var. ab eo ad quod.
om dat goede pro bono, var. pro eo bono.
18gebreclic vitiose; S ondoechden of gebreken W onredelyc ende ghebreclyc.
die illa; lett. weergave; ls. die dinghe?
20aendenc dat haestelic te beteren citius emendare te studeas, var. citius emendare studeas.
24ist dat te versumen, ls. ist te versumen.
26wanttu di niet meer en hebste dien te gheliken quia necdum magis illi te conformare studuisti. Hier is een volt. deelw. weggevallen, cf. S want gi u noch niet meer en hebt gevliticht.
[p. 239]
27vita et niet vert; geen var.; hem oefent, ls. oefent.
alle nutte ende overvloedighe dingen sel hi daer in vinden ende noturftige dingen omnia utilia et necessaria sibi abundanter ibi inveniet; gebrekkige, foutieve vertaling. Vgl. W al dat hem nut ende noot es, sal hi daer vinden overvloedich.
29mint capit; geen var.; ls. nemt? Cf. S W neemt.
32rumicheit laxiora, var. latiora; S lichtheit W vriheit.
remissi remissiora. S slaepheit W zonder bedwanc.
ander reliquum, var. alium.
33alii niet vert.; geen var.
34parum loquuntur niet vert.; geen var.
ripeliken mature; S vroe W vroech.
35den B (sic).
36in tam sancto opere niet vert.; geen var.
39satis niet vert.; geen var.
40perfecte niet vert.; geen var.
41die ymmer cui.... utique; die dativus!
alle creatueren omnia; geen var.
incunctanter niet vert.; geen var.
46God minnende diligens; geen var.
47die gebreken vitiis et passionibus, var. vitiis.
lichaemlike corporalibus.... laboribus, ls. lichaemlike arbeit. Cf. S.
wtwendigen .... arbeit W lyfliken arbeit.
hantieren insudare. Vert. ls. v. Dijk: ‘in het zweet zijns aanschijns .... verrichten’.
48verwinnet vitat; geen var.; S huedet, maar W verwint. Lazen de vertalers van L en W vincit?
50excita te ipsum niet vert.; ontbreekt ook in een Latijns hs.

Boek II

Inhoudsopgave.

[Vander inwendigher wanderinghe]. Deze titel door veel latere hand toegevoegd, die tevens de capittelnummering verbeterd heeft.

Cap. I

2et ad interioria te dare niet vert.; geen var.
3gerechticheit, vrede ende blijscap pax et gaudium, var. justitia, pax et gaudium.
6niet vertaald; geen Latijnse hss., waarin dit vs. niet voorkomt.
7O lieve trouwe Eia anima fidelis; ls. met mnl. var. O lieve trouwe siel.
9Gode Christo; geen var.
10den Heer Christum; geen var.
dat di gheen noot en sel wesen ut non sit opus, var. ut non sit tibi opus.
12et mortali niet vert.; geen var.; ls. met mnl. var. inden ghebrecliken sterfeliken menschen.
interdum niet vert.; geen var.
15naersteliken intime; geen var.; beter S inwendeliken.
17is debet esse; geen var.; beter S sal .... wesen.
18pariter niet vert.
19die die, ls. die; die tijtlike dinghen niet in Kemp. enz.; vrije toevoeging van de vertaler.
di selven.... toe.... voeghes weinig fraaie vertaling van inhaeras.
[p. 240]
20wort ghevoert dirigatur; beter S sal opgaen.
sonder middel sine intermissione; S sonder onderlaet.
22preciosen pretiosa; behoort bij stigmata, niet bij vulnera.
niet nec multum; ls. met mnl. var. niet veel.
die woorde der aftersprekers verba detrahentia, var. verba detrahentium.
23inder groter noot in maxima necessitate; geen var. N inder alder meester noot. van hemelschen vader ende niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
24om dat et; las vert. ut?
26soudmen .... cronen of beclaghen coronabitur; deze dubbelvertaling bewijst òf dat de vertaler coronare niet heeft begrepen òf dat een afschrijver cronen heeft verward met beclaghen.
21sijn, mnl. var. is.
29hadstu een weynich sijnre minne et modicum de ardente amore eius sapuisses; ardente niet vert.; ontbreekt in een Latijns hs.; ls. met mnl. var. hadstu ghesmaect een weynich sijnre minne.
na dijns selfs profijt of oerboer de proprio commodo vel incommodo; profijt of oerboer dubbelvertaling van commodo; vel incommodo niet vert.; geen var.
30et verus internus niet vert.; geen var.
34ontbreect obest; mnl. var. ghebrect. Onjuiste vertaling; beter N S hindert.
35ghevaerde gestus; N S zeden.
36uutwendich dinc res; vrije vertaling.
38dicke beroerense di et saepe conturbant, var. et te saepe conturbant.
39et implicit niet vert.; geen var.
40ghemeenlic frequenter; N stadelic S stedelicken.

Cap. II

Titel. Vander oetmoedicheit De humili submissione; geen var. N Van een oetmoedich vertien ons selves S Vander oetmoediger ondergevynge.

1weghe age; geen var.; mnl. var. merc.
4du selste .... hebben videbis; vrij vert; geen Lat. var.
7valde niet vert.; geen var.
8die menschen .... hem veroetmoedighen, ls. met mnl. var. die mensche .... hem veroetmoedicht.
vergeeft placat; mnl. var. verdraecht; N versoent S verswoent.
9helpt liberat; vrij vertaald; N verlost.
sine gracie gratiam magnam; geen var.; mnl. var. sine grote gracie.

Cap. III

3Een onvredich mensch tred alle dinc int quade. Homo passionatus etiam bonum in malum trahit: et faciliter malum credit. Onvolledige vertaling. Beter teksths. ed. Veldhuis: Een onvredelike mensche, dat goet is, dat trect hi int quade, ende lichtelike gheloeft hi dat quade.
4in doechden in bonum; geen var.; vrije vertaling.
5van hem en vermoet niement quaet de nullo suspicatur; onjuiste vertaling; beter N. van niemant en vermoet hi quaet S die en siet geen dinck quellick an.
et commotus niet vert; geen var.
8iuste niet vert; ontbreekt ook in één Latijns hs.
minnen zelare; beter N besorgen S neernsticheit hebben.
9horen rechtverdighen recipere; vrije vert.; mnl. var. horen, N S ontfangen.
10Beter lustius; mnl. var. Rechtvaerdigher, N rechtverdeger.
13die sijn sins volgende sijn secum sentientes; vrijer vert. dan in N S die mit hem gevoelen.
[p. 241]
15etiam niet vertaald; ontbreekt ook in een Latijns hs.
16semper niet vertaald; ontbreekt ook in een Latijns hs.
18in hac misera vita niet vert.; ontbr. alleen in het Leidse hs. van deze vertaling; ls. met mnl. var.: in desen onsalighen leven.
19vinder victor, geen var.; onjuiste vertaling; ls. met mnl. var., N en S: verwinre.

Cap. IV

3ende puerheit van gedachten puritas apprehendit et gustat; onvolledig vertaald; geen var.; beter S puerheit grijpten ende smaecten N ende puerheit vercriget God ende smaket hem.
4intus niet vert.; geen var.
6te recht rectum; ls. met mnl. var. recht.
simpel ende puer niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
dan soudste alle creaturen wesen tunc omnis creatura .... esset; onjuist vert.; geen var.; S soe sal ons al creatuer wesen N soe waren di alle creatueren.
8soudstu .... doen caperes; nauwkeuriger N S nemen.
10een ygelic niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
van binnen (2de) exterius; ls. met mnl. var. van buten.
11utique niet vertaald.
12enighe niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
of et; geen var.
die hoc; ls. dit of met mnl. var. dat?
13rootheit rubiginem; teksths. Veldhuis: roesticheit, N S roest.
Ende recht als yser in dat vuer gheworpen wort, ls. met mnl. var.
Ende recht als yser dat enz.

Cap. V

1wi.... sellen possumus, var. debemus.
minne sensus; ls. met mnl. var. sinne.
4qualiken peius; ls. met mnl. var. qualiker.
5ghebreke passione; geen var.; beter vert. in N S passien.
6grote dinghen majora; comparat. niet vertaald.
7et ponderamus niet vert.; geen var.
8hi en soude niet vinden non esset; geen var.; vrije vertaling.
9voir yement, ls. met mnl. var. voir yement anders.
10van enen anderen de alienis, var. de aliis.
17aliqua niet vert.; geen var.
18lett. vert.; vgl. S N Die ziel die god mynt, die versmaet al dlnck, dat beneden god is.
19vroechde solatium; mnl. var, N en S solaes.
groot immensus; N onghemeten.

Cap. VI

3valde (2de) niet vert.; geen var.
4semper niet vert.; ls. met mnl. var. is altoes vervaert.
8mala niet vert.; geen var.
9den mime Gods amanti; Gods ontbr. in Kemp., Latijnse hss. en mnl. var.
13is van Gode de Deo et in Deo est; ls. met mnl. var. is van Gode ende in Gode.
vander rechtverdicheit de veritate; onjuist vert.; geen var.; N waerheit.
15wert verwonnen convincitur; vertaling te letterlijk; S dat is een teyken dat.
19dat dy God kent quam Deo teste sis; ls. met mnl. var. dan dy God kent.
22Die menschen die menschen die, ls. Die menschen.
23die mensche kan vervallen, cf. N.
[p. 242]
24hope fiduciae; nauwkeuriger N betrouwen.
26ait beatus Paulus niet vert.; geen var.; N seit sint Pauwels S seget paulus.
27intus niet vert.; ontbreekt ook in enige Latijnse hss.
ende gheen begheerte van buten te houden nec aliqua affectione teneri foris; vertaling onjuist; cf. N ende niet gehoelden te worden met enigher begeerten van buten S ende mit geenre onnutter begeert becommert te wesen.

Cap. VII

Titel. ons Heren Iesu; geen var.

1een hem selven te versmaden; een kan vervallen, cf. N.
5noch hi en sel dat niet liden nec patietur; ls. met mnl. var. noch hi en sel niet liden.
di verloren te wesen perire, var. te perire.
7ende beveel hem dijn salicheit et illius fidelitati te committe; geen var.; beter vert. in S ende beveelt u sijnre trouwen N bevele di synre getrouwicheit.
dattu waenste bi di te bliven niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
8toevoegen, ls. met mnl. var. hem toevoegen.
10Paene niet vert.; geen var.
11nee innitaris niet vert.; geen var.; N en wilt niet rusten.
12die vertoninghe des uutwendigen menschen externam hominum apparentiam; geen var.; uutwendigen ten onrechte getrokken bij menschen.
13in yement in aliis; onjuiste vertaling; geen var.
woninge lucrum; geen var.; ls. winninge? Vgl. N gewin vinden ende niet in Kemp. of Latijnse hss.
16Veel scadeliker ist den mensche Plus enim homo novicior sibi; onnauwkeurig vertaald.

Cap. VIII

Titel. Vander vriendelicheit des gheselscaps ons Heren De familiaria amicitia lesu; S Vander heymeliker vrientscap mit Jhesus N Van der geesteliker vrieniscap tusschen Jhesus ende der zielen.

7sine Iesu niet vert.; geen var.
10imo bonum super omne bonum niet vert.; ls. met andere mnl. hss.: ja goet boven allen goet.
13scire (1e) niet vert.; ontbr. ook in Latijnse hss.
19Igitur niet vert.; geen var.
verlaetste laetaris; vertaling onduidelijk; vgl. N verblidest S verblijt.
20eer Jhesum, ls. met mnl. var. dan Jhesum?
21Voer Ex; geen var.; vrij vertaald.
totus niet vert.; geen var.; mnl. var. Jhesus alleen; las men solus in plaats van totus?
24op dat wi hem alle moghen kennen ut omnes ipsum cognoscant; onjuist vertaald; beter in S dat si hem al bekennen .... moeten N op dat si hem alle bekennen.
28puer nudum, var. mundum.
sien vacare; N S aendencken.
31selmens, ls. met mnl. var. selmen.
In desen en selmens niet verwerpen In his non debet deici; beter vertaald in N S Maer in desen sal die mensche niet verslagen worden.
totten wille Gods .... gelijc staen ad voluntatem Dei aequanimiter stare; onbeholpen vertaling; S geduldelic hem hebben totten wil .... gaeds.
[p. 243]

Cap. IX

Titel. berovinghe carentia; N te ontberen S dervinge.

5gheleert wort ducitur; vertaling hiervan ontbreekt in andere mnl. hss.; ls. gheleit wort? Vgl. N geleit wort.
6uutwendich solaes solatio; geen var.
11Wel Multum; ls. met mnl. var. Veel.
scheyden certare; ls. met mnl. var. striden.
13sed magis in de vertaling ten onrechte getrokken bij het eerste gedeelte van de zin.
14a Deo niet vert.; ontbreekt ook in een Latijns hs.
die gaven Gods eam; vrije vertaling onder invloed van het volgende Dei munus, hoewel het slaat op consolatio.
15ydeliken mit di vermeten inaniter praesumere; ls. met mnl. var. ydeliken di vermeten.
die ure sel gaen transibit hora; beter ware: die ure sel voerbi gaen; S sal en wech gaen.
16di (1ste) niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
17so is dicke alsulken gheschiet fuit saepe talis alternationis modus; ls. met mnl. var. so is dicke alsulken wandel gheschiet.
18propheet ontbr. in Kemp. en andere Latijnse hss.
ende kan vervallen.
19quid in se fuerit expertus: adiungit niet vert.; geen var.;
20in desen inter haec.
21Dominus factus est adiutor meus niet vert.; geen var.
22Ende hi seit voirt niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
Sed in quo niet vert.; S Mer waer in?
24die propheet Job beatus lob; NS die heilige man Job.
du verwandelste visitas; ls. met mnl. var. du vandeste.
25mach hi possum; ls. met mnl. var. mach ic.
27modicum sapiunt niet vert; S smaken luttel.
29minrenge diminutionem, hs. min renge. Mnl. var. verminderinghe.
30Nie heilich Nullus sanctus.

Cap. X

2Sette dy selven Pone te.... magis; ls. met mnl. var. Sette dy selven meer.
tot blijscappen der werlt ad laetitiam, var. laetitiae mundanae; vgl. mundi delicias in vs. 4 en deliciae mundanae in vs. 5.
4mundi delicias et niet vert; geen var.
5omnes niet vert; geen var.
uut reynre ghedachten puris mentibus; door vertaler in samenhang niet begrepen; S den reynen herten (ingestort).
7der dingen Gods supernae visitationi; mnl. var. den wille Gods.
dat een mensche hopet in hem selven magna confidentia sui; mnl. var. dat een mensche grotelic in hem selven hoept.
8int gheven troest sijnre gracien consolationis gratiam dando. Men zou verwachten: int gheven die gracie sijnre troest. Teksths. Veldhuis: want hi ghevet syn gracien. N int geven der gracien der consolacien S gevende die gracie der consolacien.
11die van di niet en comt quae mihi aufert compunctionem; uiterst vrije vertaling; beter teksths. Veldhuis: die mi verhovaerdicht. Vgl. N die my afneempt compunctie oft berou des herten S die my neemt compunctie ende beraeringe des herten.
12omne niet vert; geen var.; ls. met mnl. var. Noch alle dat hoghe.
semper niet vert; geen var.
[p. 244]
13ende meerre vresen timoratior; ls. met mnl. var. ende in meerre vresen.
14die gheleert is in ontreckinge der woorden eruditus subtractionis verbere. Las vertaler verborum? N S ende geproeft metter ontreckinge der consolacien.
15ghif .... lof gratias .... tribue; vrije vertaling.
20super omnia niet vert.; geen var. Het tweede gedeelte van 20 vrij vertaald.

Cap. XI

Titel. ons Heren Iesu; geen var.

6der scaemten des cruces, ls. met mnl. var.: in der scaemten des cruces.
7mer als hem wederspoet coemt, so murmereren si niet in Kemp., Latijnse of mnl. hss.
9se absconderit niet vert.; geen var.
hem eos.
10gheliken in sicut in; ls. ghelijc in? N gelijc als in.
11eis niet vert.; ontbreekt ook in sommige Latijnse hss.
semper (2de) niet vert.; geen var.
12vel amore niet vert.; geen var.
13omnes niet vert.; geen var.
16invenitur niet vert.; ontbreekt ook in enige Latijnse hss.
21Hiaat vs. 20-21 niet gestaafd door Latijnse var.
minus niet vert.; geen var.
24sel hi .... kennen pronuntiet; S rekenen.
25Want ic alleen arm bin Quia unicus et pauper sum ego; ls. Want ic alleen ende arm bin? Vgl. N Want ic ben enich ende arm S Want ic byn eensam ende arme.

Cap. XII

Titel. leven via; geen Lat. var. Las vertaler vita? Ls. met mnl. var. weghe. Cristi niet in Kemp. of andere Latijnse hss.

1multis niet vert.; geen var.
volghe mi na sequere Iesum, var. sequere me.
2Gaet discedite a me; ls. met teksths. Veldhuis Gaet van mi.
5al hier in vita; geen var.
7alle doghede summa virtutis, var. summa virtus.
alle volmaectheit perfectio; geen var.
8salicheit salus animae; geen var.
9hy sel di leyden ibis; geen var.; vertaling onjuist; N du saelt gaen.
12een daghelix sterven quotidianae mortificationis. De genitivus komt in de vertaling niet tot zijn recht.
13sekeren securiorum; sekeren dus op te vatten als comparativus.
15altoes niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
droevich wesen ende niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
16selstu selstu, ls. selstu.
ende somwilen, ls. met teksths. Veldhuis ende somwillen gheoefent.
17gheledicht worden alleviari; ls. met teksths. Veldhuis verlicht worden of met var. ghelicht.
18illi niet vert.; geen var.
28die daer is den conincliken wes [sic] des cruces quae est via sancta crucis, var. quae est regia via sanctae crucis; ls. met teksths. Veldhuis: die daer is den conincliken wech des cruces.
29Ende dat leven Cristi Tota vita Christi; geen var.; ls. met teksths. Veldhuis Al dat leven Cristi.
[p. 245]
30Du dwaelste mit allen Erras, erras, var. Erras et profecto erras.
dan liden ende tribulacie quam pati tribulationes. Ls. met teksths. Veldhuis dan te liden tribulacie.
31hoe hi dicker ende swaerre crucen vint tanto graviores saepe cruces invenit. Ls. met teksths. Veldhuis hoe hi dicke swaerre crucen vint.
ex amore niet vert.; geen var.
dat hi also lange ballinge blijft uten ewighen leven niet in Kemp.; een vrije toevoeging van de vertaler ter uitwerking van ellende?
32ende, ls. met teksths. Veldhuis en.
troest (sic); teksths. Veldhuis troests.
grote vruchte fructum maximum, var. fructum magnum.
accrescere niet vert., geen var.
33sponte niet vert., geen var.
34hoe dat vleysch quanto caro magis; ls. met teksths. Veldhuis hoe dat vleysch meer.
35dat hi niet en woude, ls. met teksths. Veldhuis dat hi niet en woude wesen.
38ad te ipsum niet vert.; geen var.; als kan vervallen.
39in Gode in Domino; geen var.
42in desen leven in hac misera vita; geen var.; ls. met teksths. Veldhuis in desen onsalighen leven.
43tribulatione niet vert.; geen var.
46al waert datse een mensche alleen mochte liden etiam si solus omnes posses sustinere; een mensche niet in Kemp. of andere Latijnse hss.; omnes niet vertaald. N heeft: al waert oeck datse een mensche altemael alleen mochte liden.
47tribulacien tribulatio, var. tribulationes.
49dattu gaerne lides ad quod esse debes scilicet ad patiendum et moriendum; onvolledig vertaald; geen var.
52quanta exsultatio.... proximi niet vertaald; geen var.
55moechstu te oportet; ls. met mnl. var. moestu of moetstu.
Ende eer yement, ls Ende hoe yement?
57in desen leven in mundo isto; geen var.
58genoechten consolationibus; vrij vertaald.
verblijt te wesen recreari; vrij vertaald.
gemeenlic magis conformior; ls. met mnl. var. gemeenliker.
59Zeer onnauwkeurig vertaald. Beter S Want onse verdienst ende die voertganck ons levens en steet niet in voelre sueticheit ende troestinge te gebruken, mer meer in voel swaernisse ende tribulacien te lijden.
61verweget hy hortatur; geen var.; teksths. Veldhuis beweghet hi; andere mnl. var. verwect hi; NS vermaent hi; ls. dus verweckt of beweghet?
62dat laetste eynde conclusio finalis.

Boek III

Titel ontbreekt. In margine heeft latere hand bijgeschreven III boeck.

Cap. I

Titel. Gods Christi; geen Latijnse var.

1die Heer Dominus Deus; geen var.; ls. met B C D E die Heer God.
3die in die aderen, ls. die die in aderen of die die aderen; zie de mnl. varianten.
7mit Gode ledich te wesen Deo vacare; S Gade ledich te wesen G oer herte ende oer ghemoede ledich te maken tot Gode D 56 Gode an te dencken.
8horen, ls. met mnl. var. horen moghes.
[p. 246]

Cap. II

5potius niet vert.; geen var.; sonder die sine te.
6possunt niet vert.; geen var.
7Si leren suverlike Pulchriter dicunt; geen var. S Schoenlick spreken si D 56 Si spreken te male schoen G Si spreken zeer schone.
8dat verstant intellectum signatorum; geen var.; onvolledige vertaling; cf. S dat verstant der dingen die beteykent sijn G verstant der verborgenheit; ook D 56 onvolledig: dat verstant daer van.
13dat horen verstandenisse, ls. met D E dat horen der verstandenisse.

Cap. III

1bovengaende conste ende wetenheit alle der wiser philosophien deser werelt omnem philosophorum et sapientium huius mundi scientiam excedentia, var. omnium philosophorum etc.
der wiser philosophien philosophorum et sapientium; geen var.
philosophien, ls. met B D philosophen.
2sijn.... over te gheven, ls. met B te overweghen; cf. S sijn... te wegen D 56 sijn.... te pensen G die men.... verstaen.... can.
6veel menschen Plures; geen var.; S Voel menschen G D 56 Veel menschen.
7hoghe .... dinghen summa; S die alre hoechste .... dingen G die alre hoechste .... guede D 56 die alre overste .... dinghe.
8in allen dingen in omnibus; behoort bij dient servit.
11om dat grote loon pro praemio inaestimabili; onnauwkeurig vertaald; S om dat onbegripelike guet D 56 om dat onvermoedelike loen.
om die hoge eer pro summo honore; S voer die hoechste eer.
13van haren horen a spe sua; ls. met mnl. var. van horen hope.
18mit (2de), ls. ende mit.
19te troesten exhortando; S toeherdende G toeharde D toe te troesten.
23arme pauperrimus; geen var.
et contemptibilior niet vert.; geen var.
25omnia praestas niet vert.; geen var.

Cap. IV

Titel. in oetmoedicheit ende inder waerheit in veritate et humilitate, var. in humilitate et veritate.

2in veritate niet vert.; geen var.
3te niet vert.; ls. met mnl. var. Ist dat di die waerheit vriet.
8in droefheit, ls. met mnl. var. B ende droefheit.
om dijn guede werke propter opera bona, var. propter opera tua bona.
9becommert ende besondicht obnoxius et implicatus; vgl. S bescult ende bewonden G besmyt ende becommert D 56 bevlochten.
10Ende altoes gaestu afterwaert bi di selven Ex te semper ad nihil tendis. Vertaling onjuist; vgl. S Wt di selven denkestu altoes tot niet G Van di selven gaetstu altoes te nyete D 56 Van di selven gaestu te niete.
13nil reputatione appareat dignum; nil altum nil vere laudabile niet vert.; geen var. Wel verdietst in andere mnl. vertalingen.
14grote maxima.
15et fugias niet vert.; geen var.
16Die sommige wanderen doechdeliken voir mi Quidam non sincere coram me ambulant, ls. met mnl. var. Die sommige en wanderen niet doechdeliken voer mi.
[p. 247]
17et peccata niet vert.; geen var.
van mijnre verhengenisse me eis adversante; onjuist, althans onnauwkeurig vertaald; vgl. S want ic on wederstae G want ic bin hem tegen D 56 want ic hem teghen bin.
21est niet vert.; ontbreekt ook in enige Latijnse hss.

Cap. V

7malis niet vert.; geen var.
8een guet dinc magna res; geen var.; ls. met mnl. var. E een groet dinc?
dat swaer is omne onerosum; omne dus niet vertaald, ontbreekt ook in enige Latijnse hss.
12geen hinder ne.... implicationes sustineat; ls. met mnl. var. B geen hinder en lide.
13nihil latius niet vert.; geen var.
15uno niet vert.; ontbr. ook in een Latijns hs.
17die minnende amor; ls. met mnl. var. die minne.
18begheer, ls. begheert.
19si set hoer begheerte te diensten effectui mancipat; geen var. Las vertaler affectui?
S settet te werck G brenget toe wercke D 56 volbrenghet.
21gedreighet territus; geen var.; onnauwkeurig vert.; S verveert G D 56 benauwet.
vriliken secure; geen var.; onnauwkeurig vert.; S G sekerlicke D 56 sekerlic.
23tot Cristum niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
24bereet dilata; ls. met mnl. var. breet.
opdat mach leren ut discam; ls. met mnl. var. op dat ic mach leren.
26ic sel minen gheminden volghen sequar te dilectum meum; ls. met mnl. var. ic sel di minen gheminden volghen.
30cuych, ls. met mnl. var. cuysch of spellingvariant?

Cap. VI

4inder beteringe in temptationibus; ls. met mnl. var. in becoringe.
9quam velles niet vert.; geen var.
12manieren materia; geen var.; ls. met andere vertalingen materie?
13rectam nief vert.; geen var.
14somtijt aliquando .... subito; ls. met mnl. var. somtijt haestelic.
15Want du lijdstet node Illas enim invite magis pateris quam agis; onvolledig vertaald; andere mnl. hss. van deze vertaling: Want die lidestu node; magis .... quam agis niet vert. Vgl. S Want die lijdestu meer onwillichliken dan datstu die duet G Want die fantasien lidestu meer onwillichlike dan du die doetste.
16desiderium tuum niet vert.; geen var.
21aldusdanighe talia; ls. met alle mnl. var. aldusdanighe dinghen.
22macht partem; vrije vertaling.
27die ic dy sel gheven niet in Kemp. of andere Latijnse hss.; zelfstandige toevoeging van de vertaler.

Cap. VII

4niet en hebste habueris; ls. met mnl. var. B hebste.
studio niet vert.; geen var.
ja dattu niet en vertragheste ita quod tunc .... non torpeas; ls. met mnl. var. ja also dattu dan niet en vertragheste.
ja niet in Kemp. of andere Latijnse hss.
alle dine ander werken reliqua opera tua; alle niet in Kemp. of andere hss.
6vallen in traecheden fiunt .... desides. Vgl. S werden .... traech D 56 vertraghen.
alte wel bene; ls. met mnl. var. wel.
[p. 248]
7et cui vult niet vert.; geen var.
8onbehoetliken incauti; geen var.; las vertaler incaute?
over weghen, partic. praeter.; B overgheweghen.
14et parva intelligentia niet vert.; geen var.
16satis niet vert.; geen var.
17satis niet vert.; ontbreekt ook in enige Latijnse hss.
te rechte virtuose; beter S doechdeliken en mnl. var. te deghen
nimis niet vert.; ontbreekt ook in enige Latijnse hss.
niet minus; vertaling minder juist.
quam oportet niet vert.; geen var.
19sonden offensam; vertaling onjuist; beter S D 56 vertoerninge.
21ontoghen, ls. met mnl. var. ontoghen hebbe.
24vera niet vert.; ontbr. ook in sommige Latijnse hss.; ls. echter met mnl. var. in ghewarigher oetmoedicheit.

Cap. VIII

3alsoe sel dan dijn gracie, ls. met mnl. var. also ic bin, dan sel dijn gracie [vert. v. sicut sum ontbr. in het Leidse hs.].